Fr

INTELLIGENCE

Seen from Space: Aandacht voor reclame herbekeken... in Nieuw-Zeeland

Zondag 13 September 2026

Seen from Space: Aandacht voor reclame herbekeken... in Nieuw-Zeeland

Auckland ligt op meer dan 18.000 kilometer van Brussel. Maar blijkbaar komen we er behoorlijk vergelijke situaties tegen. De lokale vereniging van magazine-uitgevers (MPA NZ) publiceerde er zopas een declaratieve studie over 13 mediacategorieën, ‘off’ en ‘on’.

Via een enquête van een kwartiertje bij iets meer dan duizend respondenten liet de Nieuw-Zeelandse vereniging voor die media de contactduur, de consumptieplaatsen, de motivaties en ook een kwaliteitsindex voor aandacht (QAI) meten. Die bestaat uit vijf elementen: de mate van concentratie, de exclusiviteit van het mediagebruik (in tegenstelling tot multitasking), de cognitieve betrokkenheid, de ontvankelijkheid en tot slot het vermogen om informatie te onthouden. Er zijn weinig details over het relatieve gewicht van elk van die criteria, maar wel QAI-resultaten uitgesplitst naar verschillende bevolkingssegmenten.
Voor vrijwel al die segmenten piekt de QAI in de categorie van de magazines, vooral bij de papieren versies. De tweede plaats op het vlak van aandacht wordt ingenomen door de online aanwezigheid van diezelfde magazines. Vrij merkwaardig, maar mogelijk houdt dit verband met de kenmerken van de Nieuw-Zeelandse markt, is dat de digitale edities van kranten de laagste index laten optekenen, terwijl je die niet meteen op dat niveau zou verwachten.

Meer algemeen zien we hier een vrij gebruikelijke omgekeerde relatie tussen consumptieduur en aandacht: media die lang worden gebruikt, laten gematigde aandachtsniveaus optekenen, en omgekeerd: een beperkte consumptieduur gaat samen met een hoge mate van aandacht.

Dat zet de aanspraken van sommige media op losse schroeven: zij eisen een aandeel in de verdeling van de reclamebudgetten dat overeenkomt met hun aandeel in de totale crossmediale consumptieduur. Maar één minuut toegewijd en aandachtig mediagebruik is sowieso niet gelijk aan één minuut waarin vluchtig naar een scherm wordt gekeken terwijl in een context van verwoede multitasking twee of drie media tegelijk worden geconsumeerd.
Over multitasking gesproken: onze tweede grafiek illustreert op kwalitatieve wijze de eigenheid van de verschillende media die in de MPA-studie werden onderzocht. Van de verschillende activiteiten die gepaard gaan met mediaconsumptie worden er twee vrij logisch als ‘achtergrondgeluid’ bestempeld: radio en outdoor advertising. Beide worden ervaren of geconsumeerd in combinatie met andere activiteiten, in een context van lage aandacht.

Daarnaast is er een andere groep media, die veeleer geassocieerd wordt met specifieke taken, zoals informatie zoeken en pre-aankoopfases. Voor die taken blijken zoekmachines en retailmedia het meest specifiek. In onze grafiek tekent zich een derde, grote groep af, bestaande uit verschillende contentmedia en gekoppeld aan uiteenlopende motivaties. Het videoaanbod in de brede zin en sociale media hangen veeleer nauw samen met motivaties als ontspanning en entertainment. Persmedia worden eerder geassocieerd met een motivatie om mee te zijn met de actualiteit (‘Keeping up to date’). Al die contentmedia vormen in de grafiek een groot ‘eiland’ waar ogenschijnlijk verschillende motivaties samenkomen.

Dat is een van de lessen van deze enquête aan de andere kant van de wereld, maar de conclusies ervan kunnen redelijkerwijs ook hier worden toegepast: mediaconsumptie speelt in op soms verschillende behoeften en vindt dus plaats in contexten die niet noodzakelijk dezelfde zijn. En die context staat niet los van de aandacht.

Archief / INTELLIGENCE