Fr

INTELLIGENCE

1 land, 2 emoties: woede en frustratie, door Fons Van Dyck

Zondag 31 Mei 2026

1 land, 2 emoties: woede en frustratie, door Fons Van Dyck

Grootschalige onderzoeken tonen recent aan dat het crisisgevoel onder de Belgische bevolking  is uitgegroeid tot een permanent klimaat van onzekerheid, wantrouwen en controleverlies. Een onzekere toekomst versterkt bovendien de nostalgie naar een geromantiseerd verleden. Maar ook: we leven in 1 land met 2 emoties. Veel frustratie in Vlaanderen en veel woede in Franstalig België. Hoe moeten beleidsmakers hiermee aan de slag?

Belgen zijn vandaag de meest pessimistische Europeanen, zo bleek vorige maand al uit onderzoek van de Europese Commissie. Dat wordt vandaag bevestigd in twee grootschalige onderzoeken die peilen naar wat de Belgen beroert: De Stemming 2026 (VRT/RTBF/De Standaard)  en The Pulse of the Belgians, een intern onderzoek in opdracht van BPX (dat ikzelf mee heb begeleid).

Uit dat laatste onderzoek blijkt scherp dat wij een land  zijn waar mensen zich afvragen of de systemen waarop ze rekenen nog zullen werken. Zal er voldoende zorg zijn wanneer we oud worden? Zullen er leerkrachten zijn voor onze kinderen? Blijft de koopkracht overeind? Is de overheid nog in staat problemen op te lossen? Het gaat over een wereld waarover mensen het gevoelen hebben de controle kwijt te zijn, en hun toekomst minder beheersbaar aanvoelt. 

Maar achter dat gedeelde crisisgevoel schuilen twee verschillende emoties. Vlaanderen is gefrustreerd. Franstalig België is kwaad. Dat is meer dan een nuance. Het is een breuklijn.

De Vlaamse frustratie vertrekt vanuit het gevoel dat het systeem blokkeert, maar nog niet definitief verloren is. Vlamingen geloven nog dat hervorming mogelijk is. Dat het systeem zichzelf kan heruitvinden, mits meer efficiëntie, meer verantwoordelijkheid, meer slagkracht. De frustratie komt voort uit stilstand: we werken, betalen, sparen, organiseren, maar de machine hapert. De toekomst lijkt niet verdwenen, maar ze schuift weg. Ze wordt moeilijker bereikbaar. In Franstalig België klinkt de emotie harder. Daar regeert vaker woede. Niet omdat de zorgen fundamenteel anders zijn, maar omdat het vertrouwen in herstel zwakker is. Het systeem heeft niet alleen gebreken, het systeem heeft gefaald. En erger nog: het lijkt niet bij machte zichzelf te herstellen.

Dat verklaart ook waarom gevoelens van achterstelling sterker leven in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen. In De Stemming zegt 56 procent van de Walen en 51 procent van de Brusselaars dat mensen zoals zij door de overheid worden benadeeld, tegenover 36 procent van de Vlamingen. Ook maatschappelijk voelt 61 procent van de Walen zich benadeeld, tegenover 45 procent in Vlaanderen. Relatieve deprivatie, noemen de onderzoekers van UA en ULB dat fenomeen: het gevoelen dat mensen, ‘zoals zij’, benadeeld worden, zowel politiek als maatschappelijk. En dat gevoelen is significant sterker aanwezig in Franstallig België dan in Vlaanderen.
 
Dat is de Belgische paradox van vandaag. Eén land, maar twee emoties. In Vlaanderen overheerst frustratie over een systeem dat zich onvoldoende weet te herstellen. In Franstalig België overheerst woede over een systeem dat zijn belofte niet meer waarmaakt.

De vraag is dan: hoe ga je als beleidsmaker , maar ook als media, om met verschillende emoties? Niet door frustratie en woede op één hoop te gooien. Ze lijken op elkaar, maar vragen een andere politieke taal.

Frustratie moet je beantwoorden met perspectief. De gefrustreerde burger heeft het systeem nog niet opgegeven. Hij gelooft nog dat herstel mogelijk is, maar wil bewijs zien. Geen grote beloften, geen nieuwe blauwdrukken, geen communicatiecampagnes over vertrouwen. Wel tastbare hervormingen die tonen dat de overheid opnieuw in staat is om het herstel veilig te stellen, in het bijzonder de overheidsfinanciën. Frustratie vraagt om slagkracht. Om het gevoel: er wordt eindelijk iets opgelost.

Woede vraagt iets anders. Woede ontstaat wanneer mensen niet alleen denken dat het systeem slecht werkt, maar dat het hen in de steek heeft gelaten. Wie woede alleen beantwoordt met cijfers, efficiëntie of managementtaal, maakt haar groter. Woede wil eerst erkenning. Mensen willen horen dat hun ervaring niet wordt weggezet als overdrijving, ressentiment of populisme. Pas daarna ontstaat ruimte voor oplossingen.

Dat betekent niet dat beleidsmakers woede moeten volgen in haar meest radicale uitingen. Integendeel. De opdracht is net om woede te erkennen zonder haar te exploiteren. Om bescherming te bieden zonder valse vijanden aan te wijzen. Om de roep om meer veiligheid, extra koopkracht  (door lagere belastingen) en basisdiensten ernstig te nemen zonder de samenleving verder op te delen in winnaars en verliezers. Voor Vlaanderen betekent dit: toon dat hervorming werkt. Voor Franstalig België betekent dit: toon dat bescherming niet verdwenen is. In het ene geval moet beleid opnieuw ambitie geloofwaardig maken. In het andere geval moet beleid opnieuw zekerheid voelbaar maken.

Goed beleid begint vandaag dus niet met nog meer uitleggen. Het begint met opnieuw grip geven aan mensen. Grip op zorg. Grip op onderwijs. Grip op veiligheid. Grip op koopkracht. Grip op de toekomst. 'Take back control' was ooit de slogan waarmee in het VK ooit het referendum over Brexit werd gewonnen. Want mensen vragen niet dat de overheid alle onzekerheid wegneemt. Dat kan ze niet. Ze vragen wel dat de overheid opnieuw bewijst dat ze niet machteloos is. Dat is een belangrijk verschil.

Archief / INTELLIGENCE