Fr

TRAINING&BOOKS

SXSW: Mensen willen ertoe doen en wellicht wordt dat het echte probleem van AI, door Danny Devriendt (Omnicom Media)

Zaterdag 14 Maart 2026

SXSW: Mensen willen ertoe doen en wellicht wordt dat het echte probleem van AI, door Danny Devriendt (Omnicom Media)

Er zijn zo van die festivaldagen waarop alle puzzelstukjes in elkaar lijken te passen. De sessies voelen niet langer als losse presentaties, maar beginnen verbanden te vertonen en elkaar te beïnvloeden. De slides blijven doorlopen, de microfoons werken nog steeds, alle aanwezigen checken het programma als gedisciplineerde pelgrims met hun plastic badge, maar de ideeën vallen op een heel andere manier samen. Vandaag was zo’n dag. Mijn soort dag. Het soort dag waarop lezingen van mensen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, stilaan een groter patroon vormen en alles opeens extra betekenis krijgt.
 
Officieel heet de dag Crossover Day en het is de laatste van SXSW EDU; hij valt opzettelijk samen met de start van de SXSW Innovation-conferentie. Twee werelden die normaal gesproken op veilige afstand van elkaar blijven, delen plots dezelfde podia. Onderwijsexperts en vernieuwers zitten naast elkaar. Onderzoekers en technologieontwikkelaars worstelen met dezelfde vragen en ontdekken vaak dat ze hetzelfde probleem vanuit totaal verschillende richtingen hebben benaderd. Het resultaat is een licht explosieve mix van ideeën, zonder duidelijke waarschuwing. Die ideeën botsen in mijn inmiddels wat oudere hoofd en langzaam tekenen zich hoofdlijnen af.
 
Op een neoninstallatie van Alicia Eggert staat “Dit huidige moment was ooit een onvoorstelbare toekomst.” Misschien is dat wel de beste samenvatting van de hele dag.
 
Moonshots zonder jargon
 
Mijn ochtend begon met een stevige sessie met de titel “Moonshots that move the needle”. Op het podium staat Arati Prabhakar — voormalig directeur van DARPA en ex-wetenschappelijk adviseur van de Amerikaanse president — samen met Eden Xenakis van de Bezos Family Foundation en Steve Ritter van Carnegie Learning. Moderator van dienst is beleidsstrateeg Kumar Garg.
 
Het woord moonshot is in het innovatie-ecosysteem zo vaak opgerekt dat mijn grijzende hoofd het meestal vertaalt als een duur en grotendeels nutteloos idee met een optimistische keynote erbij. Het panel erkende dat vrijwel meteen en probeerde het begrip daarna te rehabiliteren.
 
Prabhakar vertelde het verhaal van de mRNA-vaccins op een manier die de chronologie verschuift naar de manier waarop de meeste mensen zich de periode herinneren. De doorbraak tijdens corona krijgt pas betekenis als je de klok terugdraait. Jaren voor er sprake was van een pandemie had DARPA (een onderzoeksorganisatie van het Amerikaanse ministerie van Defensie, nvdr) al geïnvesteerd in fundamenteel onderzoek naar de kwestie. Door die vroege inspanningen hoefden wetenschappers niet vanaf nul te beginnen toen het virus opdook. Ze konden voortbouwen op een bestaande infrastructuur.
 
Het resultaat was een wetenschappelijke sprint die nog steeds bijna ongelooflijk klinkt: tussen de identificatie van de genetische sequentie en de productie van doses voor klinische proeven zaten amper 42 dagen. Douglas Adams had het al veel eerder begrepen 😊.
 
Zoals Prabhakar benadrukte, ziet een echte moonshot er precies zo uit, als een gok op een platform, voor er sprake is van dringende noodzaak, als de return on investment nog puur speculatief lijkt.
 
De vergelijking met onderwijs veroorzaakte enige ongemakkelijke stilte. Onderzoek en ontwikkeling in het Amerikaanse onderwijs krijgen minder dan 0,1% van de overheidsuitgaven, een fractie van wat naar defensie, gezondheidszorg, energie of ruimteonderzoek gaat. En toch zijn we regelmatig verbaasd dat grootschalige veranderingen in onderwijs langzaam verlopen … simpelweg omdat de sector nauwelijks middelen heeft om risico’s te nemen.
 
Het voorbeeld van Mississippi laat de tegenovergestelde dynamiek zien. De staat ging van de 49ste naar de negende plaats in de nationale rangschikking van leesvaardigheid dankzij een systematische, op onderzoek gebaseerde aanpak die geduldig en stap voor stap werd ingevoerd.
 
Een ander punt uit het panel bleef me de hele dag bezighouden. Het huidige AI-momentum is geen gewone golf, maar — natuurlijk — een S-curve. De kosten van AI-tokens dalen razendsnel: ongeveer honderd keer om de 18 maanden. Experimenten die vandaag nog 4000 dollar per student kosten, gaan richting 1000 dollar of minder.
 
Ondertussen draaien teams van het Learning Engineering Virtual Institute al experimenten die proberen leerresultaten in wiskunde op middelbare scholen te verdubbelen op grote schaal.
 
De implicatie is duidelijk: de technische capaciteit komt snel. De echte beperking is institutionele bereidheid om te investeren en te experimenteren … met andere woorden: institutionele moed.
 
De toekomst die er misschien al is
 
Halverwege de ochtend, na nog een dosis cafeïne, kwam het Institute for the Future met een bijzonder prikkelende sessie: “Strategy in times of chaos: Imagining Futures of Education”, geleid door futurist Marina Gorbis samen met onderwijswetenschapper Maisha T. Winn.
 
Hun kader bood iets dat zeldzaam is op conferenties: een denktool die werkelijk bruikbaar lijkt als de omgeving chaotisch is.
 
Het aangereikte proces start met een terugblik om het verleden zorgvuldig analyseren en terugkerende patronen te herkennen. Daarna volgt een onderzoek van het heden, om aannames te identificeren die in instituties blijven bestaan, zelfs nadat bewijs ze heeft weerlegd. Pas daarna ga je proberen de toekomst te verbeelden, naar de toekomst verbeelden, op zoek naar zwakke signalen dat er verandering zit aan te komen in de marge.
 
Het meest memorabele concept uit deze sessie was dat van zombie ideas. Dat zijn overtuigingen die empirisch weerlegd zijn, maar die beslissingen blijven sturen omdat hele institutionele structuren ervan afhangen.
 
In onderwijs bijvoorbeeld is dat het idee dat een diploma automatisch economische mobiliteit garandeert, wat helaas niet het geval is. In organisaties en bedrijven zijn de equivalenten pijnlijk herkenbaar: meer processen betekent meer kwaliteit of druk zijn betekent belangrijk zijn.
 
Zombie ideas verbruiken middelen zonder dat er een haan naar kraait en verhinderen dat instituties zich aanpassen. Ik hou van dat concept — en van die naam die meteen blijft hangen.
 
Het instituut illustreerde dit met vier hypothetische universiteiten in 2036: Stonebridge University – bewust analoog en mensgericht, Nova Co-Learning University – AI als onderwijs-partner, PathForge University – AI orkestreert het curriculum en Arcadia University – mensen en AI naast elkaar zonder strikte hiërarchie. Alle vier beginnen al in verschillende vormen in de echte wereld op te duiken.
 
Jennifer Wallace en het woord dat de dag veranderde
 
Toen de keynote van 13u begon, zat mijn hoofd al behoorlijk vol ideeën.
 
De titel — “Mattering: human connection, recognition, and resilience” — deed meteen een kort, maar luid innerlijk belletje rinkelen. Keynotes hebben immers een lange traditie dat ze complexe menselijke inzichten verpakken in overdreven gladde motivatiekaders en pseudopsychologie. Maar ik was nieuwsgierig genoeg om toch te volgen. En wat een verrassing.
 
Jennifer B. Wallace begon met nostalgie. Vaste telefoons komen terug. Wegwerpcamera’s ook. Families rijden uren om in Pizza Hut-restaurants te eten die exact zijn ingericht zoals in de jaren ’90. Niet omdat de pizza beter is. Wat mensen zoeken is het gevoel: gekend worden, gewaardeerd worden, nodig zijn.
 
Als dat zo doorgaat, word ik binnenkort zelf ook weer trendy. Deze observatie leidt tot haar centrale argument. Het gevoel ertoe te doen (mattering) kan niet worden gereduceerd tot een sentimenteel idee. Het is een meetbare psychologische behoefte, geworteld in evolutionaire biologie en neurowetenschap. Gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis betekende gewaardeerd worden door de groep zoveel als overleven. Uitgesloten worden betekende sterven. De neurologische bedrading die met die realiteit verbonden is, is nog steeds zeer actief.  Als mensen het gevoel hebben dat ze er niet toe doen, zijn de effecten onmiddellijk: de angst neemt toe en mensen trekken zich terug. In extremere gevallen keert dat gevoel zich naar binnen.
 
Wallace merkte op dat in haar onderzoek de woorden die suïcidale mannen het vaakst gebruikten om hun ervaring te beschrijven, hard en pijnlijk waren: “useless” (nutteloos) en “worthless” (waardeloos)
 
Het SAID-model
 
Wallace organiseert haar onderzoek rond vier componenten die ze SAID noemt: Significant – je voelt je belangrijk, Appreciated – je wordt gewaardeerd, Invested – iemand investeert in jouw toekomst, Depended on – anderen rekenen op je.
 
Om dit te meten gebruikt ze vijf eenvoudige vragen: Hoe belangrijk ben je voor anderen?, Hoeveel aandacht geven mensen je?, Hoe erg zouden mensen je missen als je verdween?, In welke mate rekenen anderen op je?, Hoe tonen mensen dat ze om je geven?.
 
Opvallend: als mensen momenten beschrijven waarop ze zich echt belangrijk voelden, noemen ze zelden promoties of prijzen. Ze noemen kleine dingen als een buur die soep brengt als je ziek bent of een collega die onthoudt welke snack je altijd om 15u eet.
 
Erkenning, geen ceremonie
 
Het is ook een bedrijfsprobleem. Volgens Gallup voelt ongeveer 70% van de werknemers zich niet betrokken op het werk. Volgens Wallace is dat geen luiheid maar zelfbescherming. Als mensen zich onzichtbaar voelen in een organisatie, wordt emotionele terugtrekking een rationele reactie. Werknemers die betekenisvolle erkenning krijgen zoeken 48% minder vaak een nieuwe baan en kunnen tot 5× meer betrokken zijn. Een cultuur waarin mensen voelen dat ze ertoe doen is dus niet alleen menselijk — het is ook economisch slim.
 
De ultieme AI-dreiging: betekenisloosheid en verveling
 
Aan het einde van haar talk zei Wallace iets dat bleef hangen. Veel techleiders denken dat mensen in het komende decennium voor veel taken misschien niet meer nodig zijn. De echte uitdaging is dus niet alleen gelijke tred houden met machines. Het is het beschermen van de menselijke behoefte om ertoe te doen in een wereld die steeds meer rond automatisering wordt georganiseerd.
 
Een andere sessie citeerde een statistiek van Common Sense Media: 1 op de 3 Amerikaanse tieners zegt liever met een AI-companion te praten dan met een ander mens.
 
Wat dit met ons te maken heeft?

Dit is waar ik voortdurend aan bleef denken terwijl ik van sessie naar sessie liep tijdens deze Crossover Day: elk kader dat vandaag werd gepresenteerd — het SAID-model voor het gevoel ertoe te doen, de moonshot-denkmethode, het concept van zombie ideas, de toekomstscenario’s van het Institute for the Future (IFTF) — is net zo relevant voor een productteam in een technologiebedrijf, een strategieteam in een mediabedrijf of een directieteam in een industriële onderneming als voor een onderwijsexpert of docent.
 
Het gevoel ertoe te doen is een probleem van organisatie-ontwerp, geen schoolprobleem.
 
Het cijfer van 70% niet-betrokken werknemers komt niet uit het onderwijs. Het komt uit het wereldwijde Gallup-onderzoek naar de werkplek. De erosie van het gevoel ergens bij te horen, de ervaring onzichtbaar te zijn binnen instellingen die je eigenlijk zouden moeten waarderen: dat is een dringende bedrijfscrisis.
 
Zombie ideas zijn een strategisch probleem, geen probleem van een schoolprogramma. Elke sector heeft zijn zombie ideas (twee pagina’s later vind ik dat woord nog steeds geweldig): aannames die blijven bestaan omdat ze ter discussie stellen ongemakkelijke herstructureringen zou vereisen: de overtuiging dat de overgang van diploma naar baan de juiste maatstaf is, de overtuiging dat AI een hulpmiddel is dat je rustig in één afdeling kunt testen, de overtuiging dat cultuur is wat op de muren staat geschreven, in plaats van wat er daadwerkelijk gebeurt in je werkruimte (hopelijk een hybride werkruimte).
 
Levenslang leren is een steeds sneller groeiende noodzaak, geen discreet verlangen.
 
De vraag is niet of je moet blijven leren; de vraag is of je instelling — school, werkgever, of jijzelf — ontworpen is om dat te ondersteunen, of dat men er gewoon van uitgaat dat het wel gebeurt.
 
Het woord van deze donderdag was: mattering — ertoe doen. Het gevoel ertoe te doen als diagnose. Voelen mensen in jouw organisatie zich belangrijk, gewaardeerd, gesteund en nodig? Voelen ze zich gekend, in plaats van alleen maar beoordeeld? Kunnen ze een duidelijke lijn trekken tussen wie ze zijn en het verschil dat ze maken?
 
Als het antwoord onzeker is, dan is dat geen probleem van welzijn, geluk of wellness… het is een ontwerpprobleem dat uiteindelijk je organisatie tot in haar diepste fundamenten kan doen wankelen.
 
Wallace sloot haar lezing af met een eenvoudige oefening voor elke avond. Voor je in slaap valt, stel jezelf twee vragen: "Wanneer voelde ik me vandaag gewaardeerd?" En "Waar heb ik vandaag waarde toegevoegd?" 

Wil je de wereld d veranderen? Begin dan daarmee.

Archief / TRAINING&BOOKS