Fr

TRAINING&BOOKS

SXSW: Charmageddon, cognitief darwinisme en de homerun van een futurist, door Danny Devriendt (Omnicom Media)

Dinsdag 17 Maart 2026

SXSW: Charmageddon, cognitief darwinisme en de homerun van een futurist, door Danny Devriendt (Omnicom Media)

Tot nu toe voelt SXSW Innovation 2026 als een grootschalige praktijktest midden in een soort Charmageddon: wat gebeurt er als onbeheersbare AI’s, agressieve agents, antropomorfe avatars en alwetende algoritmen onze harten proberen te verleiden, onze aandacht kapen en ongemerkt de manier herprogrammeren waarop werk, gezondheid, het brein, steden, het klimaat en creativiteit achter de schermen functioneren?
 
De officiële framing verraadt het al, opgedeeld in thema’s zoals Tech & AI, Startups, Cities & Climate, Creator Economy, Workplace, Design en Health — een universum gevormd door een gigantisch Venn-diagram waarin alles wat momenteel opnieuw wordt bedraad elkaar overlapt. Het grote verhaal in Austin dit jaar is convergentie: SXSW behandelt “technologie” niet langer als een apart object, maar ziet innovatie als het besturingssysteem dat in één beweging businessmodellen, stedelijke systemen, werkplekken, huizen, relaties, media, werk en het dagelijks leven herstructureert… en dat voelt eigenlijk heel logisch.
 
Amy Webb heeft tot nu toe waarschijnlijk de scherpste intellectuele klap uitgedeeld. Op het podium heeft ze letterlijk het klassieke tech-trendrapport begraven — kist, bloemen, het hele ritueel — en betoogd dat we aan het einde zijn gekomen van het tijdperk van “Top Trends for 20XX”. In plaats daarvan stelt ze een hardere, eerlijkere lens voor: “convergenties”, systemische botsingen tussen technologie en maatschappelijke verandering, gevolgd via haar Storm Tracker-framework. Dat vat perfect de spanning samen die ik deze week overal voel: niemand geeft nog echt om losse, glanzende demo’s; de echte angst zit in wat er gebeurt als AI infrastructuur wordt voor biologie, gezondheid, vertrouwen, werk en menselijke identiteit.
 
Zelfs de startupkant zendt hetzelfde signaal uit. SXSW Pitch is historisch gezien een goede vroege radar voor waar oprichters en kapitaal werkelijk naartoe bewegen, en dit jaar bekroonde het winnaars in AI en GenAI, autonome robotica, ziekte-detectie, slimme infrastructuur en duurzaamheid. Sotira won “Best in Show” met een AI-gedreven platform dat distributeurs, fabrikanten en merken helpt om overtollige of bijna verlopen voorraad discreet te verkopen, te commercialiseren of te doneren in plaats van die naar het stort te sturen. Categoriewinnaars zoals AlterEcho.io in robotica, Surgicure Technologies in gezondheidszorg en GigU in smart city-infrastructuur wijzen in dezelfde richting. De boodschap is opvallend eerlijk: ja, AI blijft de grootste magneet voor talent en investeringen, maar het geduld voor “AI om de AI” is verdwenen; het interessante werk zit in AI die verbonden is met echte systemen in de wereld.
 
Onder al die mechaniek stroomt een sterke menselijke ondertoon. Wie het programma bekijkt, ziet een festival dat geobsedeerd is door creator-led commerce, gelijkheid in gezondheidszorg, de toekomst van werk en één fundamentele vraag: zullen mensen zich nog belangrijk voelen in systemen die steeds meer geoptimaliseerd zijn voor agents en automatisering? Sessies over AI-native creatorbedrijven, ondervertegenwoordigde oprichters in de zorg, livestreaming als inkomstenbron en de psychologie van “ertoe doen” draaien allemaal rond hetzelfde zwaartepunt: als AI een onzichtbare infrastructuur wordt, hoe beschermen we dan betekenis, handelingsvermogen, vertrouwen en menselijke relevantie binnen deze nieuwe stack?
 
Dat is de achtergrondmuziek die door mijn hoofd speelt na de eerste helft van het festival. En dan is er Brian. Als een vriend die terugkomt met een tas vol wijsheid
 
Brian Solis is verre van een neutrale observator in mijn SXSW-verhaal; hij is een vriend die ik al lang ken en iemand die mij — en een hele generatie — hielp het sociale web te zien voor wat het werkelijk was. Lang voordat sociale media een meedogenloze advertentiemachine werden, schreef hij The Social Media Manifesto, waarin hij stelde dat het geen nieuw kanaal was, maar een herconfiguratie van invloed, participatie en publieke dialoog zelf. Zijn uitspraak van toen, “social media is about sociology and anthropology, not technology”, blijkt achteraf bijna ongemakkelijk accuraat.
 
Na zeven jaar afwezigheid op SXSW keert Brian terug naar Austin met precies diezelfde antropologische blik, nu gericht op generatieve AI, augmented intelligence en wat dit alles doet met onze hersenen, families, organisaties en leiderschapsmodellen. Zijn sessie, “Augmented Intelligence and Leadership in the AI Era”, was voor mij de beste samenvatting van de toon van deze festivaldag: minder “wauw, kijk dit model”, en meer “wat zijn we onszelf eigenlijk aan het aandoen?”
 
AI-slop, cognitief darwinisme en de verborgen AI-belasting
 
Brian opent met iets heerlijk onbeleefd voor een zaal vol AI-enthousiastelingen: “AI slop”. AI slop is zijn label voor de stroom generieke, middelmatige, gekopieerde AI-content die onze feeds, inboxen en interne documenten overspoelt — vooral op LinkedIn, waar zelfs reacties inmiddels aanvoelen als een kermis van ontspoorde prompts. Volgens hem betalen we daarvoor een “AI-belasting”: de onzichtbare uren die we verliezen aan het herschrijven, corrigeren of samenvatten van door machines gegenereerde brij, alleen om er nog een bruikbaar (maar vaak nog steeds slecht) signaal uit te halen.
 
Maar het meest interessante is wat dit met onze hersenen doet. Op basis van nieuw hersenonderzoek en gedragsstudies introduceert Brian een hele resem termen: digitale amnesie, cognitieve uitbesteding, cognitieve schuld, AI-atrofie, een door AI “opgebrande” hersenstaat. Hoe meer we denken uitbesteden aan AI, hoe zwakker onze eigen cognitieve spieren worden; hoe meer we ons laten beïnvloeden door flatterende, antropomorfe feedback van deze systemen, hoe groter het risico dat we statistische patroonherkenning verwarren met wijsheid of echte validatie. Hij noemt dit geheel “cognitief darwinisme”: een trage, bijna onzichtbare selectiedruk die mensen bevoordeelt die hun denken uitbesteden boven degenen die het blijven trainen — tot het moment dat dat verschil problematisch wordt.
 
Zijn conclusie is scherp en noodzakelijk: verkeerd gebruikt zou generatieve AI misschien wel waarschuwingen moeten krijgen zoals sigaretten, niet alleen een vriendelijke onboarding. We exporteren stukjes van ons geheugen, onze originaliteit en onze stem naar een machine en doen vervolgens alsof dat een acceptabele bijwerking is in ruil voor snellere slides. Dit is precies het soort convergentie waar SXSW op wijst: niet AI versus mensen, maar AI die inwerkt op mensen.
 
Fake AI-leiderschap, echte breuken
 
Vervolgens richt Brian zijn kritiek op de bestuurskamer. We verdrinken niet alleen in AI-content, maar ook in “AI-journalistiek” en schijnleiderschap: koppen over bedrijven die “40% van hun personeel vervangen door AI”, juichende markten, en weinig bewijs dat het meer is dan opportunistische kostenbesparing verpakt in een buzzword. Wanneer elk LinkedIn-profiel en elke keynote dezelfde door AI gladgestreken stem gebruikt, wordt “expertise” een sfeer in plaats van een praktijk — en brokkelt organisatorisch vertrouwen snel af.
 
Daar introduceert hij een van de nuttigste modellen van de dag: een adoptiekaart met punten — grijs voor niet-gebruikers, groen voor gratis gelegenheidsgebruikers, geel voor serieuze betalende gebruikers, rood voor builders en coders — waarbij elk punt miljoenen werknemers vertegenwoordigt. 
Het probleem is niet dat de grijze punten bestaan; het is dat de gele gebruikers hun groene tegenhangers al zeven keer overtreffen, terwijl organisaties nog steeds praten over “AI-vaardigheid” alsof het een uniforme, binaire skill is. Deze kloof is geen theorie; het is een structurele breuk in bedrijven en arbeidsmarkten.
 
Zijn antwoord is om te verbreden wat “goed zijn met AI” betekent. Hij stapelt IQ, EQ (emotionele intelligentie), SQ (sociale vaardigheden) en zelfbewustzijn, en voegt daar AIQ aan toe: het AI-quotiënt. Maar AIQ alleen is niet genoeg; het moet samensmelten met “augmented intelligence”: werk herontwerpen zodat mensen blijven doen waar ze uniek in zijn — verbeelden, empathie tonen, betere vragen stellen — terwijl AI dat vermogen uitbreidt in plaats van vervangt.
 
Van mindset naar mind shift: augmentatie in de praktijk
 
Brian vraagt niet om een mindset change, maar een mind shift: minder inspirerende slogans, meer firmware-updates. De vraag is niet langer “Hoe gebruik ik AI om sneller te doen wat ik al deed?”, maar “Wat kan ik nu proberen dat eerder onmogelijk was?”
 
Hij grijpt terug naar Sir Ken Robinson: we groeien niet naar creativiteit toe; we worden eruit opgeleid. Organisaties meten vandaag trots AI-“proficiency” en “fluency” — hoe goed mensen de nieuwe regels volgen — maar bouwen daarmee vooral een geautomatiseerde status quo. Als je AI gebruikt om het verleden te automatiseren, sluit je jezelf op in een beperkt toekomstbeeld: je wordt heel efficiënt in blijven wie je al was.
 
Zijn alternatief is een tweehorizontenmodel: Horizon één: automatiseer repetitief werk en oogst efficiëntiewinsten. Horizon twee: gebruik AI bewust voor exploratie — nieuwe problemen, prompts en ideeën — en accepteer dat een deel van de output rommelig zal zijn.
 
Die kloof noemt hij “positieve disruptie”: het doorbreken van je eigen gewoonten en denkmodellen.
 
WWAID en “waar sta jij voor?”
 
Twee elementen springen eruit. Het eerste is WWAID: “What Would AI Do?” Voor je begint, stel je die vraag. Wat zou een perfecte intelligentie doen? Gebruik dat als contrast en laat AI rollen aannemen die je aannames uitdagen — de boze klant, de regulator, de visionaire concurrent. De meeste mensen gebruiken AI als een betere Google; dit duwt je daar voorbij.
 
Het tweede is een persoonlijke kernvraag: “What do you stand for?” In een wereld van AI-assistentie en aandachtseconomie moet je actief definiëren waar je voor staat. Anders verkopen platforms je een geprefabriceerde identiteit, geoptimaliseerd voor engagement.
 
Een conferentie als stemvork
Zet Amy Webb’s “begrafenis van trends” naast Brian Solis’ analyse van AI slop, en je krijgt een nauwkeurig beeld van SXSW 2026. Aan de ene kant: stop met losse trends, focus op convergenties. Aan de andere kant: die convergenties spelen zich al af in ons hoofd, ons werk en onze systemen.
 
Daarom voelde zijn sessie als de stemvork van deze eerste helft. Het verklaart waarom zoveel sessies terugkomen op dezelfde zorg: AI niet alleen als productiviteitstool, maar als onzichtbare kracht die vertrouwen, creativiteit en ons gevoel van betekenis beïnvloedt.
 
Brian pleit niet voor minder AI. Hij pleit voor minder luiheid: minder AI-slop, minder blinde automatisering van het verleden, en veel meer bewuste augmented intelligence — gebouwd op empathie, nieuwsgierigheid, creativiteit — en een eerlijke confrontatie met één simpele vraag: waar sta jij voor?

Archief / TRAINING&BOOKS