Fr

TRAINING&BOOKS

SXSW: De stad als schouwtoneel, door Danny Devriendt (Omnicom Media)

Donderdag 12 Maart 2026

SXSW: De stad als schouwtoneel, door Danny Devriendt (Omnicom Media)

Moeilijk te geloven dat SXSW dit jaar veertig wordt. Een hele leeftijd voor een luidruchtig en wat geïmproviseerd muziekfestival dat uitgroeide tot een evenement op stadsniveau, waar start-ups, filmmakers, muzikanten en licht excentrieke innovatie-optimisten samenkomen om de toekomst te prototypen. Het is vandaag een van de meest complexe en inspirerende festivals ter wereld.
 
Ik kom graag een paar dagen voor de officiële start in Austin aan. Voor mij is SXSW een soort mentale reset van het jaar: een vreemd kalibratieritueel waarbij cultuur, technologie en een lichte jetlag uiteindelijk in elkaar overvloeien. Ik moet de stad eerst voelen, nog vóór de massa arriveert.
 
Vanuit mijn tijdelijke uitvalsbasis in Lakeway, hoog boven Lake Travis — een beetje zoals een kluizenaar op cafeïne high - kijk ik hoe Austin zich voorbereidt op de storm. Die eerste dagen hebben iets bijzonders. Koffie, breakfast tacos, optimisme, agenda’s die tot op de minuut gevuld zijn en ergens ook die lichte geur van iets te warm gelopen durfkapitaal. De stad staat er als een gitaar op haar standaard, wachtend tot iemand het eerste akkoord aanslaat. En ik besef opnieuw hoezeer dit festival de metronoom is die het ritme van mijn denkwije bepaalt.
 
Dit jaar heeft het circus alleen zijn tent verloren.
 
SXSW, het festival dat in 1987 begon en Austin uiteindelijk veranderde in een jaarlijkse trekpleister voor nieuwsgierige mensen, viert dus zijn veertigste verjaardag. Maar het Austin Convention Center — de enorme brutalistische betonnen bijenkorf die decennialang het hart van het festival vormde en voor mij een soort thuis ver van huis was — bestaat niet meer. De stad heeft het gebouw afgebroken, om plaats te maken voor een nieuwe constructie die pas in 2029 opnieuw haar deuren zal openen.
 
Een kwart eeuw lang begon mijn mentale kaart van SXSW daar. Eindeloze gangen, felverlichte vergaderzalen, bloggers lounges die tegelijk chaotisch en inspirerend waren, en beurshallen vol start-ups die “de volgende revolutie” presenteerden. Nu zijn er alleen nog stof en bouwhekken. Ik had niet verwacht dat dat lege gat zoveel emotie zou oproepen… ’t moet zijn dat ik ouder word.
 
In plaats daarvan heeft SXSW zich nu verspreid over drie “clubhouses” in het centrum. Innovatie zit in Brazos Hall. Film en televisie rond het Paramount Theatre. Muziek in het Red River Cultural District. En de rest is neergestreken in de balzalen van diverse hotels: het Fairmont, het JW Marriott, het Thompson, het Hilton, The LINE en de Omni. Ik ben blij dat ik mijn meest comfortabele schoenen heb meegenomen.
 
Vreemd genoeg denk ik dat het ontbreken van het congrescentrum het festival zelfs gezonder kan maken. Zonder die grote conferentiebox wordt de stad zelf de infrastructuur. Tussen twee sessies door kom je straatmuzikanten tegen, foodtrucks, en gesprekken die plots uitmonden in nieuwe projecten. Mensen uit de filmwereld belanden in panels over AI. Start-up oprichters lopen toevallig een muziekshowcase binnen. Die botsingen voelen spontaan — op de best mogelijke manier.
 
Het thema van dit jaar, “All Together Now”, omarmt die chaos volledig. Voor het eerst lopen de drie grote tracks — Innovatie, Film & TV en Muziek — gelijktijdig gedurende de hele week. Zeven dagen lang, een overdaad aan activiteiten… en een podium dat zich over de hele stad uitstrekt.
 
Hey Teacher!

Ik warm mijn brein op bij SXSW EDU, de onderwijsconferentie die discreet fungeert als het intellectuele voorprogramma van het hoofdfestival. Onderwijs is waar de echte discussies plaatsvinden — en eerlijk gezegd ook waar mijn hart ligt. Technologie, beleid, kinderen, studenten, mentoren en de toekomst zitten er samen in dezelfde zalen, een beetje zoals een familiediner dat plots interessant begint te worden. De optimisten zijn er. De cynici ook.
 
Dit jaar is er een nieuwe leerling in de klas: artificiële intelligentie. AI is binnengekomen en heeft een stoel bijgeschoven. Niemand begrijpt die nieuwkomer al helemaal. Handig is hij zeker… maar ook een beetje verontrustend en vreemd goed in huiswerk.
 
Een van de belangrijkste keynotes komt van Adeel Khan, oprichter en CEO van MagicSchool AI, een platform dat AI-tools ontwikkelt specifiek voor leerkrachten.
 
Zijn boodschap is verfrissend eerlijk. Leerkrachten experimenteren vandaag al massaal met AI. Sommige tools besparen echt tijd. Sommige verminderen burn-out. Sommige verbeteren zelfs het leerproces. Andere lijken geschreven door mensen die nog nooit een klaslokaal van binnen hebben gezien.
 
Khan herhaalt een zin die merkbaar opluchting brengt in de zaal: leerkrachten zijn magisch, niet de AI. De machine kan het administratieve werk doen — taken verbeteren, roosters organiseren, lesplannen structureren. Maar het menselijke stuk blijft onvervangbaar: nieuwsgierigheid aanwakkeren, aanmoedigen… en de eeuwenoude kunst om een tiener te overtuigen dat moeite doen misschien toch ergens toe kan leiden.
 
Een andere keynote verenigt Bruce Reed — verantwoordelijk voor AI-strategie bij Common Sense Media en eerder deputy chief of staff in het Witte Huis onder Biden — met Laurie Santos, professor psychologie aan Yale en bekend van haar cursus over geluk en de podcast The Happiness Lab. Hun onderwerp klinkt bijna rustig: jonge geesten en welzijn in het AI-tijdperk. Maar de spanning eronder is duidelijk. De algoritmes van sociale media bepalen nu al hoe jongeren naar zichzelf kijken. En nu komt generatieve AI in datzelfde ecosysteem terecht.
 
De echte vraag is intussen niet meer of technologie thuishoort in het onderwijs. Dat debat is waarschijnlijk ergens rond de lancering van de tweede iPhone geëindigd. De echte vraag is: welke vangrails we bouwen wanneer de systemen die onze kinderen vormen sneller evolueren dan de volwassenen die ervoor verantwoordelijk zijn.
 
“Guardrails”
 
Het is duidelijk dat dit een van die typische SXSW-woorden wordt die overal opduiken. Jennifer B. Wallace, journalist en auteur van Never Enough, zal spreken over “mattering”: die diep menselijke behoefte om ertoe te doen. Om nuttig te zijn. Om gezien te worden. Het klinkt simpel. De gevolgen zijn enorm.
 
Wanneer mensen het gevoel hebben dat ze ertoe doen, gedragen ze zich anders. Ze bouwen, dragen bij, werken samen. Wanneer dat gevoel ontbreekt, krijg je eenzaamheid, burn-out, quiet quitting… of jongeren die verdwijnen in algoritmische rabbit holes.
 
Ik voel daarbij een licht ongemakkelijke gedachte opkomen: we hebben systemen gebouwd die perfect geoptimaliseerd zijn voor prestaties. Maar we zijn vergeten te checken of de mensen in die systemen zich nog gezien voelen.
De Launch Startup Competition is de plek waar jonge onderwijsstartups hun ideeën presenteren onder het felle licht van een klein podium. De concepten zijn nog pril, soms heerlijk onafgewerkt, maar je hoort bijna de tandwielen draaien en de mogelijkheden ontstaan.
 
Storytime AI experimenteert met generatieve verhalen om lezen interactiever en persoonlijker te maken voor jonge leerlingen. ShareTheBoard wil het klassieke schoolbord herdenken door lessen op te nemen zodat ze herbruikbaar en deelbaar worden.
 
Opal for Schools focust op digitaal welzijn en helpt scholen schermtijd beter te beheren. Youth for STEM Equity probeert iets aan te pakken dat tegelijk pijnlijk evident en historisch genegeerd is: meer toegang tot STEM-onderwijs voor kinderen die traditioneel buiten dat traject vallen. Rézme stelt zich de vraag of het klassieke cv nog wel de juiste interface is voor een generatie die leert via projecten, communities en niet-lineaire carrières.
 
En dan is er de winnaar van dit jaar: Apprentos, een soort besturingssysteem voor duaal leren. Het vervangt een logge pre-internetbureaucratie door een modern platform waarmee werkgevers in minuten programma’s kunnen opstarten, overheden de impact in realtime kunnen volgen en talent mobile-first loopbaanbegeleiding krijgt.
 
Kijken naar founders die hun idee pitchen zet mijn perspectief telkens weer op scherp. De zaal zit vol slides, demo’s, zenuwachtige energie — en af en toe een moedige ziel die probeert een complex idee in drie minuten uit te leggen zonder flauw te vallen.
 
Sommige ideeën zullen falen. Andere verdwijnen geruisloos. Dat hoort bij eerste experimenten. Maar af en toe zie je een vonk. Dat moment waarop iemand een probleem zo helder benoemt dat de hele zaal plots naar voren buigt.
 
Onderwijs verandert zelden omdat een commissie een perfect rapport schrijft. Systemen zijn daarvoor te groot en te comfortabel. Echte verandering begint meestal rommeliger: een leerkracht die een tool bouwt, een founder die gefrustreerd raakt door hoe leren echt werkt, een klein prototype dat onbelangrijk lijkt… tot duizenden mensen het beginnen gebruiken.
 
Vooruitgang in onderwijs — zoals in veel menselijke systemen — komt zelden rechtlijnig. Vaak komt ze schuin binnen. En één vreemde week per jaar wordt Austin de plek waar net die ideeën botsen. In gangen. Op trottoirs. In koffierijen. In bars waar gesprekken van muziek naar machine learning glijden en eindigen bij de toekomst van het klaslokaal.
 
De stad verandert in een levend laboratorium van half afgewerkte ideeën en onverwachte samenwerkingen. Sommige zijn tegen de volgende SXSW alweer verdwenen. Een paar zouden de manier waarop de volgende generatie leert kunnen veranderen.
 
Zelf kijk ik uit naar die verandering… al is het met een lichte vermoeidheid. Of we er klaar voor zijn of niet, de vangrails voor AI-governance worden gebouwd terwijl de wagen met honderd kilometer per uur over Congress Avenue raast. En als we ons niet blijven richten op menselijke verbinding — die vonk tussen mentor en student die zelfs het krachtigste taalmodel nooit kan reproduceren — dan zijn we misschien gewoon onze eigen overbodigheid aan het optimaliseren.

Archief / TRAINING&BOOKS