Fr

ASSOCIATIONS

Harry Demey (LDV) over zelfregulering, voluntariaat en koppige keuzes

Zondag 5 Juli 2026

Harry Demey (LDV) over zelfregulering, voluntariaat en koppige keuzes

Na ruim dertien jaar neemt Harry Demey afscheid van de Raad voor Reclame, waar hij als bestuurder de ACC vertegenwoordigde. In die periode hielp hij de Raad uitgroeien van een organisatie die vooral bekend stond om de JEP tot een brede sectorvereniging die inzet op zelfregulering, ethische codes en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een goed moment om terug te blikken op vijftien jaar engagement voor de Raad én bijna drie decennia inzet voor de sector. Natuurlijk krijg je er hier en daar een welgemikte knuppel in het hoenderhok bij.

Harry, je bent net bestuurder af bij de Raad voor Reclame. Waarom ben je er in feite ingestapt?

Da’s een lang verhaal. Zoals je weet, zetelen in de Raad voor Reclame vertegenwoordigers van een aantal vakverenigingen, waaronder de ACC. Daar was ik na de oprichting van LDV United zowat de enige Vlaming, de spreekwoordelijke Flamand de service, en de toenmalige voorzitter Luc De Leersnyder heeft me op zijn volstrekt unieke manier afgevaardigd als ‘Chinese vrijwilliger’ voor de Raad voor Reclame.

Vroeger draaide de Raad vooral rond de JEP. Vandaag zijn de missie en de organisatie veel breder geworden.

Dat was ook nodig, want de sector is enorm veranderd. De verbreding van de Raad is het resultaat van een strategische oefening die ik samen met Luc Suykens (CEO van de UBA) en Wout Dockx (ex-algemeen secretaris van VIA) in gang gezet heb. Dankzij het hervormingstraject hebben we de organisatie versterkt, nieuwe stakeholders aan boord gehaald en de inhoudelijke missie verruimd. Vandaag heeft de Raad veel meer om het lijf dan de JEP alleen.

In feite hebben we echt tabula rasa gemaakt. We hebben Mark Frederix aangetrokken als voorzitter vanwege zijn rol als verbinder en zijn ervaring in corporate. Ook hebben we een paar nieuwe mensen aan boord gehaald en het aantal stakeholders uitgebreid. Zo heeft vandaag ook het middenveld een plaats in de Raad, naast vertegenwoordigers van de adverteerders, bureaus en media. Vandaag staat er een sterke organisatie en ik ben heel trots dat ik daar mee aan gebouwd heb.

De toezichthoudende functie van de JEP is nog altijd belangrijk, maar een andere pijler in de activiteiten betreft zelfregulering in de sector. Zo lag de Raad mee aan de basis van diverse ethische codes, onder andere rond alcohol en gokken, maar ook van richtlijnen zoals influencer marketing en de inzet van AI in reclame.

Waarom staat zelfregulering zo centraal in jullie activiteiten en discours?

Dat sluit aan bij onze visie rond 'value' en 'values'. Dat reclame economische waarde creëert, hebben we vorig jaar laten onderbouwen in een studie van Ortelius. Die berekende dat reclame jaarlijks 15,1 miljard euro toevoegt aan de Belgische economie.
Toch staan we niet altijd helemaal bovenaan als het om het vertrouwen dat we inspireren gaat. Dat moeten we opnieuw opbouwen en daarom willen we de nadruk leggen op onze waarden: we willen tonen dat we als industrie onze verantwoordelijkheid nemen, door onszelf bepaalde regels op te leggen. Die gedeelde bereidheid is overigens ook belangrijk om onze belangen te kunnen verdedigen tegenover de overheid. We moeten nog wel in staat zijn om ons vak toe doen, hè.

Welke grote opdrachten wachten je opvolgers?

Er zijn er wel een paar (lacht). De eerste is van organisatorische aard. Ik denk dat het beter is een functie in het dagelijks bestuur niet te combineren met een zitje in de raad van bestuur. Volgens mij moet het dagelijks bestuur operationeel managen en een bestuurder besturen.

Verder is en blijft de achilleshiel van de Raad zijn budget en de vorm van remuneratie. Die maken de Raad kwetsbaar. We hebben heel lang onderzocht of we niet naar een ander model konden evolueren, bijvoorbeeld door spelers in de sector te vragen een percentage toe te voegen aan hun facturen dat dan naar de Raad zou gaan, maar we hebben daarover nog geen consensus gevonden.

Tot slot verandert de sector nog altijd razendsnel. Van AI tot influencers en sociale media: op al die domeinen moeten we richting blijven geven en we moeten blijven bewijzen dat zelfregulering werkt. Als wij onze verantwoordelijkheid niet nemen, zal de wetgever dat voor ons doen.

Bij deze dus een warme oproep naar iedereen die in ons vak werkt om zich op een of andere manier in te zetten voor het vak. Je wordt er zelf beter van en ons ecosysteem wordt er beter van. Dat vind ik een heel mooie win-win. Zelf kijk ik er met heel veel voldoening op terug. Ik heb mensen leren kennen die ik anders misschien niet zo makkelijk ontmoet had. Er zijn ook vriendschappen ontstaan. En ik ben beter in staat de bredere context te zien; ik heb ook geleerd hoe essentieel het is richting compromis te evolueren in plaats van vast te lopen in conflicten.

Iets anders, nu we je toch aan tafel hebben, Harry. Een jaar geleden kocht je samen met managing director Dennis Vandewalle je bureau terug van WPP. Hoe kijk je vandaag naar dat eerste jaar als opnieuw onafhankelijk bureau?

Binnen enkele weken is dat inderdaad exact een jaar geleden; 8 augustus is bij ons ondertussen ‘Independence Day’ en iedereen krijgt dan ook een dag vrij. (lacht)

In alle ernst, toen WPP besliste dat LDV United als lokaal merk zou verdwijnen, stond het management voor een keuze. Je kunt zo'n beslissing aanvaarden of proberen opnieuw zelfstandig te worden.

Wij hebben voor dat laatste gekozen om verschillende redenen. In feite was het een beetje zoals bij de Raad. Binnen dat internationale netwerk kreeg ik het gevoel dat het steeds meer alleen over value ging: cijfers, rendement, kwartaalresultaten. Onze values verdwenen stilaan naar de achtergrond. Vandaag kunnen we opnieuw meer werken vanuit onze waarden en bijvoorbeeld zelf beslissen welke opdrachten we aannemen en welke niet. En of we pitchen of niet.

Waarom zou je niet pitchen?

Dat is vandaag een enorm probleem in het vak. Zoals blijkt uit het recentste Pitchrapport van de ACC, zijn er vandaag gigantisch veel pitches voor korte termijnprojecten. Dat is totaal niet rendabel en het legt een enorme druk op de bureaus en hun mensen. Vaak gaat het om beperkte budgetten waarvoor dan bijvoorbeeld op drie weken tijd strategie, creatie en een mediaplan gevraagd wordt. Liefst net voor de vakantie. Ook als je die wint kun je de geïnvesteerde inspanningen nooit terugverdienen. En je voelt dat in moeilijke tijden als deze, de solidariteit onder druk staat. Deelnemende bureaus konden elkaar in het verleden al eens bellen om af te spreken elkaars prijzen niet te kraken. Dat gebeurt vandaag niet meer. Dus blijven er wurgcontracten opduiken.

Maar daaraan doen we dus niet meer mee omdat het economisch onverantwoord is. Dat we aldus vrijer en volgens onze eigen waarden kunnen denken, geeft toch wel een boost aan de volgende generatie in het bureau. Ik heb nog geen seconde spijt gehad van m’n beslissing: zonder mbo hadden we 35 mensen moeten ontslaan en dat zag ik na zoveel jaren als laatste wapenfeit echt niet zitten.

Archief / ASSOCIATIONS