De Conseil Supérieur de l’Audiovisuel (CSA) van de Franstalige Gemeenschap en de Federale Overheidsdienst Economie lanceerden onlangs #PlayFair, een nationale sensibiliseringscampagne rond illegale streaming en illegale IPTV. Bedoeling: de omvang van het fenomeen in kaart brengen. En daarover heerst toch enige onduidelijkheid.
Om die omvang te schetsen, wordt doorgaans verwezen naar ‘een studie’ of ‘gegevens’ van de FOD Economie: 650.000 Belgische ‘televisiekijkers’ (in werkelijkheid gezinnen) zouden gebruikmaken van illegale IPTV, wat neerkomt op een penetratiegraad van 12,76% (sic). Navraag bij de bron leert dat dit cijfer, dat dateert van begin 2025, gebaseerd is op een schatting. Die is geïnspireerd op een vrij algemene Europese studie uit 2023 (‘Online copyright infringement in the European Union’), en op een onderzoek van de Franse toezichthouder Arcom uit 2024 die specifiek gericht was op onwettelijke audiovisuele consumptie via IPTV. Volgens dat laatste onderzoek bedroeg de penetratiegraad van illegale IPTV 11% bij internetgebruikers van minstens 15 jaar. Het gaat hier dus om individuen, niet om gezinnen. Als we echter uitgaan van een aandeel van 12,8% van de Belgische bevolking en dat delen door het gemiddelde aantal personen per gezin, komen we effectief uit op ongeveer 670.000 Belgische gezinnen met IPTV. Maar zoals bij elke illegale activiteit kunnen we dat niet met zekerheid zeggen.
De onduidelijkheid wordt nog groter als we de CIM-cijfers erbij nemen. De jaarlijkse Establishment Survey (ES) bevat een vraag over het gebruik van IPTV, zonder te preciseren dat het mogelijk om illegaal gebruik gaat (de studie van Arcom wijst overigens ook op het bestaan van legale toepassingen van IPTV). Is dat te wijten aan onwetendheid of wantrouwen? De gegevens uit de ES, die gebaseerd zijn op verklaringen van de respondenten, beperken zich tot een geschat totaal van 467.000 personen van minstens 12 jaar, of 244.000 gezinnen. Een derde daarvan bevindt zich in Vlaanderen. Volgens de CIM TV-studie zouden ongeveer 700.000 personen in gezinnen met IPTV wonen, van wie een overweldigende meerderheid (97%) in het zuiden van het land. De verschillen met de officiële schattingen zijn dus aanzienlijk.
.jpg)
Over het kijkgedrag dat voortvloeit uit de toegang tot IPTV, bestaat veel meer duidelijkheid. Voor het zuiden van het land, waar IPTV naar verluidt het sterkst ingeburgerd is, hebben we in onze grafieken de gegevens uit de ES opgenomen. Die vergelijken de verklaringen over het videoconsumptiegedrag naargelang het gezin al dan niet over IPTV beschikt. De impact is aanzienlijk op het bekijken van lineaire televisie en van opgenomen programma’s die op een later tijdstip worden bekeken. Replay daarentegen wordt duidelijk vaker gebruikt door wie toegang heeft tot IPTV. Het hoeft niet te verbazen dat ook het gebruik van platformen zoals YouTube, Netflix, Disney+ enzovoort veel intensiever is bij gezinnen met IPTV dan bij gezinnen zonder IPTV. Het gebruik van de applicaties of websites van Franstalige tv-zenders ligt daarentegen doorgaans op hetzelfde niveau bij beide groepen. Ook al blijft het aandeel beperkt, het bekijken van gedownloade content (die in de overgrote meerderheid van de gevallen illegaal is...) komt uiteraard veel vaker voor bij gezinnen met IPTV.
Uit de CIM TV-gegevens voor het eerste semester van 2026 blijkt bovendien dat de totale tijd die voor het televisiescherm wordt doorgebracht vrijwel gelijk is bij gezinnen met en zonder IPTV. Er is echter een groot verschil tussen beide categorieën wat het gebruik van lineaire televisie betreft. In overeenstemming met de gegevens uit de ES kijken mensen zonder IPTV langer naar traditionele televisie dan mensen die er wel over beschikken: klassieke televisie vertegenwoordigt 65% van de kijktijd bij gezinnen ‘zonder’ IPTV, tegenover 40% bij gezinnen met IPTV. Het is dus duidelijk dat IPTV leidt tot een veel meer ‘à-la-carte’-gerichte videoconsumptie, al blijft daar ook een aandeel klassieke lineaire televisie bij horen.