Fr

BRANDS

AI is politiek, door Fons Van Dyck

Zondag 8 Maart 2026

AI is politiek, door Fons Van Dyck

De consumentenboycot van ChatGPT kwam deze week in een stroomversnelling nadat bekend raakte dat ontwikkelaar OpenAI bereid is samen te werken met het Amerikaanse ministerie van Defensie. Concurrent Anthropic daarentegen weigerde bepaalde defensievoorwaarden omdat die volgens het bedrijf niet strookten met zijn ethische richtlijnen.  AI technologie is meer dan ooit politiek op het hoogste niveau.
 
Voor activisten was de keuze van Open AI alvast het signaal om gebruikers op te roepen hun ChatGPT‑abonnement op te zeggen en over te stappen naar alternatieven: QuitGPT. Het protest is voorlopig beperkt in omvang. ChatGPT blijft een van de meest gebruikte digitale tools ter wereld.  Maar de controverse toont wel hoe technologiebedrijven vandaag dezelfde dynamiek ondergaan als klassieke consumentenmerken: ze worden niet alleen beoordeeld op de kwaliteit van hun product, maar ook op hun waarden. Dat is een fundamentele verschuiving. Technologie is niet langer neutraal. Ze is politiek geworden.

Wanneer technologie een merk wordt

Lang konden technologiebedrijven zich verschuilen achter een technocratische logica. Ze leverden infrastructuur,  software of platforms. De verantwoordelijkheid lag zogezegd bij de gebruiker. Die tijd lijkt voorbij. Vandaag worden AI‑bedrijven beoordeeld zoals merken: niet alleen op wat ze doen, maar ook op waar ze voor staan.

Samenwerking met defensie, moderatie van inhoud, omgang met data, politieke connecties van leiders, het zijn allemaal elementen die het publieke beeld van een technologiebedrijf bepalen. De discussie rond QuitGPT laat zien hoe snel dat kan gaan. Eén strategische keuze kan plots een ethisch en politiek debat ontketenen. Voor marketingstrategen is dat herkenbaar terrein. Het is de wereld waarin consumentenmerken al jaren opereren.

Drie reacties van merken

In mijn boek ‘Marketing in tijden van Trump’ beschrijf ik drie mogelijke reacties van merken wanneer ze onder maatschappelijke of politieke druk komen te staan: onderwerping, verzet en herbronnen. Ook de AI‑sector beweegt vandaag langs diezelfde lijnen.

Onderwerping
Bij onderwerping past een bedrijf zich aan aan de verwachtingen van politieke macht of dominante instituties. Voor technologiebedrijven kan dat betekenen: samenwerken met overheden, voldoen aan nationale regelgeving  of technologie beschikbaar maken voor defensietoepassingen. De logica is pragmatisch. Overheden zijn belangrijke partners en markten moeten toegankelijk blijven. Maar de reputatierisico’s zijn reëel. In een tijd waarin gebruikers gevoelig zijn voor ethiek en transparantie kan samenwerking met een staatsmacht snel tot wantrouwen leiden. De QuitGPT‑campagne is daar een illustratie van.

Verzet
Een tweede strategie is verzet: een bedrijf trekt een duidelijke grens en weigert bepaalde toepassingen. Anthropic positioneerde zich precies zo. Het bedrijf gaf aan dat het bepaalde defensievoorwaarden niet kon aanvaarden omdat die volgens zijn interne richtlijnen te ver gingen (zie mijn blog van vorige week). Dat soort keuzes kan vertrouwen creëren bij gebruikers en werknemers. Maar het kan ook economische kansen beperken. Verzet heeft altijd een prijs.

Herbronnen
Een derde strategie is herbronnen: terugkeren naar de kernmissie van het bedrijf. Voor een AI‑bedrijf kan dat betekenen dat het de focus legt op kennis, creativiteit en productiviteit in plaats  van op geopolitieke toepassingen. Herbronnen werkt wanneer een merk opnieuw duidelijk maakt waar het fundamenteel voor staat. In een gepolariseerde wereld zoeken consumenten vaak precies dat: duidelijkheid. In het geval van zowel Anthropic als OpenAI vooral duidelijkheid over het gebruik, én misbruik, van hun technologie voor militaire doeleinden. De grens tussen defensieve landsverdediging en offensieve oorlogsvoering is flinterdun geworden, zoniet verwaarloosbaar, in het Trump-tijdperk.

Het gevaar van kameleongedrag

De grootste strategische valkuil voor merken is echter iets anders: kameleongedrag. Merken die voortdurend van positie veranderen naargelang politieke druk en publieke opinie verliezen hun geloofwaardigheid. Ze lijken opportunistisch.

De afgelopen jaren zagen we dat bij verschillende merken. Bud Light probeerde tegelijk progressieve en conservatieve consumenten te plezieren na een controversiële campagne en verloor uiteindelijk het vertrouwen van beide groepen. Tesla zag zijn merkimago – en verkoop - kelderen door de uitgesproken politieke standpunten van Elon Musk.

Ook technologiebedrijven lopen dat risico wanneer hun regels, antwoorden of beleid voortdurend veranderen onder externe druk. In een wereld van sociale media worden die inconsistenties razendsnel zichtbaar. Het is wat Open AI de voorbije dagen mocht ervaren, een rechtzetting van grote baas Sam Altman naar de medewerkers en de buitenwereld wrijft dan nog dieper in de wonde. En ook in het geval van Anthropic is er wellicht sprake van voortschrijdende verontwaardiging. Zo geraakte intussen bekend dat diens technologie door het Amerikaanse leger al is ingezet bij de inval in Venezuela vorige maand, en in Iran vorig weekend. 

De echte les

De ironie van QuitGPT is dat de boycot zelf waarschijnlijk weinig effect zal hebben op het gebruik van ChatGPT. De functionele waarde van AI‑tools blijft simpelweg te groot, en de afhankelijkheid intussen zeer groot. Maar dat is niet de essentie. De echte betekenis van QuitGPT ligt elders. Het signaal is dat technologiebedrijven vandaag onvermijdelijk merken zijn geworden. En merken leven niet alleen van technologie of innovatie. Ze leven van vertrouwen. Dat vertrouwen ontstaat wanneer een merk duidelijk maakt waar het voor staat — en daar ook aan vasthoudt wanneer de storm opsteekt.

In een tijdperk van geopolitieke spanningen, maatschappelijke polarisatie en technologische overmacht wordt dat misschien wel de belangrijkste strategische keuze van allemaal. Niet onderwerping. Niet verzet. Maar consistentie.

Archief / BRANDS