Fr

TRAINING&BOOKS

Paul Lefebvre heeft veel geleerd van Jean-Paul

Zondag 28 Juni 2026

Paul Lefebvre heeft veel geleerd van Jean-Paul

Hocus pocus pats. Moeten we Jean-Paul Lefebvre eigenlijk nog voorstellen? Zijn carrière in de reclame spreekt voor zich. Dat geldt minder voor Paul Lefebvre, al begint ook hij stilaan naam te maken in de literaire wereld.
 
Na zijn debuutroman 'Le Contr@t', die vorig jaar bij Academia verscheen, en in afwachting van zijn tweede roman ('Sauter dans les flaques'), publiceerde hij onlangs 'Petites glissades et autres dérapages' bij La Mêsonetta: een bundel kortverhalen die hij de voorbije dertig jaar schreef, waarvan verschillende bekroond werden.
 
Een mooie aanleiding om hem te vragen naar de soms dubbelzinnige relatie tussen literatuur en reclame. Zoals Salman Rushdie, die in een vorig leven copywriter was, het ooit zei: "It taught me to write like a job."
 
De reclame heeft je geleerd kort te schrijven. Heeft de literatuur je geleerd lang te schrijven?
 
Dat heb ik me ook afgevraagd toen ik aan mijn eerste roman begon. Het is gewoon een ander vak. Uiteraard blijft het schrijven, maar het ritme ligt helemaal anders. Een beetje alsof je een 100-meterloper vraagt om een marathon te lopen. Ja, lang schrijven vraagt meer discipline. Je moet een routine ontwikkelen en elke dag schrijven. Bovendien moet je fris blijven kijken naar personages met wie je voortdurend bezig bent. Dat vraagt een leerproces, zoveel is zeker. Maar uiteindelijk valt het best mee. Het genre van het kortverhaal sluit trouwens veel nauwer aan bij het reclamevak.
 
Reclame draait om beperkingen: een briefing, een formaat, een deadline, een klant… Werken die remmend op de verbeelding of net niet?
 
Volgens mij stimuleren ze de verbeelding, althans tot op zekere hoogte. Ze brengen je soms op ideeën waar je zonder die beperkingen nooit op zou zijn gekomen. En dat is altijd interessant. In de reclame leer je voortdurend bij dankzij je klanten en hun producten. Maar zodra er té veel beperkingen zijn, loopt creativiteit vast. Dan lijkt een campagne op een rallyparcours met te veel verplichte passages. In zulke omstandigheden is het moeilijk om echt vaart te maken.
 
Heb je nog reclamereflexen als je fictie schrijft? Welke komen vandaag nog van pas?
 
Ik denk dat sommige reflexen onvermijdelijk blijven hangen. De twee belangrijkste zijn efficiëntie en gevoel voor formulering. Ik doceer communicatie aan verschillende scholen en benadruk daar altijd dat een tekst "verteerbaar" moet zijn. Dat geldt zowel voor reclame als voor fictie. Ik vermijd ellenlange zinnen en geef de voorkeur aan een eenvoudige structuur: onderwerp, werkwoord, aanvulling. Voor mij zijn zinnen waarin je de draad kwijtraakt een rem op het leesplezier. Dat is de efficiëntie. En gevoel voor formulering spreekt eigenlijk voor zich. Van een headline naar een punchline is maar een kleine stap.

Reclamemakers creëren werelden in dertig seconden. Hoe maak je de overstap van die gecomprimeerde naar een uitgesponnen verbeelding?
 
In reclame moet je een personage in enkele seconden neerzetten. Dat betekent dat het snel herkenbaar moet zijn, desnoods met behulp van clichés. In de literatuur heb je veel meer tijd en kun je veel genuanceerder werken. Dat geldt voor kortverhalen, maar nog veel sterker voor een roman.
 
Reclame speelt vaak met wat niet wordt gezegd: wat een beeld suggereert, wat een zin oproept. Bouw je scènes op dezelfde manier op?
 
Absoluut. Volgens mij is suggereren krachtiger dan alles expliciet tonen. Zo krijgt de lezer de ruimte om zelf een beeld van de personages te vormen. Dat is veel bevredigender dan een beschrijving die geen ruimte meer laat voor eigen interpretatie.
 
Zijn er dingen die je hebt moeten afleren om schrijver te worden?
 
Niet echt afleren, maar ik moet wel op mijn timing letten. Zo moet ik oppassen dat ik niet te snel naar de ontknoping ga. Soms moet ik mezelf dwingen om dwaalsporen uit te zetten, terwijl je in reclame net leert om zo snel mogelijk naar de kern te gaan.
 
Is er een campagne die je achteraf bekeken het gevoel geeft dat ze het begin van een kortverhaal had kunnen zijn?
 
Oei, geen makkelijke vraag. Veel campagnes zouden eigenlijk een sterke opening van een kortverhaal kunnen zijn. Als ik er één moet kiezen, denk ik aan een spot voor Alpro Desserts, gemaakt bij TBWA samen met Hugues Legros. We volgen een heel gewoon koppel in een sfeer die doet denken aan 'American Beauty'. Een voice-over vertelt dat Pierre, de echtgenoot, over heel wat zaken een uitgesproken mening heeft, waaronder soja: volgens hem is dat ronduit vies. Intussen blijkt ook dat zijn vrouw hem bedriegt. Spannend. Die beklemmende sfeer, waarin je voelt dat er iets fout zal aflopen, zou een uitstekend vertrekpunt zijn voor een thriller.
 
Waarom koos je voor een pseudoniem? Is het een manier om afstand te nemen van reclamemaker Jean-Paul Lefebvre?
 
Zeker. Tegelijk is het ook een knipoog naar de uitstekende reeks Le Bureau des Légendes. De hoofdfiguur die gespeeld wordt door Matthieu Kassovitz, is een geheim agent die verschillende identiteiten aanneemt. De naam die hij het vaakst gebruikt, is Paul Lefebvre, schrijver. Dat kwam wel heel mooi uit. Dus heb ik die naam overgenomen.
 
Een reclamemaker werkt meestal achter de schermen. Een schrijver zet zijn naam op de cover. Wat verandert dat?
 
Eerlijk gezegd is dat erg fijn. Die erkenning voelt ook logischer aan, omdat je in de literatuur meestal de enige auteur bent. In reclame ontstaan ideeën, zelfs de briljantste, bijna altijd door samenwerking. Natuurlijk staan de creatieven op de voorgrond, vaak met twee. Maar zonder de creatief directeur, de strateeg, de account, de producer, de regisseur en uiteraard de klant was dat idee er nooit gekomen. Onder dezelfde lauwerkrans schuilen dus heel wat hoofden.
 
Wat zoek je in fictie, na al die jaren schrijven om te overtuigen, te verleiden of te verkopen?
 
Wat me zowel in reclame als in literatuur aanspreekt, is verhalen vertellen. Fictie laat je natuurlijk een veel grotere wereld verkennen en je lezers of kijkers urenlang meenemen in plaats van enkele seconden. Maar het doel blijft hetzelfde: mensen op reis sturen. Elk verhaal in mijn bundel Petites glissades et autres dérapages is zo'n kleine reis. Althans, dat hoop ik. Aan de lezer om daarover te oordelen.
 
Petites glissades et autres dérapages is verkrijgbaar in alle goede boekhandels, zowel fysiek als online.

Archief / TRAINING&BOOKS