Fr

TECH

WebMCP: nieuwe toegangspoort voor AI-agents op je site?, door Hubert de Cartier (Universem)

Woensdag 24 Juni 2026

WebMCP: nieuwe toegangspoort voor AI-agents op je site?, door Hubert de Cartier (Universem)

De volgende bezoeker van je website is misschien geen mens.
 
Jarenlang optimaliseerden merken hun website voor twee doelgroepen: de internetgebruiker en Google. De eerste moest begrijpen, klikken, kopen of een offerte aanvragen. De tweede moest kunnen crawlen, indexeren en rangschikken. Vervolgens kwam een derde uitdaging op de voorgrond: GEO (Generative Engine Optimization), met een vraag die centraal is geworden voor marketingdirecties: wordt mijn merk vermeld door ChatGPT, Claude, Gemini of in de generatieve antwoorden van Google?
 
Er dient zich nu al een volgende fase aan. Morgen zoekt een klant misschien niet langer naar je contactpagina. Hij of zij vraagt een AI-assistent om drie Belgische dienstverleners te vergelijken, na te gaan wie levert in Brussel of Luik, de retourvoorwaarden te lezen en vervolgens een offerteaanvraag voor te bereiden. In dat traject is je homepage niet langer noodzakelijk de toegangspoort. Je website wordt een infrastructuur die een AI-agent moet kunnen begrijpen.
 
Dat verandert de prioriteiten van marketeers: van “verkeer naar mijn website genereren” naar “aanwezig zijn waar mijn klanten en hun AI-agenten zoeken”. Op papier klinkt dat eenvoudig, maar in de praktijk is het een stuk complexer.
 
Daar komt het WebMCP-protocol in beeld. Met een sterke belofte, maar wel een die zonder naïviteit bekeken moet worden.
 
WebMCP: een gebruiksaanwijzing voor websites voor AI-agenten
 
Om WebMCP te begrijpen, moeten we teruggaan naar MCP, het Model Context Protocol. MCP werd in 2024 geïntroduceerd door Anthropic en heeft als doel een open standaard te creëren waarmee AI-assistenten kunnen worden verbonden met systemen waarin gegevens zich bevinden. Het idee is om af te stappen van een wereld van versnipperde integraties, waarbij elke tool afzonderlijk met elke AI-oplossing moet worden gekoppeld. In minder dan twee jaar tijd zijn MCP-integraties bijzonder populair geworden bij gebruikers van Claude, ChatGPT en Copilot. Daardoor kunnen toepassingen zoals Google Analytics, HubSpot, Google Ads, Google Search Console, Slack, Notion, Zapier/Make/n8n en ook Belgische oplossingen zoals Leexi, Odoo, Teamleader en Showpad eenvoudig worden gekoppeld.
 
WebMCP past diezelfde logica toe op het web. Volgens de documentatie van Chrome gaat het om een voorgestelde standaard waarmee websites gestructureerde “tools” kunnen aanbieden aan AI-agenten, via JavaScript en annotaties van HTML-elementen. Zo weten deze agenten beter hoe ze met de functies van een webpagina moeten omgaan.
 
Eenvoudiger gezegd: vandaag moet een AI-agent vaak raden wat een website precies mogelijk maakt. Hij analyseert een interface, interpreteert een knop, herkent een invoerveld, klikt, wacht op een resultaat en probeert opnieuw. Dat werkt soms, maar blijft kwetsbaar. Een wijziging in het design, een A/B-test, een slecht gelabeld formulier of een pop-up kan al voldoende zijn om de taak te doen mislukken.
 
WebMCP stelt een andere aanpak voor: de website geeft expliciet aan wat ze kan doen. Een product zoeken. Een aanbod filteren. Beschikbaarheid controleren. Een offerteaanvraag indienen. Een artikel aan de winkelwagen toevoegen. Een afspraak boeken. Een bestelling opvolgen. Een ticket openen.
 
Vanuit marketingoogpunt is dit een belangrijke evolutie: een website vertelt niet langer alleen wat ze is, of waarover ze gaat. Ze maakt ook op een gestructureerde manier duidelijk welke acties mogelijk zijn, zodat AI-agenten die correct kunnen begrijpen.
 
Het project staat echter nog in de kinderschoenen. De WebMCP-specificatie werd gepubliceerd binnen de W3C Web Machine Learning Community Group, na een gezamenlijk initiatief van Google en Microsoft. Toch gaat het nog niet om een volwassen W3C-standaard of een reeds gestabiliseerd onderdeel van het web.
 
Van GEO naar agentic: vermeld worden volstaat niet langer

De vergelijking met GEO spreekt voor zich. Sinds de komst van generatieve zoekmachines stellen merken zich steeds vaker de vraag of ze worden opgenomen, vermeld, aanbevolen of net vergeten in AI-antwoorden. Dat alleen al is een belangrijke verschuiving. De autoriteit van een merk wordt niet langer uitsluitend opgebouwd via de eigen website, maar ook via de continuïteit van vermeldingen op het web, in de pers, reviews, vergelijkingssites, fora, kennisbanken en externe content.

Maar agentic voegt daar een extra laag aan toe. Vermeld worden in een antwoord is één ding. Geselecteerd worden door een agent om een actie uit te voeren is nog iets anders.
 
Laten we een concrete case als voorbeeld nemen. Een Belgische kmo zoekt een leverancier om haar kantoren uit te rusten met meubels. Ze vraagt haar AI-agent om drie aanbieders te vergelijken, de beschikbaarheid in Brussel, Namen of Antwerpen te controleren, de leveringsvoorwaarden te analyseren en vervolgens een offerteaanvraag voor te bereiden. In zo’n scenario start een website die onduidelijk, slecht gestructureerd is en geen heldere data bevat over producten, voorraad, leveringszones of contactformulieren met een achterstand.
 
Dezelfde logica geldt voor een retailer, een mutualiteit, een bank, een vastgoedkantoor, een toeristische speler of een B2B-speler. In België is de complexiteit nog groter: meerdere talen, verschillende regio’s, netwerken van verkooppunten, lokale voorraden en voorwaarden die kunnen verschillen per kanaal of markt. Voor een AI-agent moet die complexiteit leesbaar zijn. Zo niet, dan gaat hij elders op zoek.
 
Er is ook een parallel met Core Web Vitals. De voorbije jaren hebben SEO-, UX- en techteams geleerd om de kwaliteit van de gebruikerservaring te meten via snelheid, visuele stabiliteit en interactiviteit. Met agentic ontstaat een nieuwe vorm van ervaring: leesbaarheid en uitvoerbaarheid voor agents. Dit wordt intussen geïntegreerd in Google Lighthouse via een auditlogica rond ‘Agentic Browsing’. Daarbij wordt onder meer aanbevolen om te werken aan WebMCP, de weergave van de paginastructuur (accessibility tree), semantische HTML, paginastabiliteit en eventueel de aanwezigheid van een llms.txt.

De kwestie wordt nog strategischer binnen e-commerce. OpenAI en Stripe lanceerden het Agentic Commerce Protocol om agents, gebruikers en handelaars te laten samenwerken rond een aankoop. Google investeert dan weer in Universal Commerce Protocol, bedoeld als open standaard om agentic commerce flows vlotter te laten verlopen tussen consumenteninterfaces, bedrijven en betaalproviders. Visa kondigde eveneens een samenwerking met OpenAI aan om zijn betaalnetwerk te integreren in agentic commerce-ervaringen, met focus op veiligheid en autorisaties. Mastercard benadrukt op zijn beurt de nood aan standaarden die de gebruikersintentie garanderen, de veiligheid van identiteiten beschermen en verifieerbare identiteit van agents mogelijk maken. Waar dit naartoe gaat is duidelijk. Agents zullen niet alleen aanbevelingen doen. Ze evolueren beetje bij beetje naar tussenpersonen in beslissingen, en uiteindelijk ook in acties.
 
Begin nu, zonder te geloven in een mirakeloplossing
 
Laten we een kat een kat noemen, WebMCP zal geen slechte website redden. Het compenseert geen onduidelijk aanbod, inconsistente prijzen, een slecht onderhouden catalogus, een zwakke contentstrategie of een gebrek aan naamsbekendheid. Het garandeert ook niet dat een AI-agent je merk zal aanbevelen. En het is momenteel geen magische SEO factor, al is het wel essentieel om zich erop voor te bereiden, aangezien dit snel zal evolueren.

De eerste stap is niet ‘wat WebMCP doen’ om een innovatie tickbox af te vinken. Begin vooral met je in de plaats van je gebruiker te stellen en te bepalen wat die concreet op je site moet kunnen doen. Dat maakt het mogelijk om te definiëren wat AI-agents zouden moeten kunnen uitvoeren. Voor een kmo kunnen drie eenvoudige zaken het startpunt zijn: het aanbod begrijpen, de juiste contactpagina vinden en een offerteaanvraag indienen. Voor een e-commercespeler gaat het eerder om een product zoeken, een prijs controleren, de beschikbaarheid bevestigen en de retourvoorwaarden raadplegen.
 
Daarna is het zaak om terug te keren naar de basis. Een site die klaar is voor agents is in de eerste plaats gewoon een goede website: propere HTML, correct gelabelde formulieren, duidelijke knoppen, stabiele navigatie, logisch gestructureerde content, actuele productdata, consistente meertalige pagina’s en contact- en leveringsinformatie die eenvoudig te interpreteren is. Google herinnert er trouwens aan dat een website agent-friendly maken vaak in feite gewoon teruggaat naar de essentiële principes van een gestructureerd, toegankelijk en semantisch web.
Daarna volgen de meer specifieke lagen. Het testen van Agentic Browsing-audits. Het opstellen van een llms.txt, niet als een soort talisman, maar als een leesbare synthese van de belangrijkste content van de site. Volgens een recente studie van Ahrefs heeft dit llms.txt-bestand slechts een zeer beperkte impact op GEO, maar wel potentieel binnen een agentic context, zoals een eenvoudige actie documenteren; experimenteren met WebMCP op een zoekformulier, een afspraakmodule of een offerteaanvraag, evenals meten, bijsturen en opschalen.
 
Maar hoe meer een site ‘actionable’ wordt, hoe groter de waakzaamheid moet zijn. De WebMCP-specificatie zelf identificeert enkele risico’s: ‘prompt injection’, ambiguïteit rond de werkelijke intentie van een tool, datalekken door een teveel aan parametrisering, of gevoelige acties die worden geactiveerd in een sessie waarin de gebruiker al is ingelogd. Een functie als ‘winkelmandje afronden’ laat bijvoorbeeld geen ruimte voor interpretatie: gaat het om een visuele bevestiging of om een effectieve aankoop? In een agentic wereld wordt dat soort ambiguïteit al snel een business-, juridisch en reputatierisico.
 
Een stapsgewijze aanpak is dus de juiste. Begin met acties met een laag risico, voorzie menselijke validatie voor gevoelige acties, traceer interacties, beperk de data die aan de agent wordt gevraagd, betrek juridische en veiligheidsteams, en hanteer een strikte GDPR-logica.
“SEO maakte websites vindbaar. GEO maakt ze citeerbaar. WebMCP zou ze uitvoerbaar kunnen maken.”
Voor Belgische merken is dit een thema waarin nu geïnvesteerd moet worden, zonder te overhaasten, maar ook niet te afwachtend. Want als consumenten morgen een deel van hun zoekopdrachten, vergelijkingen, aankopen en reservaties uitbesteden aan hun favoriete assistent, begint de customer journey mogelijk niet langer op je homepage, en zelfs niet meer in Google. Ze begint in een conversatie tussen agents die de traditionele customer journeys transformeren.

En in die conversatie zal je merk meer moeten zijn dan alleen een naam. Het moet begrijpelijk, betrouwbaar en bruikbaar zijn.

Archief / TECH