Fr

TECH

Digitale soevereiniteit: van retoriek naar realiteit, door Patrick De Schutter (Mailfence)

Donderdag 28 Mei 2026

Digitale soevereiniteit: van retoriek naar realiteit, door Patrick De Schutter (Mailfence)

Elke speler in de Belgische marcom sector begint de dag op dezelfde manier. Inbox openen, agenda checken, de gedeelde drive openen en inloggen op de CRM. Vier tools, vier verschillende leveranciers, en bij de meeste bureaus zijn ze alle vier in handen van Amerikaanse bedrijven die onder Amerikaans recht vallen.

Dat is geen politieke uitspraak. Het is een beschrijving van je IT-stack. En in mei 2025 liet één incident zien wat die afhankelijkheid werkelijk kost.

Volgens berichten zou Microsoft de e-maildiensten van de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof hebben opgeschort. Microsoft betwistte het verhaal, maar het werd door het EU Institute for Security Studies aangehaald als een concreet voorbeeld van hoe afhankelijkheid van buitenlandse cloudproviders niet alleen risico’s inzake vertrouwelijkheid inhoudt, maar ook potentiële gevaren betreffende beschikbaarheid creëert. Als één leverancier de communicatie van een internationale rechtbank zou kunnen verstoren, klinkt de vraag wie de controle heeft over de e-mail van je organisatie plots een stuk minder abstract.

Afhankelijkheid in cijfers

Amerikaanse cloudproviders (Amazon, Microsoft en Google) controleren meer dan 70% van de Europese cloudinfrastructuurmarkt. Europese aanbieders zitten onder de 15% en verliezen al negen jaar op rij terrein, volgens gegevens van Synergy Research Group zoals gerapporteerd door CNBC in februari 2026.

De positie van België is nog zwakker dan het Europese gemiddelde. Microsoft alleen al heeft naar schatting 72% van de Belgische cloudinfrastructuurmarkt in handen, volgens een analyse van Gart Solutions. Dat betekent dat Belgische bedrijfsactiviteiten grotendeels draaien op platformen waar juridische bevoegdheid, toegangscontrole en beslissingen over continuïteit buiten Europa worden genomen.

Wat dat betekent voor de dagelijkse werking

Neem de typische marcom stack, of je nu een bureau, mediabedrijf, productiehuis of intern marketingteam bent: e-mail gehost in het buitenland, bestanden in Amerikaanse cloudopslag, samenwerkingstools onder buitenlandse regelgeving en CRM-data verwerkt in jurisdicties ver van Brussel. Het probleem is niet de kwaliteit van die tools, maar het single point of failure dat ze creëren.

Belgische bedrijven kunnen op papier voldoen aan de GDPR. Toch blijven ze afhankelijk van beslissingen die worden genomen in bestuurskamers waar ze nooit binnenkomen, onder wetten waarvoor ze niet gestemd hebben. De echte kost wordt zichtbaar tijdens crisissen, audits of wanneer de juridische context rond data plots verandert—zoals in 2020 toen het EU-US Privacy Shield van de ene op de andere dag ongeldig werd verklaard.

Er is een Europees alternatief

De meest gehoorde tegenwerping is dat Europese alternatieven niet kunnen tippen aan de schaal of functionaliteit van hyperscalers. Dat was misschien nog waar in 2018. In 2026 klopt dat steeds minder.

In april 2026 kende de Europese Commissie vier contracten toe om cloudsoevereiniteit binnen EU-instellingen te versterken. Eén daarvan ging naar een Belgisch-Frans-Luxemburgs consortium onder leiding van Proximus. Dat is geen symbolische overwinning of proefproject van de overheid. Het is de Europese Commissie zelf die Belgische infrastructuur aankoopt voor haar eigen werking.
Andere geloofwaardige Belgische opties bestaan zowel op infrastructuurniveau (NRB, Easi, VanRoey, Educloud) als op applicatieniveau, waar Mailfence versleutelde e-mail en productiviteitstools aanbiedt die lokaal worden gehost onder Europees recht. De markt voor Europese soevereine cloud wordt volgens Broadcom geraamd op groei van iets meer dan €20 miljard vandaag tot meer dan €100 miljard tegen 2031. De vraag is er. Het aanbod volgt.

Drie vragen die elke bedrijfsleider zich moet stellen

Soevereiniteit wordt operationeel via gewoontes, niet via headlines. Voor marcom in het bijzonder helpen drie vragen om het concreet te maken:
  • Waar bevindt de data van mijn klant zich écht wanneer ik een campagne run? Niet waar de salespersoon zegt dat ze zit, maar waar juridisch gezien de bevoegdheid ligt.
  • Wat gebeurt er als een buitenlandse overheid mijn creatieve bestanden opvraagt onder de CLOUD Act? En zou ik dat überhaupt te weten komen?
  • Als ik pitch bij een gereguleerde klant (bank, gezondheidszorg of overheid), kan ik hun vragen over soevereiniteit dan concreet beantwoorden, in plaats van met merknamen?

Het antwoord hoeft niet voor elke workload “100% Belgisch” te zijn. Maar het moet wel een bewuste keuze zijn.

Competitieve realiteit

Een recente enquête bij West-Europese CIO’s toont dat 60% het gebruik van lokale cloudproviders wil verhogen. Klanten beginnen vragen te stellen over soevereiniteit—en in 2026 zullen ze dat nog nadrukkelijker doen naarmate de verplichtingen rond overstappen uit de EU Data Act van kracht worden.

Bedrijven die nog steeds standaard kiezen voor het platform dat vijf jaar geleden het goedkoopst was om op te zetten, zullen pitches, klanten en mandaten verliezen aan organisaties die deze vraag eerder hebben doordacht dan hun klanten.
 
Patrick De Schutter is medeoprichter van Mailfence, een Belgische veilige e-mail- en productiviteitssuite. Hij schrijft over digitale soevereiniteit en Europese technologische onafhankelijkheid.

Archief / TECH