Fr

TECH

Media & agentic AI: busje komt zo, door Damien Van Achter

Donderdag 11 Juni 2026

Media & agentic AI: busje komt zo, door Damien Van Achter

In november 2025 rolde het magazine TIME zijn eigen AI-agent uit. Die put uit 103 jaar archieven, goed voor 750.000 stukken sinds de jaren 1920. Resultaat: mensen bleven twee keer zolang op de website en het aantal terugkerende bezoekers steeg met 139%.

Maar de cijfers zijn hier niet het belangrijkste, de systeemverschuiving is dat wel. Een emblematisch medium activeert zijn erfgoed en geschiedenis met behulp van agentic infrastructuur, in plaats van zich te laten opslorpen door schrapende robots. Die robots verstoppen zich trouwens zelfs niet meer: sinds maart 2026 bestempelt Google sommige van de zijne zelfs als ‘user agents’ die in staat zijn om de robots.txt van uitgevers te negeren.

De tijdsspanne is beperkt en bedraagt 18 tot 24 maanden, volgens de panelleden van 'Open protocols for journalism' op het festival van Perugia. Dan liggen de regels van de agentic markt onwrikbaar vast.

Voor een Belgische uitgever is de vraag eenvoudig: wie van hen heeft op z’n eentje voldoende middelen om zo’n TIME AI te activeren? Wellicht geen van hen: daarom wordt het een kwestie van overheidsbeleid.

De truc met de bus, bis

In april dit jaar leidde koning Filip een tot dusver ongeziene economische missie met zowel Wallonië als Vlaanderen: hij stopte 40 leaders – 20 Franstalige, 20 Nederlandstalige - in dezelfde bus, zonder ministers. ‘Entrepreneurs first’, volgens de organisatoren. Dat was een première, in een land waar beide regio’s elkaars belangrijkste handelspartners zijn en onderling meer handel drijven dan met Frankrijk of Nederland.

Toegepast op de media tekent er zich een nog scherper beeld af. De mentale grenzen zijn dikker dan de commerciële grenzen. In februari trad Mediahuis als stichtend lid toe tot de SPUR-coalitie (Standards for Publisher Usage Rights), samen met de BBC, de Financial Times, The Guardian, Sky News en The Telegraph, om in blok te onderhandelen over de voorwaarden die de toegang van AI tot perscontent moest vastleggen. Een Belgische groep met Vlaamse verankering mag dus wel op de bus, maar die vertrekt vanuit Londen. Franstalige Belgische uitgevers zitten er niet bij en een federale shuttle bestaat vandaag nog niet.

Wat als we hen allemaal aan boord zouden krijgen? De echte uitdaging zou dan een akkoord zijn over een gemeenschappelijke agentic infrastructuur: open standaarden, content die toegankelijk zou zijn op onderhandelde voorwaarden, gedeelde engineering, rechthebbenden die vergoed worden per gebruik, en traceerbaarheid van gesemantiseerde informatie. Er duiken al standaarden op die informatie opdelen in de kleinst mogelijke delen, zoals diegene van het Reuters Institute. Dat stelt voor om elke zin zo te annoteren met een reeks attributen die nog granulairder zijn dan metadata, zodat een agent ze niet langer "plat" en zonder bronnen kan reproduceren.

Je zou klein kunnen beginnen: een protocol, een API, een piloot tussen twee groepen, en dan opschalen. En wat als de ministers van Media aan beide kanten van de taalgrens zouden afspreken om een deel van hun steun te koppelen aan deze nieuwe criteria? De mediasector opnieuw gedeeltelijk federaal maken via standaarden, zonder aan institutionele bevoegdheden te raken… Hoe cool zou dat zijn? Of is het taboe?

De bouwstenen bestaan al: een eeuw nieuws in drie talen, een door uitgevers gecontroleerd agentschap (Belga), een collectieve onderhandelingspraktijk zoals Copiepresse tegenover Google en Meta, en een openbare omroep met een missie (RTBF, VRT, BRF) die een open en controleerbare aanpak legitimeert.

Een LLM van de Belgische media heeft alleen zin op schaal van het land, of zelfs als eerste knooppunt in een Europees netwerk (EBU, WAN-IFRA, enz.), in de stad waar de AI Act en de DSA worden onderhandeld.

De oproep staat niet op zichzelf. Op het laatste wereldcongres van uitgevers van WAN-IFRA zette A.G. Sulzberger, uitgever van The New York Times, de eerste bron van eigen data in een groot trainingscorpus van modellen, de cijfers op een rij: de zes AI-giganten vertegenwoordigen 11.000 miljard dollar, drie keer het bbp van Frankrijk; minder dan 0,5% van de ongeveer 350 miljard die in 2025 in de VS wordt geïnvesteerd gaat naar degenen die de content leveren die hen verrijkt; Meta alleen al rijft acht keer meer reclame-inkomsten binnen dan alle kranten ter wereld samen. Zijn conclusie: licentie-akkoorden alleen zullen niet volstaan. De enige uitweg is de rangen sluiten, met uitgevers en creatieve industrieën.

Vier manieren om de bus te missen

Eerste valkuil: de identitaire reflex. Een vlag planten op een agent die draait op Azure met een OpenAI-model is het probleem dat je wilt oplossen met een nationaal sausje overgieten. De vraag is niet ‘Belgisch of niet’, wel ‘open of eigen’. Technologische soevereiniteit gaat vooraf aan symbolische soevereiniteit.

En er ligt nog een valstrik op de loer: de coherentie van het corpus. De archieven van Rossel zijn niet die van Mediahuis en dan is er nog de verschillende verwerking van dezelfde feiten, decennialang (koningskwestie, Dutroux, Fortis). Dat zou een behoorlijk schizofrene agent opleveren. Ofwel erkent het consortium die pluraliteit als redactionele waarde, ofwel vlakt het die af tot een gemiddeld verhaal, een natuurlijke neiging van alle AI-systemen. De keuze is niet technisch, maar redactioneel.

En dan moet nog iedereen mee aan boord willen of kunnen. De grote groepen kunnen de investering dragen, want de kleine onafhankelijke media hebben de middelen niet. Deze structuren voor gebundelde inspanningen bestaan al, maar praten ze met elkaar? Zonder bruggen vergroot een federaal consortium net de kloof die het wil dichten.

Blijft het kader. De infrastructuur voor betalingen tussen machines bestaan al – Cloudflare, Mastercard, Google – maar geen enkele is Europees. Erger nog: de licentiemarkt die het verlies aan verkeer moet compenseren wordt opgebouwd door precies die platforms die dat verkeer afromen. Het Open Markets Institute ziet daarin een dubbele binding: “dezelfde poortwachters, nieuwe tolpoorten”. En juridisch ontbreekt er nog het een en ander: noch de AI Act, noch de Belgische naburige rechten, noch de DSA leggen betaling voor inferentie of agent-authenticatie op. Zonder Europees juridisch gezag worden regels die uitgevers zichzelf opleggen de dag nadien alweer omzeild door platforms. Vandaar het belang dat Brussel als Belgische hoofdstad en Brussel als Europese hoofdstad samen optrekken.

18 maanden, zonder de Koning

TIME AI werkt omdat TIME alleen een homogeen corpus van een eeuw en een wereldmerk samenbrengt. In België ontbreken die voorwaarden niet aan archievenzijde – verschillende titels bestaan al meer dan een eeuw – maar ze zijn versnipperd over titels, talen en eigenaars, zonder overkoepelend merk dat ze draagt. Gelukkig maar: die redactionele diversiteit is een troef, geen handicap. De uitdaging is er een gemeenschappelijke infrastructuur van te maken.

Het keerpunt is niet technisch, wel politiek. 18 tot 24 maanden voor de Franstalige en Nederlandstalige mediabazen om op dezelfde bus te stappen, deze keer zonder de Koning, maar met enkele ingenieurs en een beetje durf.

Foto: Patrik Carlbergsur Unsplash
Damien Van Achter is onafhankelijk consultant, gespecialiseerd in media-transformatie, coördinator van de programma’s innovatie en ondernemerschap aan IHECS.

Archief / TECH