Fr

MEDIA

Rossel-IPM of hoe hun fusie de kaarten in de Franstalige pers herverdeelt

Zondag 5 Juli 2026

Rossel-IPM of hoe hun fusie de kaarten in de Franstalige pers herverdeelt

Een mijlpaal voor de Franstalige Belgische pers, de goedkeuring van de fusie tussen Rossel en IPM. In een persbericht dat op 3 juli gepubliceerd werd, ziet de uitgever van Le Soir dit als de afronding van een "grondig" proces, na een strikte analyse van het dossier en overleg met de bevoegde autoriteiten.
 
De fusie door overname brengt twee historische pijlers van het Franstalige medialandschap samen. Na de afronding van de transactie zal de familie le Hodey naar verwachting een belang van 8% tot 10% nemen in het kapitaal van Rossel. Rossel zal vervolgens meer dan 90% van de Franstalige perstitels in handen hebben door de geschreven persactiviteiten van IPM over te nemen. De audiovisuele activiteiten (LN24, LN Radio en Fun Radio) maken geen deel uit van de transactie en worden ondergebracht bij Maja Group, het investeringsvehikel van de familie le Hodey.
“Wij zijn ervan overtuigd dat we de reclamemarkt een Belgisch alternatief kunnen bieden dat krachtig, efficiënt en geloofwaardig is tegenover de grote internationale digitale platformen.”
Rossel verdedigt deze beweging als een antwoord op de ingrijpende veranderingen op de markt. “Wellicht was het einde van de concessie voor de krantendistributie via bpost de beslissende factor.

Voor IPM riep dat een aantal vragen op. Om het hoofd te bieden aan de marktdruk is een kritische schaalgrootte cruciaal geworden”, zegt Bernard Marchant, CEO van Rossel, in Le Soir.
Hij spreekt zich ook uit over de toekomst van de papieren krant. Net als zijn Vlaamse collega’s benadrukt hij hoe belangrijk de de verlenging van het belastingkrediet is dat nog loopt tot het einde van het jaar, als compensatie voor het stopzetten van de bpost-concessie: “Als er geen belastingkrediet meer komt, bestaat het risico dat we het nog hooguit drie of vier jaar volhouden en dat we uiteindelijk volledig overschakelen op digitaal."
 
Meer algemeen stelt de groep dat hij zijn investeringscapaciteit wil versterken, zijn redacties wil ondersteunen, zijn digitale transformatie wil versnellen en het voortbestaan van onafhankelijke en kwaliteitsvolle journalistiek wil garanderen. Rossel benadrukt ook het belang van professionele redacties in een omgeving die wordt gekenmerkt door de snelle verspreiding van informatie via sociale media, de toenemende polarisatie van het maatschappelijke debat en het groeiende wantrouwen tegenover geverifieerde feiten.
 
De groep legt daarnaast de nadruk op het belang van de advertentiemarkt. In zijn persbericht onderstreept Rossel dat de relatie met communicatieprofessionals en adverteerders essentieel blijft: “Hun vertrouwen draagt rechtstreeks bij aan de financiering van professionele journalistiek die toegankelijk is voor een zo breed mogelijk publiek. Door onze krachten en ons aanbod te bundelen, zijn wij ervan overtuigd dat we de advertentiemarkt een Belgisch alternatief kunnen bieden dat krachtig, efficiënt en geloofwaardig is tegenover de grote internationale digitale platformen op het vlak van digitale communicatie.”
 
Voor adverteerders en mediabureaus kan de operatie ook het marktevenwicht wijzigen. Rossel zal beschikken over een groter bereik, een breder merkenportfolio en mogelijk ook over een grotere capaciteit om geïntegreerde aanbiedingen uit te werken waarin pers, digitaal, data, video en content worden gecombineerd. Die versterkte commerciële slagkracht kan zorgen voor een beter gestructureerd lokaal alternatief. Ze zal ook de rol van Rossel als centrale gesprekspartner op de Franstalige advertentiemarkt versterken, met mogelijke gevolgen voor de structuur van het aanbod, commerciële pakketten, de toegang tot premium reclame-inventaris, het gebruik van data en de onderhandelingsvoorwaarden met mediabureaus en adverteerders.
 
De Belgische Mededingingsautoriteit gaat in haar economische analyse van het dossier zelfs nog verder. Om de gevolgen van deze concentratie te beoordelen, geeft zij aan rekening te hebben gehouden met “de verwachte evolutie van de Franstalige dagbladpers” en met de structurele moeilijkheden die de sector verzwakken. Zij verwijst onder meer naar “de aanhoudende daling van het lezerspubliek en de inkomsten uit print, een digitale transitie die moeilijk te rentabiliseren is, de toenemende concurrentiedruk van grote digitale platformen op de reclame-inkomsten, evenals de onzekerheid over het behoud van de overheidssteun voor de distributie van de pers.” Na afloop van haar analyse is de BMA van oordeel dat “de marktpositie van IPM naar alle waarschijnlijkheid geleidelijk zou zijn verzwakt indien de toenadering niet was doorgegaan.”
Ook mediapluralisme staat op het spel
Met andere woorden: het groene licht van de BMA past binnen een markt die zwaar onder druk staat. Maar die goedkeuring belet niet dat er veel vragen rijzen nu een enkele groep een groot deel van de Franstalige pers zal controleren, ook al is de goedkeuring dan gekoppeld aan de bindende engagementen van Rossel. Moet daaruit worden afgeleid dat het pluralisme rechtstreeks wordt bedreigd? Volgens een recente Europese studie over dit onderwerp loopt België op dat vlak in elk geval een hoog risico.
 
Zoals Rossel in zijn persbericht aangeeft, zal de volgende stap bestaan uit de uitvoering van de engagementen die tegenover de BMA zijn aangegaan. Die zou tegen eind september afgerond moeten zijn. Daarna kan Rossel de teams van IPM verwelkomen en een nieuw hoofdstuk openen. Die fase zal door de sector nauwlettend worden gevolgd. Ze moet aantonen dat een versterkte speler de Franstalige media kan consolideren, de advertentiemarkt een robuuster lokaal alternatief kan bieden en tegelijk het redactionele pluralisme kan vrijwaren.
 
Op de vraag of Rossel er morgen beter al voorstaan door IPM te integreren, herhaalt Bernard Marchant dat dit bijzonder moeilijk zal blijven als er, naast de inspanningen van de groep zelf, geen maatregelen worden genomen om de markt te reguleren: “We denken aan regelgeving rond de rechten tegenover AI-spelers die onze content gebruiken zonder ons daarvoor te vergoeden, maar ook aan de regulering van de advertentiemarkt (...). Er is een kapitaalvlucht. Het is volkomen onbegrijpelijk dat Europa daar niet op reageert.”

Archief / MEDIA