Dat het een drukke week was voor elke zichzelf respecterende mediamens, zal niemand betwisten. Aan de uitreiking van de prestigieuze Effie Awards afgelopen donderdag ging een al even ambitieuze derde editie van de CIM Staten-Generaal vooraf. De conferentie die het CIM organiseert samen met de Raad voor reclame, stond deze keer in het teken van samenhorigheid, een edele notie met vele gezichten en nog meer voorwaarden, en van een hoogdringendheid waarvan alle spelers op onze markt zich ondertussen bewust lijken.
“Het ecosysteem van Belgische media, adverteerders en bureaus trekt meer dan ooit aan hetzelfde zeel. Hoewel niemand in de sector ontkent dat er anno 2026 heel wat uitdagingen op de plank liggen, valt vooral de gedeelde ambitie op om die gezamenlijk aan te vliegen op”, aldus de organisatoren in hun eindverslag.
Harmonisering op meerdere niveaus is daarbij de eerste doelstelling en een gelijk speelveld de basisvoorwaarde. “We hebben het al een aantal keer gehoord”, aldus moderator Danny Devriendt tijdens het afsluitende CEO-debat op 28 september in de Villa Empain. “De sector wil een level playing field.”
Zo moeten niet alleen de metingen eengemaakt worden voor alle betrokken spelers, platformen incluis, ook de aankoopmodaliteiten van de lokale media moeten worden vereenvoudigd. Een gemeenschappelijk commercieel toegangspunt tot de inventarissen van onze eigen lokale media dat even uniform en simpel zou zijn als de populaire alternatieven van BigTech, werd daarbij nogmaals naar voren geschoven als de heilige Graal.
Die handige tool bestaat in feite al dankzij de Ad Manager van DPG Media, maar het idee om met z’n allen gebruik te maken van een door de concurrentie ontwikkeld instrument blijft koudwatervrees veroorzaken bij het gros van de spelers. “Ik zou liever hebben dat het platform in kwestie bij een derde partij zit”, aldus Peter Quaghebeur (Mediafin). “Ik denk dat het dan veel sneller zou gaan. Mijn aanbeveling zou dus zijn om het te verkopen aan een derde partij.”
Waarvan akte, dacht Wim Jansen (DPG Media) wellicht, toen hij beaamde dat er uiteraard auditrecht zou moeten zijn, zodat favoritisme uitgesloten is. Fijntjes en volkomen terecht preciseerde hij nog dat de concurrentie vandaag vooral van het buitenland komt.
Maar het gevaar loert ook elders: niet alleen vloeit er reclamegeld weg, ook een (groot) deel van de broodnodige vergoeding voor content ontglipt de lokale spelers. “De grote dreiging zit bij de LLM’s”, had Thierry Hugot (Rossel) eerder op de dag al gewaarschuwd. “Door crawling verliezen uitgevers het meesterschap over hun betekenis, hun lezers en de commercialisering van hun media.”
“Daarvoor moeten we gezamenlijke onderhandelingen voeren met de steun van de overheid”, aldus Peter Quaghebeur. “Er zijn vandaag, bij mij weten, drie landen in de wereld die samen onder druk van de overheid de LLM's verplicht hebben om een deal te maken en een kickback te geven aan de media voor de content die ze eigenlijk gebruiken. En dat is voor mij de grootste noodzaak waarmee we vandaag bezig moeten zijn.”
Koen Verwee (Mediahuis) wees in dat verband op de in maart opgerichte Standards for Publisher Usage Rights. SPUR is een internationale coalitie van nieuwsuitgevers waartoe sinds mei ook Mediahuis behoort; ze wil meer controle en transparantie krijgen over hoe generatieve AI-toepassingen journalistieke content gebruiken. Daartoe willen de initiatiefnemers Technische standaarden ontwikkelen, Transparantie en controle eisen en Eerlijke commerciële vergoedingen bepalen. “Het project staat nog in de kinderschoenen, maar we moeten internationaal en vanuit België proberen afspraken te maken met modellen, want het gaat heel snel en het kan ons enorm schaden”, aldus Verwee nog nog.
Valérie Morfitis (CEO van Ads & Data) die zelf vele jaren aan adverteerderszijde werkte, wees in tijden van AI ook op het belang van krachtige mediamerken met waardevolle, onderscheidende content die zowel consumenten als adverteerders reden geven om er tijd en geld in te stoppen.
Aan goede wil geen gebrek dus, tijdens deze derde State of the Union. “De neuzen staan dankzij de positieve energie en de wil om samen te werken weliswaar dezelfde kant op, maar de sector moet nu de overstap maken van louter intenties naar concrete keuzes en actie”, besloot CIM-voorzitter Stefan Lameire. “Change is hard in the beginning, messy in the middle and gorgeous at the end, zeg ik nog al eens. Vandaag zitten we volop in dat rommelige midden. ’t Is nog niet gedaan, nog niet alles is duidelijk en iedereen evolueert niet op dezelfde snelheid.”
En ook de omstandigheden moeten meewillen, nietwaar? ’t Is immers niet voor het eerst dat de sector uitdrukkelijk aandringt op samenhorigheid en meer overheidsinspanningen. Al in 2024 presenteerden DPG Media, Play en de VRT samen een
memorandum ter attentie van de toenmalig toekomstige regering om die te verzoeken maatregelen te treffen voor een ambitieus beleid dat de leefbaarheid van de sector zou garanderen. Een paar maanden later volgde in het verlengde
de coming-out van VTM en Play waarin beide omroepen aan de alarmbel trokken en duidelijk maakten hoe groot en onhoudbaar de druk op de privé-spelers is. Ook BPX maande de overheid al meermaals aan om bij wijze van voorbeeld haar communicatiebudgetten in lokale media te investeren. Hoog tijd voor de eindspurt dus, in de hoop dat de zopas door de Vlaamse overheid aangekondigde besparingen geen onoverkomelijke stokken in de wielen steken.