Fr

AWARDS

CBA: wanneer bescherming creativiteit beperkt door Ruben Goots (Co-Founder & CEO, Hamlet)

Zaterdag 28 Maart 2026

CBA: wanneer bescherming creativiteit beperkt door Ruben Goots (Co-Founder & CEO, Hamlet)

De Creative Belgium Awards positioneren zich als hét uithangbord van Belgische creativiteit. Ze maken het beste werk uit onze sector zichtbaar, erkennen talent en bekronen excellence. Precies daarom is het des te opvallender dat in de craftcategorieën sinds vorig jaar vrij geruisloos een regel werd ingevoerd die haaks staat op die ambitie.

Vandaag geldt dat werk in craftcategorieën enkel kan worden ingeschreven indien het talent achter die craft de Belgische nationaliteit heeft. Geen Belgische nationaliteit, geen deelname. Punt.

Op het eerste gezicht lijkt dit een nobel idee: het beschermen en promoten van Belgisch talent. Creative Belgium stelt zelf als missie om creatieve excellentie te promoten, aan te moedigen en te vieren binnen de Belgische sector. Net daarom is het moeilijk te begrijpen waarom in de craftcategorieën een criterium wordt gehanteerd dat niet vertrekt vanuit de realiteit van hoe die creativiteit tot stand komt, maar vanuit de nationaliteit van individuele talenten.

Laat ons beginnen bij de basis. In de reclamewereld zijn het in de praktijk geen individuele talenten die werk inschrijven, maar bedrijven: agentschappen en productiehuizen. Het zijn zij die investeren, ontwikkelen en produceren. Zeker in craft, zoals regie, cinematografie, montage, sound en VFX, ligt die verantwoordelijkheid vaak bij productiehuizen die op lange termijn bouwen aan kwaliteit en talent.

Die realiteit wordt genegeerd door het huidige reglement.

Laat één onderscheid duidelijk zijn: dat werk geproduceerd door buitenlandse entiteiten niet in aanmerking komt voor een nationale award, is logisch. Maar wanneer een productie wordt ontwikkeld en gedragen door een Belgisch productiehuis, zou die ook als dusdanig beoordeeld moeten kunnen worden, los van de nationaliteit van de individuele talenten die eraan bijdragen.

Vandaag gebeurt het tegenovergestelde.

Dat is des te problematischer omdat de craftcategorieën net de categorieën zijn waarin productiehuizen zich traditioneel kunnen onderscheiden. In de meeste andere categorieën worden campagnes ingeschreven door agentschappen en wordt hun werk beoordeeld. In craft daarentegen, waar het gaat over hoe een productie concreet tot stand komt, zijn het vaak de productiehuizen die inschrijven en erkend worden voor hun bijdrage.

Door de huidige regel verschuift die beoordeling van de kwaliteit van het werk naar de nationaliteit van de individuen die eraan hebben bijgedragen. Daarmee wordt de rol van het productiehuis in het realiseren van die kwaliteit fundamenteel ondergewaardeerd.

Een Belgisch productiehuis dat investeert in talent en projecten realiseert voor Belgische en internationale klanten, wordt zo beoordeeld op een criterium dat weinig zegt over de manier waarop die kwaliteit tot stand komt. Dat is niet alleen reductionistisch, het miskent ook hoe craft ontstaat: als een collectieve inspanning, gedragen door bedrijven die op lange termijn bouwen aan kwaliteit en expertise. In filmproductie is die collectiviteit essentieel: het werk van één vakman staat nooit op zichzelf, maar maakt altijd deel uit van een groter geheel.
 
Wat daarbij onderbelicht blijft, is de rol van het productiehuis zelf. Craft ontstaat niet toevallig, en ook niet louter vanuit een idee. Het is het resultaat van gerichte keuzes: welke regisseur, welke DOP, welke editor, welke sound designer. Die keuzes worden bepaald door de producent, die verantwoordelijk is voor het samenstellen van de juiste ploeg om een bepaald niveau van kwaliteit te bereiken.
Het productiehuis is met andere woorden geen uitvoerende schakel, maar een creatieve partner die actief vorm geeft aan het eindresultaat. Net die rol wordt genegeerd in het reglement van de craftcategorieën.

Het paradoxale is dat net die productiehuizen een cruciale rol spelen in het versterken van de Belgische creatieve industrie. Ze trekken internationale klanten aan, houden producties en budgetten in België en bouwen ecosystemen waarin Belgisch en internationaal talent samenwerkt.

Door die realiteit te negeren, zet men niet alleen bedrijven buitenspel, maar ook de kwaliteit van het werk onder druk. Want als deelname wordt beperkt op basis van nationaliteit, wordt automatisch ook de pool van talent beperkt.

Dat staat haaks op wat een award zou moeten doen: het beste werk tonen.

Wat het nog vreemder maakt, is dat deze logica enkel wordt toegepast op craft. In alle andere categorieën, van creatie en digital tot design, strategy en experience, worden campagnes en projecten beoordeeld ongeacht de nationaliteit van de individuen die eraan hebben bijgedragen. Daar wordt erkend dat creatie een collectief proces is, gedragen door organisaties.

Waarom diezelfde logica niet geldt voor craft, is moeilijk te begrijpen.

Het huidige reglement creëert zo een vreemde tweedeling: categorieën die de realiteit van de sector volgen, en categorieën die terugvallen op een achterhaalde, protectionistische visie.

Als het doel werkelijk is om Belgisch talent te ondersteunen, zijn er andere manieren om dat te doen. Door talent zichtbaar te maken. Door ecosystemen te versterken. Niet door grenzen te trekken die de sector verarmen.

De vraag die Creative Belgium zich moet stellen is eenvoudig: wil men een award zijn die excellentie viert, of een award die voorwaarden oplegt die die excellentie beperken?

Vandaag lijkt het antwoord helaas het tweede. Het is niet te laat om dat bij te sturen.

Archief / AWARDS