Fr

AGENCIES

BeNe, va bene?, door Griet Byl (MM)

Vrijdag 10 April 2026

BeNe, va bene?, door Griet Byl (MM)

Onlangs kwam ik op LinkedIn – waar ook elke zichzelf respecterende professional zich wel eens bezondigt aan doomscrolling – een haast karikaturale illustratie tegen die het verschil tussen zakendoen in België en Nederland duidelijk wilde maken.

Het waren echter niet de obligate verwijzingen naar de stipt- en directheid van onze Noorderburen versus de al even spreekwoordelijke zin voor compromissen van onze landgenoten die me aan het denken zetten– soms heeft dat verticale swipen toch z’n nut. Wat wel bleef hangen, was de evidentie waarmee tegenwoordig BeNe- en bij uitbreiding geïnternationaliseerde - business als slim redmiddel uit een lastig economisch parket naar voren wordt geschoven.

In de huidige context van schaalgrootte en kostenefficiëntie hoeft dat natuurlijk niet verwonderen. Als de koek te klein is, moet je hem groter maken en als de middelen krimpen, moeten de kosten naar beneden; dat zullen elke goede huisvader of -moeder en kleine zelfstandige beamen. Binnen de internationale groepen leidde de Belgisch-Nederlandse connectie de laatste tijd dus vooral tot verregaande fusies tussen Brussel en Amsterdam.

Uiteraard valt er een lans te breken voor commerciële en andere toenaderingspogingen tussen twee behoorlijk kleine en naburige markten die niet alleen een taal, maar ook een stuk geschiedenis delen. Door die te bundelen ontstaat er immers een grotere regio die wel strategisch relevant en economisch interessant kan zijn op het speelveld van de wereld. Zo ook in onze industrie: de pakweg 13 miljard dollar die de Belgische en Nederlandse reclamesectoren vorig jaar samen in de schaal legden volgens de prognoses van Statista, klinken toch een pak aantrekkelijker dan de veel kleinere aandelen van beide markten afzonderlijk.

Bovendien worden veel creatieve en mediabureaus geconfronteerd met adverteerders die zelf ook almaar vaker op Benelux-niveau werken en als dusdanig liever een enkel aanspreekpunt in de regio hebben.

Los daarvan rechtvaardigen de vele disciplines die het reclamevak ondertussen vereist toch eerder een (grote en allesomvattende) centrale hub dan versnipperde en onvolledige nationale silo’s. Het belang van data en tech als onderscheidende maar peperdure en complex te beheren assets geven tot slot de doorslag voor een enkel HQ voor de lage landen.

Gevolg: onze nationale reclamemarkt is in een klaarblijkelijk onstuitbare grensoverschrijdende concentratiebeweging verzeild geraakt en het aantal wereldwijde holdings met een enkel HQ boven en onder de Moerdijk neemt gestaag toe.

De tol betaald in de vorm van verdwijnende jobs, vervliedende expertise en ingekrompen beslissingsmacht is hoog. Daarenboven zitten er nog andere geniepige adders onder het gras en ze gaan helaas verder dan enkel culturele irrelevantie omdat België nu eenmaal een twee- en zelfs drietalig land is met een niet te verwaarlozen Franse overlap.

Zo heeft België bijvoorbeeld sinds jaar en dag de reputatie digitaal achterop te hinken, terwijl Nederland dan weer digital first heet te zijn. Bij ons is – zoals Alex Thoré nog maar eens herhaalde tijdens het recentste VIA-seminarie - de reclamemarkt nog altijd en gelukkig maar iets lokaler georiënteerd dan elders in Europa.

Precies in die context is een enkele BeNe-structuur niet zonder risico. Want als reclamebudgetten globaal beheerd en verdeeld worden zonder aandacht voor deze lokale specificiteit, hoe gaan onze eigenste Belgische media hun stuk van de zoals gezegd toch al te kleine koek veiligstellen, verdrinkend in de steeds meer op data gebaseerde en internationaal geplande eenheidsworst?

De aanzet tot soelaas kunnen we misschien verwachten van een dosis eerbare vaderlandslievende intenties, als ze tenminste gepaard gaan met het nodige inzicht in eigen kunnen en radicale maar solidaire keuzes voor en door onze nationale bureaus.

Archief / AGENCIES