Fr


Close

PEOPLE

In Memoriam: Georges Lafleur (1944-2021)

Zondag 26 September 2021

In Memoriam: Georges Lafleur (1944-2021)

Op 19 september overleed hij en zijn dood laat een grote leegte achter binnen de reclamegemeenschap. Wie het geluk had hem te kennen en met hem samen te werken, blijft verweesd achter.

Wat konden we anders doen dan hulde brengen aan deze grote mijnheer, deze briljante copywriter, met enkele dierbare herinneringen, anekdotes en beschouwingen?

Dank jullie wel Eric, Ine, Christophe, Véronique, Najad, Josephine, Patrick en Marc.   
Marc Fauconnier
Georges Lafleur is de meest fijnbesnaarde man die ik tijdens mijn reclameleven ontmoet heb. Opgetrokken uit het fijnste porselein. De stijlvolle, fragiele hand van Georges zag je ook terug in de beste campagnes van Lowe Troost. Op die manier bouwde hij eind vorige eeuw de mooiste merken van ons land, denk aan Spa en Levis verven. Ook de legendarische Frank Lowe was zot van Georges die hij bij ons bezoekje aan Londen als de 'Belgian praline' van zijn netwerk typeerde.

Ik zag pas een barstje in het porselein toen ik Georges moest vertellen dat ik samen met zijn ster-team Luc Libens en Christophe Ghewy een eigen bureau zou beginnen. Georges voelde zich eventjes verraden maar heeft onze 'beau break-away' (zijn eigen woorden) vervolgens bedekt met de mantel der liefde. Bij een zeetong met frietjes en een heerlijk glas Meursault.

Adieu Grand Homme.
Josephine Overeem
Lieve Georges,  

Ik ontmoette je voor het eerst aan de Avenue de la Sapinière in Ukkel waar je met Rik Manhaeve als creative director in een oude villa vol op- en afstapjes onder de onwaarschijnlijke leiding van Henri Goditiabois DDB Belgium mee vorm gaf.

Als beginnend freelance vertaler/herschrijver mocht ik je teksten naar het Nederlands brengen. Het was altijd een genot. Je maakte van elke potentieel obligate copy een zorgvuldig afgewerkt juweeltje: spannend, vloeiend en to the point. En altijd met een inhoud die het reclamische oversteeg. Het is weinigen echt gegeven. De veel te jong gestorven Greg Tyteca was ook zo iemand, al hebben jullie elkaar niet gekend. Als een adverteerder in je teksten wilde gaan knoeien zei je: "Afblijven, ik herschrijf hem zelf". Die adverteerder diende dan wel duidelijk te worden over wat hij anders wilde en waarom...

We zijn bijna even oud: jij Vissen/Aap van '44, ik Tweelingen/Haan van '45 en we vonden elkaar in onze onvoorwaardelijke liefde voor Bernbach, voor goed geschreven teksten en voor die extra dimensie die je kon meegeven aan (toen nog) advertenties, posters en direct mail en die het enige echte bestaansrecht is van reclame.

Ik herinner me in de jaren daarna, toen je bij het oude en zeer francofone Vanypeco (jaja van de broer van de kabinetschef van Boudewijn) dat zich tot Lowe Troost transformeerde in die prachtige villa aan de Tervurenlaan, onder leiding van gentleman/edelman Jean de Waha, die uit Parijs als opvolger zigeuner (figuurlijk!) Maurice Sendrowicz aan boord haalde (even ademhalen), hoe je daar je vleugels wijd uitsloeg over ons vak, altijd wel met een zekere ernst in je waterblauwe ogen, zacht en vriendelijk en tegelijk streng.

En hoe je moeiteloos en soeverein mee als Franstalige met de aanstormende Vlaamse bureaus Belgische reclame in één decennium uit de jaren stillekes tilde en transformeerde tot de dapperste aller Galliërs in die exponentieel uitdijende advertisingwereld die ze vandaag nog altijd is.  

Ik kan het niet laten. Het staat levensgroot in m'n geheugen gegrift hoe ik via het Noordstation naar m'n werk bij Pub reed, (dat ik 26 april 1976 volstrekt argeloos voor het eerst had rondgestuurd naar 4.000 mensen uit het vak die ik bij elkaar kon scharrelen, voor de jonkies: er was toen zelfs nog geen fax, er waren wel loodzware Gele Gidsen), dus hoe ik in die grote kaalslag die stadsverwoester Charlie De Pauw daar had aangericht, ineens die poster zag hangen voor Levis. Een mooie zwarte man die omhoog keek en zei: "Quel Blanc!". Hij zou nu als politiek incorrect worden weggezet, helaas, maar wat een wereld in die twee woorden!  

En de beste van allemaal: de man met de vriendelijke ogen voor Spa op 20 M2 in zwart/wit aan de Pont van Praet. Dan Van Vlasselaer liet me alle contactsheets zien (ja jonkies, andere tijden): meer dan 800 shots en op één foto had die mooie jonge macho vriendelijke ogen. Dat werd hem. Eén profetisch beeld dat de decennialange, trage ontwikkeling van zich emanciperende mannen en vrouwen omvatte, (mijn (klein)kinderen doen het goed daarin) en zich weer in dat collectieve geheugen grifte.

Die hele lichte terughoudendheid die ik altijd bij je voelde schrijf ik toe aan je polyartritis, die vreselijke ziekte die je al jong droeg, en waarover je zo bescheiden was dat het vaak zeer deed. Het duurde daarom even voor ik doorhad dat je daaraan leed en heel af en toe loste je iets. Dat je tussen de parking achter de villa en de voordeur van Lowe Troost vaak even moest stilstaan met bloed in je schoenen. Dat je wel ontstekingsremmers nam maar meestal pijnstillers liet staan omdat je je geest niet wilde laten aantasten. Dus had je bijna altijd pijn en dat blijft redelijk onvoorstelbaar.  

Ik stop met in m'n over elkaar buitelende herinneringen te verdwalen. Met dank aan Fred en Dam en Griet om dit mogelijk te maken, omdat ik zo weet dat zoveel anderen ook hun Georges Lafleur zullen delen. Jij en ik, we ontmoetten elkaar vooral professioneel. Veel later, het vak achter ons latend, ging ik coachen en jij ook, als NLP master, het certificaat dat je samen met je onverbrekelijke maat Alain Godefroid haalde. Maar: Quel Homme!  

Ik draag je levensgroot in me en kan alleen maar met veel liefde en dankbaarheid aan je denken.
Eric de Behr
Ik heb nooit de kans - of liever de eer - gehad om voor of met Georges Lafleur te werken. Maar ik heb hem goed gekend tijdens onze jaren als creatieven in de reclame, ook privé, want ik beschouwde hem als een vriend.  

Om te beginnen omdat hij de CD geweest was van Ine, mijn echtgenote. En aangezien Lowe Troost een grote familie was, waarvan de patriarch -Maurice Sendrowicz - mijn CD geweest was bij McCann en altijd mijn mentor en vriend is gebleven, zagen we elkaar regelmatig.  

En natuurlijk, tijdens alle parallelle activiteiten met onze respectieve bureaus: op Awards, jury's, het Festival van Cannes, enzovoort waren we vaak samen te vinden, maar het was vooral tijdens de acht jaar dat ik aan het hoofd stond van de CCB dat hij me zijn onvoorwaardelijke steun en verlichte raadgevingen gaf.  

Georges was zeker de meest briljante copywriter in België. En een CD van zeldzame intelligentie. Ik zag hem altijd als een wijze man. Verre van het beeld van de creatief met sterrenallures die in zijn knalrode sportcabrio de parking van het bureau uitrijdt, met zijn haar en zijn Hermes sjaal wapperend in de wind.  

Zijn houding en uiterlijk waren precies het tegenovergestelde. Hij was kalm en sereen, torende boven je uit zonder neerbuigend te zijn, als een mentor, een professor in de retorica die je heimelijk bewondert, misschien zelfs als een jezuïet of een boeddhistische monnik in zijn rode en gele toga, altijd met een welwillende glimlach en een luisterend oor. Of als een psychiater, omdat hij wist hoe te luisteren. Hij is trouwens psychotherapeut geworden.  

Hij straalde altijd sereniteit uit, zowel als hij luisterde al bij de antwoorden die hij gaf. Net als zijn teksten gebruikte hij geen woord te veel, niks was overbodig, alleen de essentie. Hij straalde een kracht uit, een stille kracht.  

Ik heb hem gemist. Ik zal hem nog meer missen.   Hopelijk komt hij daar waar hij heengaat zijn dierbare kompaan Maurice tegen. Ze zullen elkaar zoveel te vertellen hebben, maar daarvoor hebben ze gelukkig tijd zat: een eeuwigheid.  

Laten we hopen dat ik ze daar ook ooit terugzie, bij een bord pasta en een paar flessen rode wijn, net zoals tijdens onze afspraken in de Muscha, hun kantine in de buurt van Lowe.
Patrick Willemarck
Dank je, Georges.  

We waardeerden elkaar, we werkten samen en we hadden een hekel aan elkaar, lang nadat onze wegen scheidden. Daarna zagen we elkaar opnieuw en toen niet meer. En nu zullen we elkaar nooit meer zien.   De eerste herinnering die bij me opkwam toen ik het overlijden van Georges vernam, was de motortrip van Avignon naar het Festival van Cannes met Alain Godefroid op een knetterende Royal Enfield en ik op een BMW 1100R. Georges wilde achter ons aanrijden in zijn mooie cabriolet die hij gelukzalig over wegen stuurde die normaal voorbehouden waren aan terreinwagens. Maar Georges was geen gewone man. Hij wilde het volle leven proeven en verzette zich tegen elke poging om zijn mobiliteit te beperken. Dat deed zijn ziekte al. Tijdens die minitrip hebben we genoten, gelachen, gedronken en lekker gegeten. Soms trok hij zich terug voor momenten van stilte, van observatie, van luisteren. Dat is het eerste wat ik van Georges geleerd heb. Reclame is niet het resultaat van een beschouwing, noch van hard werk, noch van rationalisering, het is het resultaat van de gedachte. Het betere denkwerk dat zich laat inspireren door de werkelijkheid. Helaas produceren scholen kaderleden en werknemers verlamd door rationaliteit. Zo jammer.  

De laatste keer dat ik Georges terugzag, werkte hij allang niet meer in de reclame en adviseerde hij bedrijven van binnenuit. Hij onthulde aan zijn disgenoten dat je zodra je de reclame verlaat en naar de andere kant overstapt, snapt hoe relatief het gewicht is dat reclame in de schaal legt voor het leven en de toekomst van een bedrijf. Aan het hoofd van een start-up, in volle crisis in 2008, deed ik precies dezelfde ontdekking. En toch durf ik te geloven dat de reclame die hij maakte en hoog in het vaandel droeg, vandaag nog noodzakelijker zou zijn dan vroeger. Omdat die reclame een universele roeping heeft, vertrekt vanuit de essentie van het product en de brug slaat naar de essentie in het leven van het publiek. De media kunnen er weliswaar voor zorgen dat ze terechtkomt bij de juiste doelgroep, maar de boodschap moet zich tot iedereen kunnen richten. Zo werd de verf van Levis inspiratie voor binnenhuisinrichting en nodigde de Spa-campagne ons uit om te blijven wie we waren, terwijl de koeien ons eraan herinnerden dat lachen het allergezondste is.  

Ik durf te geloven dat de werknemers die werkten voor de adverteerders van Troost of Lowe, of hoe ze uiteindelijk ook heetten, uiteindelijk trots waren op het bedrijf waarvoor ze werkten. De reclame en zijn imago straalden af op hen. Tegenwoordig grijpen burn-out en bore-out steeds sneller om zich heen op de werkvloer, en misschien is dat te wijten aan een tekort aan gedeelde bedrijfsvisie die het publiek als getuige neemt. Nee, zullen de experts je vertellen, HR en teambuilding zullen het verschil maken. Het zal wel. In Georges' tijd werd een personeelsadvertentie voor BIC geschreven in BIC en zo gereproduceerd. Daarmee kwamen we niet alleen tot de essentie, maar er werd ook gevochten voor consistentie. Die dagen zijn voorbij. Zo jammer. De mens is voortaan verdeeld in een gewaardeerde, overbevraagde burger en consument enerzijds en een ondergewaardeerde, onderbevraagde en overgespecialiseerde werknemer anderzijds.  

Waar zijn de reclamemakers van het kaliber van Georges vandaag? Als ze nog niet met pensioen zijn, werken ze in een wereld waar alles om communicatie draait. In deze wereld is alles gelijk aan alles. En waar iedereen expert geworden is in alles, zoals de sociale netwerken ons elke dag tonen, of het nu gaat om een klimaatcrisis, een gezondheidscrisis, een economische of politieke crisis of een communicatiecrisis. Voor die laatste expertise zijn we een referentiefiguur en een baken kwijt. Een man voor wie communicatie de hefboom was om gemeenschappelijkheid te creëren, om een gemeenschappelijke wereld tot stand te brengen, bij wijze van bolwerk tegen de identitaristen, de radicalen, de concurrenten van de humanistische waarden en/of van het bedrijf dat hij diende. Een man die nadacht over zijn beroep en de maatschappij. Ze bedacht ook. Een man die een bureau runde als een bedrijf van diensten, niet van bedienden.  

Merci Georges.
Najad Jonas-Menouar
Je verwelkomde me, je deed me groeien, je maakte me aan het lachen, je leerde me zo veel. "Blijf zoals je bent", zei je. De nagel op de kop. We zullen aan je blijven denken, we zullen je talent, je humor en je menselijkheid niet vergeten. Vaarwel, mijn beste Georges, rust in vrede.
Christophe Ghewy
Een Georges maken om raad aan te vragen  

Toen we begonnen met Libens, Ghewy & Fauconnier - dat was de echte naam van ons bureautje, in plaats van het door Josefien Overeem afgekorte LG&F - was het aanvankelijk een beetje onwennig voor Luc Libens en mij.  

We hadden geen Georges meer.  

Onze reclamegodfather, de statige man in rolkraagtrui (als hij eens wat relaxter gekleed was), die Najad in het aanpalende bureau vroeg om drie Coca Colaatjes. Meestal was het koffie, maar hij kon ook wel genieten van een ijskoude cola uit het flesje, die hij toen al met een verkrampte hand naar zijn mond bracht. Hij was even oud als mijn vader, op een maand na. En net zoals mijn vader verzorgde Georges zijn inner child bijzonder goed. Niet door opgefokt op tafels te springen in hippe sneakers of door 'Putaaaaain!' te roepen of rockstergewijs dingen tegen muren te gooien. Georges nooit, Georges had stijl.

Je kreeg een glimp van zijn inner child door dat scheve glimlachje. En hoe mooie dingen of mooie ideeën hem blij konden maken. Dat is misschien het grote verschil. Bij Georges ging het meestal niet over goede ideeën, maar over mooie ideeën.  

Maar goed, bij Libens, Ghewy en Fauconnier waren we Georges kwijt. Hoe konden wij nu als enig creatief team in ons bureautje van drie weten of we een mooi idee hadden?   Uiteindelijk hebben we een levensgrote Georges uitgeprint. Al die A4'tjes mooi bij elkaar gepuzzeld en gekleefd op een enorme cadapack en met de grootste chevalet die we hadden meegepikt bij Lowe Troost, stond hij mooi te pronken in ons bureau.  

Hij heeft ons mooi op weg gezet.
Véronique Hermans
Georges had een gave. Hij had de gave om woorden te combineren en zo de unieke formulering te vinden die het merk op het lijf geschreven leek. Hij was een visionair die wist hoe hij echte communicatieterritoria kon creëren, zoals wij die niet meer zien. Hij had ook, en dat is tegenwoordig belangrijk, respect voor het vak. En het vak voor hem.
Ine de Behr
50 jaar geleden zette ik mijn eerste stappen als stagiaire copywriter bij Colett Dickinson and Pierce, CDP. Georges was daar ook. In de nineties, de gouden reclamejaren, werd ik door hem bij Troost binnengehaald. Herinneringen en emoties komen boven. Grootse campagnes. De eerste Cannes festivals. Anekdotes. Historische meetings met klanten. Maar wie interesseert dat nog. Het waren mijn beste copyjaren. Hoe kan het anders. Ik leerde van de beste. Zijn humor, zijn spot kon soms bijten, zijn inzichten of advies waren nooit opgedrongen. Later, als hoofdredactrice van MM, werden de contacten anders, professioneler, hoewel we altijd vrienden bleven.  De laatste jaren heb ik hem nog weinig gezien. Ik hoorde van mijn andere reclamementor André hoe het met hem ging. Een paar dagen geleden moest ik ineens aan hem denken. Ik troost me met de gedachte dat hij op dat moment ook nog even aan mij dacht.

Tu vas me manquer, Georges.

(foto Eric de Behr)

Archief / PEOPLE