SLUITEN


Op zoek naar iets ?

Zoeken

Al een MM-account ?

Inloggen Wachtwoord vergeten ?

Wachtwoord vergeten ?



Je wachtwoord versturen
FR NL

Op zoek naar iets ?


GEAVANCEERDE ZOEKOPTIES >

Nog geen lid van MM ?

mm.be is een freemium site. Om toegang te krijgen tot onze betalende inhoud, moet je een account aanmaken en je abonneren op onze producten.
Account aanmaken

Al een MM-account ?

Wachtwoord vergeten ?

Wachtwoord vergeten ?


Je wachtwoord versturen
close

16 buzz-words voor 2016

Woensdag 16 December 2015


16 buzz-words voor 2016
In partnerschap met het mediabureau Space zet MM zestien buzzwords in de schijnwerpers, zestien grote trends die momenteel het mediawereldje in hun ban houden. Van adblockers tot de vooruitzichten voor 2016, via de debatten rond de bureaucommissie, het partnerschap met het internet software panel, big data, privacy en targeted advertising op televisie en nog veel meer.

Adblock  vs LEAN
De Adblock Plus software is ondertussen berucht en duikt regelmatig op in allerlei polemieken. In juni schatte het bekende onderzoek van PageFair en Adobe dat wereldwijd 6% van de internauten een adblocker gebruikt en dat de gederfde inkomsten voor uitgevers daardoor zouden kunnen oplopen tot 41,4 miljard dollar. Overdreven? Wat er ook van zij, diverse verenigingen, waaronder de WFA, pleiten voor een nieuw ecosysteem voor online reclame.
 
De mening van Space: ‘Adblock-alypse Now’. Aldus de titel (met knipoog en helikopters!) van een artikel over het onderwerp dat enkele weken geleden verscheen in de Sunday Times. Uit ons onderzoek rond ad blockers blijkt dat een Belgische internaut op vier verklaart er eentje te hebben geïnstalleerd (zonder te preciseren of dat op alle geconnecteerde devices in zijn bezit is – en dat zijn er gemiddeld meer dan drie). Is dat een ramp? ’t Is in elk geval een kans. Om een ‘nieuwe deal’ met de internauten te sluiten: dat is waarover het LEAN project van het Amerikaanse IAB over gaat. Het acroniem verwijst naar de promotie van lichte, niet-invasieve online reclame. Het werd tijd!
 
Anderzijds brengt dit gegeven de digitale wereld in een situatie die al bij al vergelijkbaar is met die van de andere media. Op televisie bestaat de mogelijkheid om aan reclame te ontsnappen al lang (met een penetratie van ongeveer 100%). Kortom, adblockers zijn het einde van de wereld niet; ze vertegenwoordigen gewoon een kans voor de industrie om te zorgen voor een weldadige soft reset.
 
OTT: A new normal
OTT ontluikt zowat overal in het televisielandschap. In 2015 lanceerde Medialaan Stievie Free, maakte RTL zijn ‘à l'infini’ aanbod beschikbaar op alle platformen, commercialiseerden de zenders van Eleven Sports Network hun programma’s online. Deze ‘killer apps’ zullen de manier waarop televisie geconsumeerd wordt ongetwijfeld revolutionair veranderen.
 
De mening van Space: Over The Top of OTT. De meest emblematische van deze diensten is natuurlijk Netflix. Een jaar geleden hoorde je over niets anders, vandaag is het wat stiller rond de dienst. Volgens ons onderzoek maakt 8% van de Belgische internauten er gebruik van. Maar in het algemeen spreekt het model wel aan: met behulp van exclusieve content en een positieve buzz zou Netflix dus gestaag kunnen groeien.
 
Netflix is echter niet alleen: video content met of zonder reclame verspreiden via het internet is een groeipiste voor zowat alle spelers op de markt, aangezien ‘cross platforms’ video content verspreiden normaal geworden is. De vraag is dus niet wie of zelfs niet hoe, maar hoeveel. De verzilvering is een echte uitdaging. In dat verband vormt de meting van het bereik en vooral van de reclameprestaties een sleutelelement voor de toekomst.
 
Second screen: vergeet multitasking, dat bestaat niet
Natuurlijk staat het goed om te zeggen dat second screens het televisieverbruik boosten. Maar zijn smartphones en tablets niet bezig om uit te groeien tot het eerste scherm? Als het over televisie en multitasking gaat, wordt vaak vergeten te vermelden dat de vaakst voorkomende activiteiten gewoon eten (76%) en sms’en (69%) zijn.
 
De mening van Space: De metingen leveren niet strikt dezelfde resultaten op. Naar schatting betrof multi-screening (een – of meerdere – schermen raadplegen tegelijk met de televisie ) de afgelopen maanden minstens een Belg op twee. Dat betekent geenszins dat iedereen permanent en elke dag verdiept is in zijn tweede scherm. Gelukkig maar, want specialisten die het kunnen weten, zijn formeel: echt multitasken is onmogelijk. De aandacht blijft sowieso hangen bij een van de schermen. Dat kan heel snel verspringen, maar de menselijke geest kan geen twee dingen tegelijk (helaas!). Hij switcht gewoon van de ene task naar de andere. Dat leidt tot een minder goede memorisatie, een sterkere emotionele reactiviteit en een grote impact van de externe context (geluiden en gesprekken zullen je makkelijker afleiden dan als je geconcentreerd bent).
 
Targeted Ad: de Graal moet je verdienen
De komst van targeted advertising die meer dan een jaar geleden aangekondigd werd na de deal tussen SBS en Telenet, wekt de belangstelling van diverse spelers. Aan de kant van de operatoren legt ook Medialaan zich erop toe en Proximus TV startte onlangs een pilootproject met Dobbit TV en zijn regie Transfer in West-Vlaanderen.
 
De mening van Space: In september 2014 kondigde SBS dit grootse project aan, na zijn toenadering tot Telenet. Het is nog geen werkelijkheid geworden, maar spreekt enorm tot de verbeelding van alle audiovisuele regies, of toch bijna. Tussen wensen en werkelijkheid zitten echter technologische belemmeringen, te beginnen met de beperkingen van de targeting, de kwalificatie van de profielen en het planningbeheer van de televisiestations.
 
Om deze Graal te vinden is een serieuze queeste nodig, maar hij wekt ondertussen wel het verlangen van alle marketeers, want de waste van nutteloze contacten verdwijnt en zowel klank als beeld komen ten dienste te staan van een bijna one-to-one medium. Nicheproducten voor beperkte doelgroepen krijgen eveneens toegang tot televisie, de televisiereclame wordt beter geduld en met meer aandacht bekeken, wat de ROI ten goede komt.
 
En ja, de droom kan werkelijkheid worden in de loop van 2016, geleidelijk, maar het zal de regies nog veel moeite kosten om de beloften die de adverteerders ervan verwachten te kunnen waarmaken. Internationale experimenten (UK, USA) leren desalniettemin dat het volume van addressable ads binnen enkele jaren op tv niet meer dan 20% zal bedragen. Er wachten mainstream televisie nog mooie dagen!
 
Radio: simplicity sells
DAB, wat staat voor Digital Audio Broadcasting, is de wereldwijde standaard voor digitale radio. DAB is voor de radio wat de CD was voor de muziek en de DVD voor het beeld, hoor je wel eens. Maar de ontwikkeling is nog zeer beperkt in België en radio is nog steeds het medium waar digital de minste impact heeft. In Noorwegen nemen ze in 2017 definitief afscheid van de FM-band, bij ons zal dat (minstens) nog een paar jaar langer duren.
 
De mening van Space: ‘Video killed the radio star’ zongen de Buggles in 1980. 35 jaar later kunnen we alleen maar vaststellen dat ze ongelijk hadden en dat radio bovendien dienstdoet als het spreekwoordelijke Gallische dorp in het volop digitaliserende medialandschap.
 
Ondanks alle gedragsveranderingen, van digitale televisie tot sociale netwerken, blijft radio een vaste waarde in een context die soms serieus door elkaar geschud wordt. Misschien ligt het geheim van zijn succes in deze stabiliteit?
 
Authenticiteit, echtheid, oorspronkelijkheid zijn een krachtige waarde in opmars bij de consumenten. En is dat niet precies wat de radio hun geeft? In een wereld waar je alles kunt pauzeren, onderbreken, recupereren, becommentariëren en transformeren, biedt radio live content, echtheid. In onze info-obese wereld concentreert radio zich op het geluid, de stem. Op reclamevlak is zijn aanbod dat beperkt wordt door zijn technische normen eenvoudig, instant en massaal. Zowel voor adverteerders als voor consumenten is het Gallische dorp nog steeds erg aantrekkelijk.
 
Programmatic of Automated Buying: something old and something new
Van de talloze studies die de onweerstaanbare opmars van programmatic buying moeten aantonen, onthult de recentste die gepubliceerd werd door Magna Global dat de display formaten in 2015 74% van de bestedingen in programmatic zullen vertegenwoordigen. Video wint echter terrein en zou tegen 2019 55% van het totaal voor zijn rekening moeten nemen (tegenover 26% vandaag). Nog in 2019 zal mobile (versus desktops) de helft van de uitgaven in programmatic vertegenwoordigen, aldus hetzelfde onderzoek.
 
De mening van Space: In de huidige mediawereld ligt er een woord op ieders lippen: Programmatic Buying. Die vlag dekt verschillende ladingen (bidding, al dan niet in real time, machinegestuurde transacties, optimalisatie-algoritmen, public market places, private deals…).
 
We moeten een onderscheid maken tussen programmatic en automated buying. De eerste term verwijst grosso modo naar een model waarbij in een software de parameters en de KPI’s in een campagne ingevoerd worden en de computer verbinding maakt met verschillende media-inventarissen om de beste ruimte te kopen voor een afgesproken maximale prijs, om de best mogelijke prestaties te verwezenlijken. De tweede term is meer rudimentair en vereenvoudigt de transacties tussen de koper en de verkoper via door mensen bediende e-commerce platformen, wat het mogelijk maakt de productiviteit te verhogen.
 
Automated buying is niet nieuw: televisie- en radioregies hanteren het al meer dan vijftien jaar, door bureaus de mogelijkheid te bieden schermen te reserveren via platformen die met hun inventarissen verbonden zijn. Verbazend genoeg wordt het internet (naast RTB, Google en Facebook) niet aangekocht via zulke platformen, maar via mails, fax en telefoontjes naar de regies. Hetzelfde geldt voor de pers.
 
Het goede nieuws voor de mediabureaus is dat 2016 het jaar van de automated buying wordt in België, met de invoering van een (door de UMA gewenst) platform voor de reservering van webruimte dat ontwikkeld werd door de DMA. In de magazinepers geldt hetzelfde, met onder andere een project van Sanoma, het Nederlandse Adoptiq en het Belgische Printadbooking. Welkom in de 21ste eeuw!
 
Big data: noodzakelijk coöperatief
Uit alle studies blijkt de overtuiging van de meeste marketeers dat Big Data vroeg of laat een impact zullen hebben op hun bedrijf, maar dat er nog veel aspecten die met deze data verband houden onduidelijk blijven voor hen. Verder moeten de marketeers nog gesensibiliseerd worden voor het verschil tussen business intelligence (interne bedrijfsgegevens) en Big Data (de kruising van gegevens uit externe databanken met interne gegevens).
 
De mening van Space: Het STIMA-congres onthulde dat de Belgische marketeers last hebben met data. Het verschijnsel kan moeilijk verwaarloosd worden, want het is een van de meest mediagenieke onderwerpen van het moment. Volgens onderzoek van Graydon/STIMA verklaart slechts 10% van de bevraagde marketeers te weten hoe ze alle voordelen van big data optimaal kunnen benutten. De meerderheid (53%) zegt niet te beschikken over de nodige tools om ze te exploiteren en tegelijk is meer dan 80% van oordeel dat deze massale data op zijn minst belangrijk zullen zijn de komende drie jaar. Van sereniteit is op dat vlak dus weinig sprake.
 
Een ding staat vast: in marcom middens zal het gegeven alsmaar belangrijker worden. Bij Space vertrekt het departement Connectology al van een slimme exploitatie van ‘smart data’ om consumenten op de voet te volgen op hun traject naar het merk (‘purchase funnel’). Nu nog onze gegevens op een beter geregelde manier verbinden met die van de adverteerders. De strijd van de big data kan enkel gewonnen worden door nauw samen te werken.
 
Storytelling en content marketing: veel woorden, een enkel doel
Targeten op basis van de interessecentra van de betrokken personen is zowat het stokpaardje van de marketeers geworden. De meest digital natives van hen zweren enkel nog bij native ads, gesponsorde podcasts, partnerships met influencers, bloggers, video producers,… een ding is zeker, in de toekomst zullen adverteerders meer ultralokale en zeer gecibleerde content produceren.
 
De mening van Space: Brand content, content marketing, storytelling, brand stories, allemaal buzzwords die we vaak gehoord hebben en die we in 2016 nog steeds regelmatig in de mond zullen nemen. Het zijn generieke termen waarmee we sinds een jaar of twee drie om de oren geslagen worden en die aan bod komen in conferenties, artikels, speciale edities, thesissen,… maar die evenveel definities hebben als het aantal keer dat ze vernoemd worden.
 
Maar wat is brand content, of hoe het ook mag heten, nu in feite? Want als het zo moeilijk is om het eens te worden over een definitie, dan komt dat wellicht ook omdat het gegeven zoveel verschillende vormen kan aannemen. Soms is het een artikel, dan weer een webserie of een speciale actie op de sociale media of op straat, een boek, een televisieprogramma, een reisgids,…
 
En wat doet reclame per definitie anders dan verhalen over of voor merken vertellen? In welk opzicht zou brand content daarvan verschillen? Waarom zouden we niet beginnen te zeggen dat in tegenstelling tot reclame brand content staat voor inhoud die bedoeld is voor een in de eerste plaats interessant en dan pas geïnteresseerd publiek? Waar zou dat het merk brengen, als we van die stelling zouden uitgaan, en wat voor vorm zou dat aannemen?
 
Digital OOH: out of the box
Volgens de voorspellingen van eMarketer zullen de reclamebestedingen in digital out-of-home dit jaar met meer dan 10% toenemen in de Verenigde Staten en zullen ze 40% van het totaal in OOH vertegenwoordigen. De kaap van 50% zou in 2018 gerond worden. Bij ons sparen in elk geval Clear Channel en JCDecaux kosten noch moeite. Digital OOH gaat eindelijk verder dan de metro en de luchthaven; het is op grote schaal te zien langs belangrijke verkeersassen. Iedereen die regelmatig langs de Generaal Jacqueslaan in Brussel komt, heeft vast al gemerkt dat je er niet naast kunt kijken.
 

De mening van Space: 2016 wordt ook het jaar van digitale affichage, of het nu is bij de ingang van Carrefour, in bepaalde belangrijke winkel- en wandelstraten van de hoofdstad of in sommige toeristische steden, in trein- en metrostations, winkelcentra, maar ook op alle formaten, van de klassieke 2m² tot en met 140m².
 
Het gaat om meer dan de switch van papier naar niet-papier: digitale affichage is een buitenkans voor creativiteit. Natuurlijk kun je je beperken tot de simpele animatie van de beelden of de inlassing van enkele seconden uit een televisiespot, maar dat zou jammer zijn. Om te beginnen biedt digitalisering de mogelijkheid om materiaal bijna in real time aan te passen op basis van de datum (top topicals), het weer (portfolio management) of zelfs onvoorziene gebeurtenissen. Nog een mogelijkheid is de creatie van boodschappen die met hun omgeving interageren of met hun context spelen… kortom, reclame scheppen die zich letterlijk ‘out of the box’ waagt.
 
Het jaar van de smartphone
Deze keer is het zover. Al jaren worden ons de consecratie van ‘mobile’ beloofd. Maar in feite staat mobile zo goed als synoniem voor de smartphone. Die wordt alsmaar meer en zowat overal gebruikt, mede dankzij de uitbreiding van het snelle internet (4G) en de verruiming van het aanbod. Volgens het ‘Connections Panels’ onderzoek van Initiative maakt 65% van de gebruikers dagelijks via hun telefoon verbinding met het internet. Het onderzoek toont aan dat mobiel internet tegenwoordig vaker thuis (60%) dan buitenshuis gebruikt wordt. 30% van de smartphone-gebruikers begint hun dag door via hun mobile naar het internet te surfen, 45% eindigt hem op dezelfde manier.
 
De mening van Space: ‘Het jaar van mobile’… Onze industrie heeft het al geruime tijd over het moment waarop de telefoons die we allemaal bezitten (soms zelfs in meerdere exemplaren) zullen uitgroeien tot een reclamevector die overeenstemt met de tijd en de plaats die ze in onze levens innemen. Helaas voor sommigen zal deze evolutie niet zo eenvoudig zijn. In feite is het tijdperk van mobile al begonnen, of het nadert in elk geval met rasse schreden. De hoofdrol is niet weggelegd voor de eerbiedwaardige Nokia 3310, maar voor de 3G/4G-smartphone en wifi. Van welk merk heeft niet veel belang, maar Samsung is prima.
 
Sinds het eerste semester van 2015 bedraagt de penetratie van de slimme telefoon meer dan 50% (CIM Radio, 18+). Zijn aandeel in de internetconsumptie is aanzienlijk volgens de CIM internet-studie. De sociale netwerken, en dan vooral Facebook, zouden het voornaamste gebruik vormen.
 
Wanneer dat ‘jaar van mobile’ gaat beginnen, zullen we dus nog zien, maar het jaar van de geconnecteerde smartphone, da’s voor nu onmiddellijk.
 
Privacy Report
Onlangs gaf de rechtbank van eerste aanleg in Brussel de Belgische privacy-commissie gelijk in de zaak rond Facebook dat de virtuele handel en wandel van niet-leden van het sociale netwerk volgde met behulp van cookies. In oktober klaagde het Europese gerechtshof de ‘Safe Harbor’ overeenkomst aan; die maakte de transfer van persoonlijke gegevens van Europese surfers naar de Verenigde Staten mogelijk… Zowat overal proberen landen de vijzen aan te draaien en willen ze de privacy van hun inwoners beter beschermen tegen bepaalde praktijken, gehanteerd door de grote spelers van het internet.
 
De mening van Space: De afgelopen jaren zagen we de opmars van programmatic buying, behavioural targeting en re-targeting, search, adressable advertising op TV of zelfs real time ads gebaseerd op een sonore registratie. Al die communicatievormen zijn ongeveer gebaseerd op de identificatie en de toestemming van de gebruikers. Misschien wordt het buzzword van 2016  daardoor ‘privacy’.
 
Als we Larry Page in een interview met The New York Times mogen geloven, geldt ‘Don’t fret over privacy. Love Google!’. Helaas voor hem blijkt uit de cijfers betreffende de geïnstalleerde adblockers van de afgelopen maanden, de aandacht die besteed wordt aan cookies en de vrees die tot uiting kwam tijdens diverse kwalitatieve onderzoeken rond het onderwerp, dat consumenten helemaal niet zo op hun gemak zijn wat deze issue betreft.
 
De wetgevers die ondertussen weten vanwaar de wind komt, werken in hun hoekje aan geruststellende reglementeringen die de vergaring en vooral communicatie van persoonlijke gegevens strenger aan banden moeten leggen. Met andere woorden, ‘Minority Report’, de film van Spielberg met zijn digitale panelen die aangepast worden naargelang het profiel van de voorbijgangers, zal technisch tot de mogelijkheden behoren, maar ’t is niet zeker dat de maatschappij het zal toelaten.
 
Software panel: naar een volledig beeld
Iedereen weet dat de CIM Internet-studie een belangrijke opdracht is waaraan sinds juni 2014 gewerkt wordt door Gemius, een Pools instituut dat gespecialiseerd is in internetmetingen. Een van de elementen die de komende maanden verwacht worden, is het software panel dat een aanzienlijke meerwaarde zal betekenen voor het onderzoek.
 
De mening van Space: Terecht vragen adverteerders ons geregeld een volledig overzicht van de digitale wereld in België: welk gewicht vertegenwoordigen de verschillende – ook internationale – spelers? Wat is het respectieve aandeel van de verschillende devices in het gedrag van de Belgische internauten? Wat voor aanbeveling kunnen we doen? Na een lange periode van behelpen kunnen we nu een deel van deze vragen beantwoorden: sinds juni 2015 levert de Internetstudie van het CIM eindelijk de bereikcijfers van de verschillende Belgische sites.
 
Sinds september beschikken we zelfs over het respectieve aandeel van de toegang via pc, smartphone en tablet, alsook over gegevens inzake netto gebruik. Nu nog het volledige beeld, dat het geheel van de digitale wereld omvat (met inbegrip van de ‘G’, ‘F’ en ‘Y’ (guess who?). Dat is de doelstelling van het Belgische software panel. De komende maanden zal dat panel ons een exhaustief en kwalitatief beeld geven van het gewicht dat de verschillende spelers inzake digital in ons land in de schaal leggen.
 
Persbereikstudie: nieuwe horizonten
Op 15 september verscheen de recentste editie van de CIM-persbereikstudie. Het was meteen de laatste in deze vorm, waarmee een einde komt aan het driejarige contract met TNS. Hoewel aan het begin van het jaar het ergste kon worden gevreesd, toen de dagbladuitgevers met het idee speelden om het op hun eentje te proberen, slaagde de Perscommissie van het CIM erin een compromis te vinden. Het nieuwe onderzoek wordt modulair, flexibel (aanpasbaar aan de actualiteit) en zal meerdere gegevensstromen met elkaar combineren. De uiteindelijke contouren zullen afhangen van de (ook financiële) haalbaarheid.
 
De mening van Space: Begin 2015 zag het er somber uit, nadat de dagbladpersuitgevers (die zichzelf liever omschrijven als ‘newsbrands’) geen spaander heel lieten van de aanbestedingsprocedure voor een al bij al vrij klassieke bereikstudie. De magazines en dagbladen leken een heel andere koers te willen wat dat betreft.
 
De laatste weken van het jaar haalde het gezond verstand echter de bovenhand met een weliswaar ingewikkelde aanbesteding (met niet minder dan acht modules), waar iedereen echter achter staat en die vastberaden van goede wil is.
 
In de toekomst zal de pers de markt gegevens verstrekken over de papieren en digitale lezing, aangezien deze dimensie de norm is geworden. Maar de gegevens kunnen verschillen naargelang de actualiteit. Het is dus afgelopen met starre lezerscijfers voor zes maanden of een jaar. De uitdaging is enorm, maar loont de moeite. Granulariteit, flexibiliteit en big data zijn verwerkt in het concept van het toekomstige onderzoek.
 
Meting Online Video: eindelijk geïntegreerd?
In het licht van de explosie van internetvideo’s wordt het noodzakelijk een beter beeld te krijgen van het bereik dat ze genereren en de manier waarop ze geconsumeerd worden. Adverteerders zullen ook steeds meer vragende partij zijn voor een meetinstrument dat online video’s en televisie kan ‘matchen’. De bal ligt nu in het kamp van het CIM.
 
De mening van Space: Geen twijfel mogelijk, de combinatie van online video en televisie behoort tot de populaire recepten voor mediaplanning van het moment. De combinatie maakt het zonder twijfel mogelijk om punten bereik te winnen en de GRP-kosten te verminderen. Het enige probleem als het over video’s gaat, is dat er niet in GRP maar in views gerekend wordt: er is geen c/GRP, wel een CPM.
 
Gewoon een kwestie van terminologie, denk je misschien. Dat zal wel zo zijn, maar waar het schoentje wringt, is bij de berekening van de gecumuleerde prestaties van beide kanalen. Want berekenen is vandaag in dit geval in feite een kwestie van schatten. Elk mediabureau heeft zijn eigen methode, gebaseerd ofwel op voorhistorische maar beproefde mediaformules, ofwel via fusies of de toepassing van modellen…
 
De tv-studie van het CIM mag dan nog een Rolls Royce zijn, het lijkt tijd dat het CIM de gezamenlijke meting van tv en pre-rolls integreert. Het grote probleem is dat het gros van de video’s nog altijd via YouTube wordt verspreid en dat Google geen lid is van het CIM. Bovendien spelen politieke belangen, staan de Belgische media weigerachtig tegenover het feit om Google op te nemen in het CIM en stellen ze het niet op prijs dat de bureaus individueel de Google-gegevens fuseren met de Audimetrie-info om zo juiste schattingen af te leveren… Het is allemaal geen goede zaak voor de adverteerders die juistere antwoorden verdienen. Laten we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat 2016 een oplossing brengt voor dit alsmaar belangrijkere probleem.
 
Bureaucommissie: met gelijke wapens
Met stip de saga van het jaar. De afschaffing van de mediacommissie zoals aangekondigd door Medialaan en goedgekeurd door de UBA, zal vanaf 2016 een feit zijn voor de Vlaamse audiovisuele sector. De andere media willen de beruchte 15% liever nog even in stand houden. In dit complexe dossier waren vooral de meningen van de uitgevers, regies en audiovisuele operatoren verdeeld, terwijl de mediabureaus de beslissing van Medialaan & Co veeleer als een non-event beschouwden.
 
De mening van Space: Event of non-event… zelden leidde een zo onspectaculaire tariefwijziging (want in feite komt het voor de adverteerders op hetzelfde neer) tot zoveel debatten en uiteindelijk zoveel inspanningen: om uitleg te geven, interne processen aan te passen, reportings te veranderen,…
 
Eerst leek de rechtvaardiging van de beslissing van Medialaan onduidelijk, hoewel ze toch door het gros van de Vlaamse audiovisuele regies gevolgd werd… Mettertijd werd de bedoeling echter duidelijk.
 
De vergelijking met Google en Facebook (die geen bureaucommissie hanteren) hield enkel steek als Medialaan echt actief was op digitaal terrein. Dat de plannen daartoe concreet gemaakt worden, bleek uit de volgende aankondigingen: de lancering van Stevie Free op alle devices, targeted advertising in live of catch-up (in 2016), een denkoefening over de viewability en de aanvaarding van reclame door de internauten, uitbreiding van het online videoaanbod, de oprichting van een productiehuis voor digitale content…
 
Wat een gril leek, krijgt aldus een steekhoudende betekenis. Het is geruststellend te zien dat los van de al bij al verwaarloosbare aanpassing ’s lands grootste audiovisuele speler vastberaden op de digitale trein gesprongen is en zo met (ongeveer) gelijke wapens de strijd kan aanbinden met de Amerikaanse webreuzen.
 
Mediabestedingen: positieve beroering
Tijdens deze eindejaarsperiode formuleert elk mediabureau zijn voorspellingen voor het volgende jaar. Deze keer heerst er een zekere unanimiteit: de meeste bureaus mikken op een wereldwijde groei van ongeveer 4,5%, wat een lichte vooruitgang tegenover 2015 is die gestimuleerd wordt door mobile.
 
De mening van Space: Ook al is het gevaarlijk het gedrag van een bureau te extrapoleren naar de hele markt, zowel de klantenportefeuille van Space als de uitspraken van onze verschillende partners lijken erop te wijzen dat de mediabestedingen het sinds de zomer weer wat beter doen in België.
 
Het blijkt vooral op televisie en in digital. In dat laatste medium pakken video en reclame op de sociale netwerken uit met een aanzienlijke groei. Hopelijk betekenen deze signalen het einde van een lastige periode voor onze industrie. De laatste voorspellingen van onder andere ZenithOptimedia zijn trouwens optimistischer dan enkele maanden eerder. Als België kan profiteren van zelfs maar een fractie van de wereldwijd verwachte +4,7%  zou dat de media in ons land ten stelligste ten goede komen, en onze sector in het bijzonder. 

Een marketing projet in gedachten ? Een bureau opzoeken


ARCHIVE / INTELLIGENCE - INNOVATION

JOBS


INTERVIEW

Anne-Sophie Vilain : Hoe de UBA Academy het succes van plaatselijke beslissers steunt

Anne-Sophie Vilain : Hoe de UBA Academy het succes van plaatselijke beslissers steunt



DOSSIER  



Netvertising: gelieve niet te storen!  


Het is geen geheim dat online reclame de surfers irriteert, maar niet dermate zoals een recente studie van het mediabureau Space aantoont. Sommige populaire formaten, zoals video, worden vanwege...


en savoir plus
Member only
Connectez-vous Om toegang te krijgen tot dit dossier


Hoe meer schermen, hoe meer mogelijkheden  


Het aantal schermen waarover de consumenten beschikken om media te consumeren, is exponentieel gegroeid. Naar aanleiding van de Media Vision Day van de GRP rond dit thema vroegen wij een aantal...


en savoir plus
Member only
Connectez-vous Om toegang te krijgen tot dit dossier


High (Ad) Tech   


Een machtsovername van de technologiebedrijven. Dat was min of meer de teneur na de voorbije editie van het grootste creatieve festival ter wereld. Nergens wordt dat meer duidelijk dan in de...


en savoir plus
Member only
Connectez-vous Om toegang te krijgen tot dit dossier