Fr


Close

ASSOCIATIONS

Christian de La Villehuchet: een optimistische visie ten dienste van de EACA

Vrijdag 1 Juli 2022

Christian de La Villehuchet: een optimistische visie ten dienste van de EACA

“Alsof het nog niet genoeg was”, aldus een van zijn medewerksters. En inderdaad de global chief integration officer van de groep Havas die het gros van zijn tijd nu al doorbracht in andere landen dan België – waar hij CEO is van de groep – is nog niet klaar met reizen. Christian de La Villehuchet wordt immers voorzitter van de Europese vereniging van communicatiebureaus (EACA).

Tijd voor een gesprek met een van de rechterarmen van Yannick Bolloré en zie, hij is amper verkozen, maar weet glashelder wat hij wil.

Kun je eerst even herinneren wat de taak van de EACA precies is?

De vereniging is actief in 30 landen, ze is dus zeer breed. Ze omvat de International Advertising Council, die de kern van de vereniging vormt en waarvan ik reeds actief lid was, en de raad van plaatselijke verenigingen met Johan Vandepoel (CEO ACC België) als ondervoorzitter. Er is ook de IMCC voor geïntegreerde communicatie en we zijn ook betrokken bij de media, via de MAC, wat staat voor Media Agencies Council.

Wat is volgens jou de grootste uitdaging voor een organisatie als deze?

Ik heb gevraagd om mijn functie minstens twee jaar te kunnen uitoefenen, anders heeft het geen zin. Vooral omdat een van de eerste problemen de discontinuïteit van onze jobs zou zijn. Meer specifiek wat de samenwerking met onze klanten betreft. Ik wil een voorvechter van de continuïteit worden, en voor ons allemaal. In een vereniging als de EACA streven wij gemeenschappelijke belangen na, ondanks het feit dat we elders elkaars concurrenten zijn.

Wat voor visie heb je op de thema’s die je tijdens je voorzitterschap wilt behandelen?

Ik zie er drie. Ten eerste, en dit is het bedrijfsmandaat van veel verenigingen, dicht bij Europa staan, d.w.z. bij de regelgevende kaders van de Commissie. Onze leden en de hele sector ervaren hiervan de positieve gevolgen. De richtlijnen zijn er om een gezonde concurrentie in het algemeen af te dwingen.

Het tweede thema dat ik zou willen ontwikkelen, betreft de herwaardering van onze reclame-industrie. Met name door de efficiëntie van onze diensten aan adverteerders.

Adverteerders vierden creative effectiveness op het WFA-congres in april. Naast dit essentiële onderwerp buigen we ons samen met onze klanten ook over grote maatschappelijke vraagstukken. Maatschappelijke kwesties beperken zich niet tot oppervlakkige strategieën of onduidelijke campagnes. Onze industrie kan de wereld in beweging brengen. We moeten over en met de burgers praten.

Het derde en laatste thema, dat aan het begin van ons gesprek werd genoemd, is een betere relatie met onze klanten. En idealiter minder frequente pitches, door de inbreng van kwaliteitsconsultants die een betere rol kunnen spelen. Dit moet hand in hand gebeuren met de WFA en de plaatselijke verenigingen. Wij moeten ervoor zorgen dat de regels en charters nageleefd worden bij competities, maar ook in de samenwerking met de adverteerders en met het oog op een meer bindend engagement.

Wat voor vorm nemen de EACA-initiatieven aan in de andere aangesloten landen?

De EACA bestaat uit een panel van vertegenwoordigers dat zowel "bottom up" als "top down" werkt: de landen komen met vragen en projecten, en de EACA brengt feedback, advies, het onderwerp... Mijn idee is om het delen van best practices aan te moedigen. Ik heb vastgesteld dat er grote onevenwichtigheden bestaan tussen de markten: niet alle leden zijn even ver gevorderd. Wij zouden meer kunnen delen en het hele continent hiervan laten profiteren.

Ondanks de concurrentie?

Ik hou echt van het idee dat we alles wat niet zichtbaar is "daarbuiten" kunnen samenbrengen, maar dat we wat wel zichtbaar is voor onszelf moeten houden, waarmee ik verwijs naar alles wat we gebruiken voor onze eigen marketing in de bureaus. Iedereen zal er uiteindelijk bij winnen als wij ernaar streven onze beroepen te verbeteren en te versterken ten dienste van onze klanten.

Bureaus zijn nog steeds de beste als het gaat om creativiteit en inhoud, natuurlijk. Maar we hebben vier C's in marketing, de andere drie zijn: consumer, channel en client. Ook voor deze laatste spelen wij een cruciale rol en dit is een belangrijke kwestie voor de EACA. Maar daarvoor moeten accounts "merkkampioenen" blijven en de problemen van de adverteerders door en door kennen. We moeten de beste zijn op het vlak van service. Dat is een goede manier om ons concurrentievermogen te verstevigen.

Je vereniging omvat ook een mediatak. Er bestaat geen UMA Europa, maar denk je dat de mediabureaus zich zouden moeten verenigen op dat niveau? Of zich aansluiten bij jullie vereniging?

Bij ons aansluiten, uiteraard. De structuur bestaat, letterlijk. MAC-voorzitter Johan Boserup is global CEO van Omnicom Media Group... Een idee voor mijn collega Hugues Rey, CEO van Havas Media Belgium en tevens voorzitter van de UMA.

We hebben het nog niet gehad over de nieuwe generatie. Zou je vereniging dat punt ook niet op de agenda moeten zetten?

Absoluut. Wij moeten (opnieuw) het beroep worden waar jongeren het liefst willen werken. In dit opzicht moeten wij inspelen op hun verlangen om een concrete impact uit te oefenen op deze moeilijke wereld. Zij willen deel uitmaken van de positieve transformatie die plaatsvindt. Op het gevaar af in herhaling te vallen, ben ik er zeker van dat onze sector hiertoe kan bijdragen.

Archief / ASSOCIATIONS