Fr
Close

ASSOCIATIONS

Quo vadis e-Privacy?, door Ivan Vandermeersch (secretary general, BAM)

Zondag 21 Februari 2021

Quo vadis e-Privacy?, door Ivan Vandermeersch (secretary general, BAM)

De trialoogonderhandelingen over de e-privacyverordening zijn een kans om meer samenhang te creëren tussen de GDPR en de toekomstige EU-regels voor de digitale eengemaakte markt. Op 10 februari 2021 heeft de Raad van de Europese Unie het onderhandelingsmandaat voor de e-privacyverordening bevestigd.
 
Het eerste ontwerp van de e-privacyverordening werd in januari 2017 gepubliceerd, en het Parlement heeft de ontwerponderhandelingstekst ervan in oktober 2017 goedgekeurd. Na bijna vier jaar en acht EU-voorzitterschappen hebben de EU-lidstaten getracht om, naast een onderling compromis ,ook een evenwicht te vinden tussen een sterke bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het individu en het bevorderen van de ontwikkeling van nieuwe technologieën en innovatie. Het akkoord betekent dus een verdere stap in de richting van gemeenschappelijke en geactualiseerde regels voor eindgebruikers en bedrijven.
 
Geen eensgezindheid
 
De voorstellen van de Commissie, de amendementen van het Parlement en het gemeenschappelijk standpunt van de Raad zullen nu worden besproken in zogenaamde "trialoogvergaderingen" met vertegenwoordigers van de drie instellingen, om te trachten tot een akkoord of compromis te komen. De drie instellingen zullen het vervolgens eens moeten worden over de definitieve tekst.
 
Uit de wijzigingen die op het laatste moment in de tekst zijn aangebracht, en de onthouding van enkele landen bij de eindstemming in de Raad, blijkt echter dat er nog steeds grote verdeeldheid onder de EU-landen bestaat.
 
Veel werk voor de boeg
 
De compromistekst van het ontwerpvoorstel bevat dan ook veel restrictieve bepalingen, die een cruciale impact zouden kunnen hebben op de direct-marketingsector, alsook op reclame, media, digitale diensten en toekomstige innovatie. Met name Europese kleine en middelgrote ondernemingen die het al moeilijk hebben als gevolg van de pandemie en die proberen te overleven op een markt die steeds meer door gegevens wordt aangestuurd, zullen rechtstreeks geimpacteerd worden door onnodige juridische beperkingen.
 
Tot aan de goedkeuring van de definitieve versie zal de huidige richtlijn van toepassing. De richtlijn bevat regels met een algemene uitwerking, bijvoorbeeld inzake cookies en direct marketing, en specifieke regels voor aanbieders van elektronische communicatiediensten en -netwerken. De verordening zal het voordeel hebben dat de regels die in alle EU-landen van toepassing zijn, meer worden geharmoniseerd. Een punt van aandacht blijft het gebruik van statistische of analytische cookies op websites, die uit economisch, praktisch en technisch oogpunt absoluut noodzakelijk zijn.
 
Nieuwe technologieën beïnvloeden de discussie
 
De onderhandelingen tussen de drie instellingen zullen waarschijnlijk op aanzienlijke hinderpalen stuiten, met name wat de machtigingen betreft voor toegang tot de inhoud en de metagegevens van elektronische communicatie en de bepalingen inzake de bewaring van gegevens.
 
Samenhang van de wetgeving
 
Verdere moeilijkheden om een akkoord te bereiken, zullen waarschijnlijk voortvloeien uit de vereiste beoordeling van het effect van de e-privacyverordening op andere lopende wetgevingsinitiatieven in de EU met gevolgen voor de digitale eengemaakte markt. Denk maar aan DSA (wetgeving digitale diensten), de DMA (wetgeving digitale markten), de wetgeving inzake gegevensbeheer en de nieuwe regels inzake kunstmatige intelligentie.
 
Meer samenhang en synergieën met de sterke waarborgen en de risicogebaseerde aanpak van de GDPR alsook met andere wetgevingsinitiatieven die momenteel in de EU lopen, zijn dan ook van fundamenteel belang om van de jaren 2020 het digitale decennium van Europa te maken. Het gaat onder meer om de DSA en de DMA.
 
In dit verband is het voor BAM en FEDMA van belang dat het doel van de e-privacyverordening en de kans die deze biedt, tijdens de komende trialogen voor ogen wordt gehouden.
 
Zware verantwoordelijkheid voor de Europese wetgever
 
De nieuwe samenleving, na Covid 19, zal digitaal zijn en de burger wordt "Homo Digitalis". De uitdaging voor de Europese autoriteiten bestaat erin op dezelfde golflengte te komen als de Verenigde Staten en China.
 
Europa is altijd een voorloper geweest op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens en heeft vele andere rechtsgebieden in de wereld geïnspireerd, onder meer met de GDPR. De Europese Commissie regelt ook de internationale doorgiftes vanuit de Europese Unie. Ook wordt op basis van een adequaatheidsbesluit bepaald welke landen een passend niveau van gegevensbescherming hebben, waardoor gegevens kunnen worden doorgegeven van de Europese Unie naar landen met nationale wetgeving die geacht wordt een niveau van bescherming van persoonsgegevens te bieden dat vergelijkbaar is met dat van de EU.
 
Met deze nieuwe verordening zal het erom gaan deze positie van voorloper en inspirator bij het sturen van de wereldwijde digitale ontwikkeling te handhaven.
 
Het is dan ook noodzakelijk  om tot een adequate e-privacywetgeving te komen die geen belemmering vormt voor de digitale ontwikkeling van het oude continent, en bij uitbreiding de wereld.

Archief / ASSOCIATIONS