Fr
Close

INTELLIGENCE

Seen from Space: In 2019 zijn de Belgen nog steeds verknocht aan televisie, maar met andere gewoonten

Zondag 12 Januari 2020

Seen from Space: In 2019 zijn de Belgen nog steeds verknocht aan televisie, maar met andere gewoonten



Het zijn harde tijden voor klassieke televisie, zoals iedereen weet. Aan het einde van het decennium werden alle technologische evoluties en de nieuwe manieren op televisie te consumeren bekrachtigd, zelfs bij de meest weerspannige doelgroepen. Netflix en uitgesteld kijken behoren vandaag tot de mainstream consumptiegewoonten. Zenders gaan dus niet enkel de concurrentie aan met andere zenders, maar ook met zichzelf (kijk ik naar de live uitzending van vanavond of naar de opname?).

In 2019 zijn de trends niet echt veranderd, wel sterker afgetekend. Het globale kijkvolume (Total Screen Usage) is niet verminderd, maar het uitgesteld kijken en de proporties van OSU (other screen usage) zijn nog toegenomen, met als neveneffect een daling van het live kijken. In het noorden hielden de zenders vorig jaar vrij goed stand bij de 35-plussers, maar de jongeren gaven blijk van veel minder belangstelling. In het zuiden gaan voor het eerst de 35-54-jarigen achteruit.

In een tijdperk waarin het gemakkelijk is om uit een gigantische hoeveelheid content te kiezen, is het onmogelijk om iedereen tevreden te stellen met dezelfde content. Daarom kun je ondanks het dalende live bereik alleen maar onder de indruk zijn van de ongelooflijke weerstand die klassieke televisie biedt tegenover de enorme en veelvormige concurrentie. In 2019 besteedden de Belgen (15-54 jaar) gemiddeld drie uur per dag aan televisie, waarvan meer dan twee aan de klassieke zenders. De gemiddelde contactduur was zelfs nog langer en bedroeg ongeveer vier en een half uur (je kijkt niet noodzakelijk elke dag televisie). Maar de generatiekloof blijft spectaculairder dan ooit: de tijd die besteed wordt aan de zenders verschilt met het dubbele tussen de 15-34-jarigen en de 35-54-jarigen.

Uiteraard verhult dit nationale gemiddelde een aantal regionale verschillen. Het kijkvolume ligt historisch hoger in het zuiden en de proportie tijd die naar ‘other screen usage’ gaat ligt hoger aan Franstalige dan aan Vlaamse zijde: ongeveer een derde in het zuiden tegenover een vierde in het noorden. Bij het uitgesteld kijken naar de zenders, is het omgekeerd: een kwart in het noorden tegenover een vijfde in het zuiden.

Archief / INTELLIGENCE