SLUITEN


Op zoek naar iets ?

Zoeken

Al een MM-account ?

Inloggen Wachtwoord vergeten ?

Wachtwoord vergeten ?



Je wachtwoord versturen
FR NL

Op zoek naar iets ?


GEAVANCEERDE ZOEKOPTIES >

Nog geen lid van MM ?

mm.be is een freemium site. Om toegang te krijgen tot onze betalende inhoud, moet je een account aanmaken en je abonneren op onze producten.
Account aanmaken

Al een MM-account ?

Wachtwoord vergeten ?

Wachtwoord vergeten ?


Je wachtwoord versturen
close

Wat gebeurt er als de Gen Y mama worden?

Vrijdag 19 September 2014


Wat gebeurt er als de Gen Y mama worden?
Ze behoren tot de beruchte Generation Y en zijn een doelgroep in volle verandering. Op het kruispunt van verschillende invloeden balanceren ze tussen hun sociale persoonlijkheid, hun vrouwelijkheid en hun nieuwe rol als moeder. Ze zijn moeilijk onder een noemer te vatten, de digitale mama’s, maar vormen een gegeerde doelgroep voor merken en adverteerders, want het zijn early adopters, zoals blijkt uit onderzoek van Egérie Research en AQRate.
 
In dit dossier en op basis van deze Digital Mums-studie diepten we enkele aspecten verder uit: gezondheid en welzijn, een dagelijkse bekommernis voor deze kersverse moeders, alsook hun mediaverbruik dat wel sterk maar niet uitsluitend digitaal is. Tot slot brachten we een aantal adverteerders samen voor een gesprek over de manier waarop ze omgaan met deze digital mums.

Welkom in de virtureality van de Digital Mums
 
Permanent verbonden met hun ‘framily’ omdat vrienden hun nieuwe familie zijn, veeleisend en vragende partij op voorwaarde dat zij de touwtjes in handen hebben, hongerig naar informatie zonder er al te veel geloofwaardigheid aan te hechten, narcistisch en geconcentreerd op hun eigen plezier, maar tegelijk op zoek naar ethiek, alles hier en nu, meteen, maar toch dromend van hun toekomst… Aldus de sleutelwoorden die meestal geassocieerd worden met de Y Generatie. Maar wat gebeurt er als deze paradoxale vrouwen mama wordt? Dat is de vraag die het Digital Mums-onderzoek van Egérie Research en AQRate probeert te beantwoorden.

 
En waarom zouden we niet beginnen met een bezoek aan Wikipedia om te zien welke lading Generation Y als begrip dekt? Per slot van rekening zouden deze ‘digital natives’ precies hetzelfde doen als ze dezelfde vraag voorgelegd kregen. We leren er dat het gaat om mensen die geboren zijn tussen de jaren 1980 en het begin van deze eeuw. Volgens sommigen komt de term van de Y die de draad van hun MP3-speler (of liever, hun smartphone) vormt op hun borst. Anderen  verwijzen dan weer naar de vorige generatie, die het etiket X opgeplakt kreeg, zoals iedereen weet sinds de beroemde roman van Douglas Coupland. Of misschien heeft de benaming iets te maken met het Engelse alfabet, waar Y en Why precies hetzelfde uitgesproken worden. Deze jongens en meisjes, ook wel eens omschreven als Millennials, stellen immers alles in vraag, vooral als het met gezag te maken heeft.
 
In tegenstelling tot hun voorgangers groeiden de Millennials niet op met de apocalyptische dreiging van de Koude Oorlog. Ze beschouwen de morele transformatie van de samenleving van de jaren ’60 en ’70 als verworven en soms zelfs voorbijgestreefd, ze hebben de wereld nooit gekend zonder aids en de crisis. Toen de massale opmars van informatica en de bijhorende devices samen met het internet de aarde veroverde, waren ze jong genoeg om die intuïtief te leren beheersen. Hun ouders wilden dat ze zich zouden ontplooien, gelukkig zijn; dus gaven ze hun GenY-kids meer liefde dan opvoeding en regels. Tegelijk groeide het gros bij wijze van spreken op in gebroken gezinnen… Ze zijn het gewend dat er naar hen geluisterd wordt en dat ze in de watten gelegd worden. Hun leuze: ‘Me, myself & I’. “Dit zijn de ‘koningskinderen’ van Françoise Dolto”, knikt Laure Payen, project leader bij Egérie Research tijdens de presentatie van het Digital Mums-onderzoek dat gevoerd werd in partnerschap met AQRate.
 
Voeg bij dit bonte palet van kenmerken de ‘big bang’ die het moederschap teweegbrengt en je snapt meteen dat deze Digital Mums een doelgroep in volle beweging zijn. Ze bevinden zich op het kruispunt van verschillende invloeden, aldus Joëlle Liberman, de medeoprichtster van Egérie: “Ze zijn enerzijds individualistisch, met een veelzijdige persoonlijkheid; anderzijds zijn ze heel sociaal en willen ze verbonden blijven met de wereld en de openbare samenleving.” Het onderzoek is gebaseerd op een dubbel luik, zowel kwalitatief als kwantitatief. Het ondervroeg ongeveer 600 Belgische vrouwen tussen 18 en 35 jaar die regelmatig gebruikmaken van het internet, e-consumentes zijn en vooral zwanger of moeder van minstens een kind jonger dan vijf jaar zijn.
 
Ze bestaan echt
 
De eersteles uit het onderzoek was wellicht geruststellend voor de enquêtrices van Egérie en hun collega Laurent Moreau van AQ Rate . Het is met name de eerste keer dat in België onderzoek wordt gedaan naar dit profiel van vrouwen – in tegenstelling tot andere Europese markten, waar ze wel al bestudeerd werden – en de resultaten tonen aan dat de groep ook in ons land blijkt te bestaan. Sterker nog, ze vertonen een reeks soortgelijke kenmerken in vergelijking tot de vrouwen uit de buurlanden, ondanks een lichte vertraging inzake geconnecteerde tijd en de soorten online activiteiten. Dat sluit aan bij ander, algemener onderzoek, zoals de IAB dat bijvoorbeeld voert.
 
Los daarvan blijkt uit de enquête dat een derde van deze jonge moeders paradoxaal genoeg niet ‘digitaal’ is. Of tenminste, minder dan het Belgische gemiddelde.  “Het verplicht ons om onze merkbenadering zowel digitaal als klassiek te beschouwen”, aldus Joëlle Liberman tijdens de ronde tafel die we aan het onderwerp wijdden.
 
Wat hun uitrusting en gebruik van digitale devices betreft, worden de ‘Digital Mums’ gekenmerkt door vier elementen. Ze zijn beter uitgerust dan het nationale gemiddelde. Ze maken zeer intensief en op een mobielere manier gebruik van hun smartphones en tablets. Hun profiel is bovendien duidelijk dat van de ‘early adopters’. Volgens het onderzoek van Egérie en AQRate bezitten de Digital Mums minstens drie geconnecteerde toestellen; 34% bezit er minstens vier. Hypergeconnecteerd als ze zijn (62% geeft toe dat non stop te zijn), zijn ze bijgevolg ook heel actief op de sociale netwerken: die zijn een dagelijkse must voor deze jonge moeders. Negen van de tien gebruiken Facebook (vs 57% bij de gemiddelde Belgen) en 22% Twitter (vs 2%). Ze kopen regelmatig online - 90% maakt gebruik van e-commerce sites – en 47% doet de boodschappen online. Verder zitten ze ook op het internet om hun shopsessies voor te bereiden: 100% surft tijdens het boodschappen doen. Hun smartphone is een stuk van henzelf en hun tablet wordt wel eens gebruikt als babysitter, een ludiek voorwerp voor het hele gezin dat gedeeld wordt. In het algemeen verbruiken ze gretig allerlei media, zoals zal blijken uit de volgende pagina’s..
 
“Wat deze generatie fundamenteel onderscheidt, is haar natuurlijke en complementaire manier om te leven met wat ze op het internet vinden en daarbuiten”, analyseert Joëlle Liberman. Internet is met andere woorden een deur, een ingang, en de grens tussen on- en offline bestaat voor deze vrouwen niet meer. In hun ogen is het internet een natuurlijk verlengstuk van hun actieterrein.
 
In de eerste plaats vrouw
 
Ze zijn fier op hun moederschap, trots op hun kroost, maar willen tegelijk kost wat kost vrouw blijven en niets fundamenteels aan hun statuut veranderen. Op dat vlak is het internet het antwoord bij uitstek. “Al wat hen onderscheidde als Y blijft van toepassing of evolueert verder dankzij de manier waarop ze het internet gebruiken. Via het Web switchen van het ‘register van het zijn’ – ik besta, ik deel, ik vertoon me – naar dat van het’doen’ – ik vergelijk, koop, organiseer”, vervolgt Laure Payen. “In dat verband behoren merken op een natuurlijke manier tot het netwerk van relaties dat ze via het internet onderhouden, zowel in push alspull modus.”
 
Tegenover de merken op het internet, denken de Digital Mums niet ‘of’, maar ‘en’. Ze zoeken naar het broze evenwicht tussen een rationele dimensie (expertise/duiding) en een guidance) en een emotioneel aspect (empathie/erkenning van hun baby als ‘mini-me’). Merken worden enerzijds beschouwd als partner om de evolutie van hun kind te begeleiden; anderzijds als bondgenoot in hun zoektocht naar evenwicht tussen verantwoordelijkheid en plezier.
 
Merken kunnen dus gerust zijn: hun websites zijn geloofwaardige contactpunten. Waakzaamheid is echter geboden, want hoe meer de Digital Mums geconnecteerd zijn, hoe meer ze in contact staan met de merken, hoe hoger hun verwachtingen worden. Dat geldt des te meer omdat de komst van de baby een ‘touchpoint’ is om kennis te maken met nieuwe merken. Er ontstaan immers nieuwe behoeften, bijvoorbeeld op het vlak van gezondheid en nieuwe relaties rond het kind. “Maar altijd met de kans om de vrouw achter de mama in de verf te zetten”, besluit Joëlle Liberman.
 
Digital Mums: van multitasking tot media meshing
 
Jonge mama’s van tegenwoordig brengen, net zoals hun leeftijdsgenoten zonder kinderen, nogal wat uren online door. Dat doen ze via hun computer, tablet of smartphone, al naargelang het moment en de bedoeling, maar hun honger naar informatie en hun behoefte aan een venster op de wereld lijken de voornaamste motivatie voor het permanente gebruik van al die ‘screens’. Betekent zoveel virtuele aandacht dan dat digital mums de rest van de (traditionele) media links laten liggen? Als we de cijfers mogen geloven, is niets minder waar.

 
Stel dat we een robotfoto zouden maken van een jonge moeder op een doodgewone najaarsochtend in 2014 (in de veronderstelling dat we zouden weten hoe je een potlood met dat opzet hanteert). Dan zouden we een drukbezette youngster schetsen. Ze loopt met haar baby op haar arm heen en weer door haar huis. Tussen haar oor en haar schouder houdt ze een gepimpte smartphone geklemd. In de woonkamer staat de televisie aan, met het geluid op zacht. Terwijl ze snel wat slabbetjes plooit, post ze via haar tablet vlug een foto van haar nageslacht en zijn eerste tandje op Facebook en tweet ze van op de computer een bericht over haar favoriete kandidaat in The Voice naar haar followers. Dan kijkt ze op haar laptop naar het weerbericht en checkt ze de portal van wewomen.be op zoek naar de ultieme tip voor een platte buik. Natuurlijk overdrijven we een beetje, maar als we een ding hebben onthouden uit het onderzoek van Egérie Research en AQRate, is het wel de alomtegenwoordige drang tot ‘multi(media)tasking’ bij de ondervraagde jonge moeders. Het is een kenmerk dat ook de rest van hun mediagedrag bepaalt.
 
“Het is niet zo eenvoudig om op basis van de momenteel beschikbare CIM-cijfers een profiel op te stellen van de mediaconsumptie voor de ‘digital mums’”, begint Vincent Pélerin, market intelligence group head bij Space bij wie we gingen aankloppen voor een deskundige analyse. “Om toch een objectief beeld te krijgen, heb ik me samen met mijn team gebaseerd op de CIM TGM-studie (vroegere PMP), het strategische crossmediale onderzoek van het CIM.” Om de doelgroep af te bakenen, vertrok onze specialist van dienst van de vrouwelijke heavy internet users tussen 25 en 49 jaar, met kinderen. Dat is een iets ruimere groep dus dan het oorspronkelijke panel van de Digital Mum-studie, maar wel eentje met een zeer vergelijkbaar profiel. De aldus verkregen subcategorie werd getoetst aan het gemiddelde van de doelgroep 25-49 jaar in zijn geheel.
 
Image lovers
 
Laten we met de meest voor de hand liggende vaststellingen beginnen. Als we kijken naar het radioverbruik bij de digital mums, is dat bij de Nederlandstaligen zeer matig tot gemiddeld: 35% behoort tot de categorie ‘light’ listeners en 5% luistert zelfs nooit. Bij de Franstaligen liggen deze cijfers enigszins anders: 25% van de afgebakende doelgroep luistert light, 15% nooit. “Aan het aanbod zal het niet liggen, maar dit soort resultaten kan misschien worden verklaard door het feit dat televisie tegenwoordig vaak de radio vervangt als begeleidend achtergrondmedium”, verklaart Pélerin. “We leven nu eenmaal in een tijd waar het beeld almachtig en alomtegenwoordig is. Radio moet hetper definitie zonder stellen.” Wie muziek wil beluisteren, vindt bovendien makkelijk zijn (gepersonaliseerde) gading via iTunes, een abonnement op Spotify en tussen de vloedgolf aan video’s op YouTube.
 
Wat out of home/affichage betreft, zijn de resultaten eveneens de logica zelve. Aangezien deze groep vrouwen erg actief en mobiel is (en zich vaak verplaatst, bijvoorbeeld om te gaan werken en de kinderen naar de crèche of de school te brengen), zijn ze heavy tot medium verbruiksters van out of home media: 78% in het noorden, 77% in het zuiden. Dat is meer dan het gemiddelde van de bevolking. “Affichage is dus een medium dat de Digital Mums bereikt en kan aanspreken”, zegt Pélerin. Dat geldt zeker als de campagnes ruimte laten voor interactiviteit, een boodschap die overigens niet in dovemansoren valt bij adverteerders, afficheurs en hun bureaus, gezien de alsmaar vaker toegepaste nieuwe technologieën met crossmediale verlengstukken in outdoor.
 
Minder rooskleurig is de analyse voor de dagbladpers. “Helaas bevestigen de cijfers uit onze analyse dat vrouwen uit deze generatie niet veel (papieren) kranten lezen”, zegt Pélerin. “Op zich zijn kranten al geen echt vrouwelijk medium. Bij de Nederlandstaligen behoort 34% tot de light readers, 21% leest zelfs nooit de krant. Bij de Franstaligen is het verschijnsel trouwens nog iets meer uitgesproken: 38% leest ‘light’, 23% nooit. Logisch, waarom zouden ze nog een krant kopen? Ze volgen het nieuws (meestal gratis) via het internet.” Die laatste stelling komt inderdaad ook naar voren uit het onderzoek van Egérie en AQRate. 89% van de ondervraagde vrouwen uit de steekproef verklaart het internet te gebruiken om zich te informeren en op de hoogte te blijven. En heus niet alleen betreffende onderwerpen die verband houden met hun moederschap, want de door de Digital Mums vaakst genoemde sites zijn hln.be, nieuwsblad.be, standaard.be en redactie.be; aan Franstalige zijde gaat het om rtlinfo.be, lavenir.net en lesoir.be. Niet toevallig zijn deze websites virtuele verlengstukken van bestaande nieuwsmerken. Dagbladuitgevers hebben er dus het grootste belang bij hun model aan te passen aan deze veranderde leesgewoonten. Wat er zal gebeuren als alle nieuwssites een betaalmodel invoeren, valt nog te bezien.   
 
Voor de magazinepers verhullen de op het eerste gezicht mooie bereikcijfers dan weer de sombere realiteit van de dalende verspreiding. “Bij de Nederlandstaligen is 76% van onze ‘mama’s’ heavy tot medium reader van magazines”, aldus Pélerin. “Maar pas op, raadplegen is niet hetzelfde als kopen, natuurlijk. Vrouwen hebben altijd een zwak gehad voor magazines, maar ze lezen nu vaak substituten op het net.” Dames- en andere bladen zouden dus moeten weten wat hun te doen staat. In theorie weliswaar, want de praktijk lijkt iets minder makkelijk. Het internet was immers altijd al een natuurlijk verlengstuk voor ‘snelle’ media; mede door hun traditionele periodiciteit is de omslag naar de digitale modus niet zo natuurlijk voor magazines. Apps zouden soelaas kunnen brengen, maar dat model staat nog in zijn kinderschoenen.
 
De bioscoop van zijn kant verdwijnt helemaal uit beeld bij de Digital Mums. Niet dat er geen films meer worden gekeken, maar met een kind in huis ga je niet zomaar eventjes naar de cinema. Voeg daarbij het uitgebreide aanbod on demand diensten en abonnementen waarover de gemiddelde consument tegenwoordig gewoon vanuit zijn zetel kan beschikken en je begrijpt meteen waarom 85% van de Nederlandstalige vrouwen uit onze categorie zelden of nooit naar de bioscoop trekt. Bij de Franstaligen is dat zelfs 87%. De nakende komst van Netflix zal er geen goed aan doen.
 
Tv = digital enhancer
 
Inzake televisieverbruik vertoont onze doelgroep niet meteen het gedrag dat je op basis van de bestaande clichés zou verwachten en bestaat er een verschil aan beide zijden van de taalgrens. Aan Nederlandstalige zijde gaat het om ‘medium’ viewers. “In Vlaanderen zie je verrassend genoeg dat het televisieverbruik bij jongere mensen aanzienlijk stijgt”, beaamt Pélerin. “De groep van de 15-44-jarigen kijkt veel meer dan vroeger. Dat is onder andere te wijten aan de inspanningen die geleverd werden door alle zenders, en zeker door die van SBS en Medialaan.”
 
Als we de populairste genres onder de loep nemen, blijkt dat er aan Nederlandstalige zijde vooral naar fictie gekeken wordt. “Het gaat dan hoofdzakelijk om series”, preciseert de Space-specialist. De omvang en de kwaliteit van het aanbod zijn er de afgelopen jaren dan ook aanzienlijk op verbeterd. Ook nu nog werken de Vlaamse zenders hard om met degelijke eigen producties op de proppen te komen, zoals de onlangs voorgestelde najaarsroosters rijkelijk illustreren. VTM presenteert deze herfst bijvoorbeeld de in zijn opdracht gedraaide Vlaamse serie ‘Amateurs’ (een productie van Caviar), rondde zopas de opnames af van ‘Spitsbroers’ (van De Mensen) en begin binnenkort aan het draaien van ‘Amigos’, om er maar een paar te noemen. Daarnaast wordt er ook druk gezocht naar nieuwe formats die al dan niet uit het buitenland komen en beproefde formules, zoals talentshows à la ‘The Voice’ en konsoorten. “Al die programma’s hebben een ding gemeen”, merkt Pélerin op. “Ze hebben enorm veel potentieel op de sociale netwerken. In vele gevallen genereert dit soort programma’s enorm veel conversaties op de sociale netwerken en regent het berichten op Facebook of Twitter.” Aldus tonen de Digital Mums dat ze erbij horen, dat ze nog mee zijn, een beetje zoals vroeger de fratsen van deze of gene soapheld in uitgesteld relais op de trein naar het werk geanalyseerd werden.
 
Naast fictie wordt nog wel naar andere dingen gekeken, maar minder. “De grote mode van reality tv is voorbij aan Nederlandstalige zijde”, zegt Pélerin, “en inzake lifestyle, entertainment, muziek en nieuws komen de Digital Mums ook via het net aan hun trekken. Gezien hun strakke planning en drukke bezigheden is lineair live kijken niet altijd mogelijk.” Daarom is het een slimme zet als zenders hun aanbod ook vrij beschikbaar online zetten en toegankelijk maken voor alle bestaande devices.
 
Aan Franstalige kant wordt er nog meer televisie gekeken: Digital Mums zijn heavy tv viewers. “Historisch gezien hebben de Franstalige vrouwen altijd meer televisie gekeken dan hun zusters uit het noorden”, legt Pélerin uit. “Daar zijn verschillende redenen voor. Ze kijken weinig naar sport, medium naar nieuws en heavy naar fictie, entertainment en reality tv. Wat dat betreft, speelt de overlap van de Franse zenders een belangrijke rol. Vooral TF1 is op dat vlak alomtegenwoordig, het is binnen die doelgroep de tweede grootste zender na RTL en een echte reality tv-machine. Programma’s als Koh Lanta, Top Chef en Secret Story halen ook in Franstalig België een groot bereik. Je merkt dat onder andere ook aan de vele conversaties op de sociale media. Beide media versterken elkaar, met andere woorden.” Ook de interactiviteit van de aangeboden programma’s speelt een rol in hun succes. Het is dan waarschijnlijk ook geen toeval dat RTL dit najaar uitpakt met ‘Rising Star’, een Israëlische talent show waarbij de kijkers in real time bepalen welke kandidaten blijven en welke doorgaan.
 
Win-win
 
“Het lijkt me duidelijk een cliché dat digital mums enkel nog digitale media zouden verbruiken”, besluit Vincent Pélerin. “Ze zijn inderdaad hyper-geconnecteerd en vertrekken vanuit hun internetbeleving. Die proberen ze ook op te zoeken in andere media. Als ze die terugvinden, versterken de respectieve kanalen elkaar. Pertinentie en convergentie zijn vandaag het sleutelwoord, want ze kijken met een tablet op hun knieën en hun smartphone bij de hand.”
 
Die onderlinge combinatie van kanalen voor een optimale merkbeleving, hoeft zich trouwens niet te beperken tot alleen de ‘screens’. De meeste dragers hebben te winnen bij een slimme vorm van media meshing. Digital Mums vertonen immers nog een ander kenmerk dat hun mediaconsumptie overstijgt: ze houden niet alleen van beelden, maar zijn ook vooral bevattelijk voor een behapbaar aanbod dat ze naar believen en op hun eigen tempo kunnen consumeren waar en wanneer ze willen.
 
Millennials & motherhood: merken als inspiratiebron
 
Een van de dingen die jonge mama’s zich steevast afvragen, is hoe ze hun spruit zo gezond, makkelijk en verantwoord mogelijk groot krijgen. Een heikele missie vol onvoorspelbare wendingen, helaas zonder garantie op resultaat. Geen wonder dat kersverse moeders bij hun zoektocht naar houvast een beroep doen op uiteenlopende bronnen. Merken en adverteerders kunnen wat dat betreft nieuwe touchpoints aanreiken, zeker als het om welzijn en voeding gaat. Daar kunnen ze, zeker bij de Digital Mums, met blijvende impact de vruchten van plukken, op voorwaarde dat ze binnen hun eigen, legitieme vakgebied blijven.
 
Vrouwen die pakweg een kwarteeuw geleden hun eerste baby kregen, zaten zoals elke kersverse mama sinds mensenheugenis met een overvloed aan praktische vragen over de opvoeding en gezondheid van hun pasgeboren spruit. In de meeste gevallen waren ze aangewezen op een gezonde dosis improvisatievermogen, een rode telefoon met hun eigen moeder en het deskundige advies dat de kordate verpleegster van Kind & Gezin – zelfs ongevraagd – spuide bij elk huisbezoek. Ook pediaters en klassieke naslagwerken à la Dokter Spock speelden een rol ter aanvulling van de proefondervindelijke vervolmaking in het jonge ouderschap. Pas tegen de tijd dat nummer twee er aankwam, deden ze gewoon wat hun op dat moment het beste leek en trokken ze zich van de mening of het oordeel van hun omgeving niet veel meer aan.
 
Dat is tegenwoordig wel een beetje anders. In de eerste plaats omdat Millennials in het algemeen, en Digital Mums in het bijzonder, niet alleen volgens het cliché maar ook in de realiteit veel onafhankelijker zijn dan de vorige generaties. Ook als het om de gezondheid, opvoeding of voeding van hun eerstgeborene gaat. Omdat ze hypergeconnecteerd zijn en zowel reëel als virtueel over een ruim netwerk beschikken, zijn ze beter op de hoogte, kritischer en veel minder geneigd het oordeel van traditionele deskundigen klakkeloos te aanvaarden.
 
Dat betekent geenszins dat ze geen advies meer zoeken, maar de perimeter van de bronnen waar ze hun informatie vandaan halen, overstijgt ruimschoots hun naaste omgeving, hoewel die natuurlijk ook nog een rol blijft spelen. Zo citeert in het onderzoek van Egérie en AQRate 75% van de ondervraagde Digital Mums vrienden en familie als eerste informatie- en adviesbron, gevolgd door de pediater of huisarts (70%) en portals rond gezondheid, zoals doctissimo.fr en gezondheid.be. Ook sites van neutrale instanties als Kind en Gezin en de ziekenfondsen worden druk geraadpleegd, gemiddeld door zes vrouwen op tien.
 
Betrouwbare autoriteit
 
“Toekomstige en prille mama’s zijn inderdaad op zoek naar correcte en gevalideerde informatie”, bevestigt Sofie Van Wemmel, stafmedewerkster marketing bij de Christelijke Mutualiteit. “Ze doen dat op een andere manier dan vroeger. In plaats van zich te beperken tot hun nabije omgeving, folders of gespecialiseerde publicaties, gebruiken ze hun smartphone en het internet. Door het ruime aanbod en de grote hoeveelheid adviezen, meningen en oordelen, is het voor hen niet altijd voor de hand liggend wat ze moeten geloven en wat niet. Als ziekenfonds kunnen wij vanuit onze ervaring en historiek op dat vlak een belangrijke gezaghebbende en betrouwbare rol spelen.”
 
Daarom levert de Christelijke Mutualiteit al enkele jaren extra inspanningen ten aanzien van deze doelgroep. “We willen ons ontdoen van de enigszins stoffige en enge positionering als ziekenfonds. Het is de bedoeling dat we uitgroeien tot een ‘gezondheidsfonds’, wat een veel ruimer begrip is”, legt Sofie Van Wemmel uit. “Het moet duidelijk zijn dat je voor meer dan alleen maar ziekte bij ons terecht kunt. Zwangerschap en bevalling zijn wat dat betreft een sleutelmoment. Het is een euforische fase, waar we een positieve impact kunnen hebben op alles wat met de gezondheid van onze leden te maken heeft. In die zin zijn jonge moeders (en vaders, trouwens) een primordiale doelgroep. We nemen met andere woorden onze rol als specialist op: het is een manier om ons te differentiëren van de rest, een kanaal dat ons in staat stelt een relatie op te bouwen met onze leden en ons aldus van hun trouw te verzekeren.”

Concreet gebeurt dat door de content die deze specifieke doelgroep kan aanspreken te groeperen en te ordenen. Met dat doel voor ogen werd Skoebidoe in het leven geroepen. Het gaat om een submerk van CM dat de hele werking naar jonge (toekomstige) ouders overkoepelt. Enerzijds staat Skoebidoe voor het pakket voordelen dat CM-leden kunnen genieten: de geboortepremie, allerlei extra’s zoals gratis vakantie voor zwangere mama’s, een oppas als je kind ziek is, enzovoort. Anderzijds kunnen ingeschreven leden dankzij Skoebidoe ook rekenen op een aantal privileges bij partners als Dreambaby, enzovoort. Die hele werking staat uitgelegd op het gelijknamige internetplatform, het sluitstuk van het hele project. “De website is een communicatieplatform waar jonge mama’s terechtkunnen voor deskundig advies. Hij is overzichtelijk opgedeeld in periodes naargelang de leeftijd van het kind, vanaf de zwangerschap tot en met de leeftijd van drie jaar. Binnen elke periode komen alle mogelijke onderwerpen in verband met ouderschap aan bod: gezondheid, opvoeding, leuke activiteiten, boeken, enzovoort.
 
Het initiatief heeft veel weg van de papieren ‘Brieven aan Jonge Ouders’ van Kind & Gezin, maar dan op maat van de digitale mama’s van nu, met als bonus een aantal interactieve mogelijkheden. Mensen kunnen als ze geregistreerd zijn inderdaad ook vragen stellen. “De aldus verzamelde gegevens gebruiken we niet commercieel, maar wel in onze marketing”, zegt Sofie Van Wemmel nog. “Zo leren we onze leden beter kennen en kunnen we onze communicatie doelgerichter personaliseren, hun regelmatig mails sturen met de juiste informatie op het juiste moment, enzovoort.” De Christelijke Mutualiteit werkt overigens aan een app, geschoeid op dezelfde leest. “De bedoeling is dat mama’s ook mobiel kunnen beschikken over een inhoudelijk rijk en praktisch, gebruiksvriendelijk instrument, dat net als de site opgevat is per zwangerschapsweek”, aldus de stafmedewerkster. “De lancering is gepland voor dit najaar. Voorlopig komt de app er enkel in het Nederlands, maar er is wel een Franstalige versie voorzien. Die zou voor volgend jaar gepland zijn.”
 
Daily inspiration
 
Maar niet alleen evidente instanties als het ziekenfonds of het medisch korps wordt druk benut als bron van advies en informatie. Ook de websites van merken kunnen die functie vervullen. Volgens de studie van Egérie en AQRate raadplegen ongeveer vier Digital Mums op tien merkplatformen op hun zoektocht naar informatie (33% bij de Franstaligen en 40% bij de Nederlandstaligen). Een behoorlijk hoog cijfer. Maar er is meer: de bezochte merkensites genieten bovendien evenveel vertrouwen als bijvoorbeeld de media en gespecialiseerde blogs of forums (36% aan Franstalige zijde, 46% aan Nederlandstalige zijde). Voorwaarde is wel dat het merk binnen zijn eigen territorium blijft en aldus zijn geloofwaardigheid kan staven. “Onze consumentes zullen dingen van ons aannemen als het over babyvoeding gaat, maar we moeten niet proberen van de rol van pediater over te nemen”, vatte Diane Faynzstein (Nestlé) het treffend samen tijdens ons ronde tafelgesprek over de Digital Mums.
 
Merken beschikken bijgevolg over een groot potentieel in hun contacten met de doelgroep van de Digital Mums die van hun kant nogal wat verwachtingen koesteren tegenover brands De belangrijkste? Handige tips & tricks om hun leven beter te organiseren en makkelijker te maken. Logisch natuurlijk, als je net een baby hebt gekregen en je opeens een extra rol te vervullen krijgt. Deze redenering ligt bijvoorbeeld aan de basis van ‘Zin in meer’, het online platform van Procter& Gamble dat beheerd wordt door Sqills, de content en custom magazine specialist. Dat platform waarin alle merken van de FMCG-gigant participeren, richt zich tot vrouwen en moeders op zoek naar inspiratie voor hun daily life. Het is opgebouwd rond vijf pijlers: mode & beauty, koken & eten, gezond & gelukkig, huis & thuis en gezin & relatie. Wie zich registreert op de site, krijgt een newsletters met aangepaste content en een magazine met kortingbonnen, kan nieuwe producten testen, zijn of haar mening achterlaten, prijzen winnen, enzovoort. Over de concrete resultaten en objectieven rept P&G met geen woord, maar de bedoeling is duidelijk: via relevante content een community creëren en aldus evolueren naar een persoonlijkere relatie met elke consument. Die heeft er tegenwoordig overigens geen problemen meer mee om informatie over zichzelf prijs te geven, maar verwacht in ruil wel relevante voordelen.
 
Early Adopters
 
Ook binnen de retailsector worden de spelers zich bewust van de partnerrol die ze kunnen spelen in het dagelijkse leven van hun klanten, zeker tijdens een cruciale fase als het prille moederschap. “De generatie van de Millennials en de Digital Mums zijn de doelgroep van morgen”, aldus Joachim Rubin, VP marketing bij Delhaize. “Hun gedrag zal zich veralgemenen. Het zijn de early adopters van nu en hun profiel sluit aan bij het gemiddelde profiel van onze klanten. Daarom verdienen de Digital Mums onze volle aandacht. We willen een aantal trends identificeren, om daar met ons aanbod op in te spelen.”
 
Delhaize heeft traditioneel vanuit zijn merk-DNA heel wat te vertellen als het over gezondheid en voeding gaat. “We zijn een expert in kwalitatieve producten, dat is altijd zo geweest”, beaamt Rubin. “We kunnen bijgevolg op een legitieme manier een opvoedende rol spelen en de moeders helpen om te leren hoe je evenwichtig moet eten, zodat zij dat op hun beurt aan hun kinderen kunnen doorgeven.” Vroeger was dat gewoon iets wat je van je eigen moeder leerde, maar vandaag hebben hedendaagse consumenten in het algemeen en Digital Mums in het bijzonder veel oor naar informatie over een gezonde levenswijze. De drijfredenen kunnen verschillen (uit noodzaak, vanwege de vele allergieën tegenwoordig, uit plichtsbewustzijn of uit bekommernis voor het milieu, om er maar een paar te noemen), maar een ding hebben ze gemeen. “Ze rekenen allemaal op gepersonaliseerde aanbiedingen en diensten”, aldus Rubin. “In dat verband is het belangrijk dat we onze communicatie beter segmenteren. Momenteel wijden we een deel van ons zeswekelijkse, papieren magazine aan gezonde voeding en ook in onze massacommunicatie leggen we de nadruk op de herkomst en kwaliteit van onze producten, maar in de digitale versie moeten we nog veel verder gaan. We zitten nog in de test en learn fase. De volgende stap moet uitwisseling worden. We moeten streven naar interactiviteit en de opbouw van een community.”
 
Daarbij speelt een probleem: de versnippering van de doelgroep. “Dat is een voor- en nadeel tegelijk”, nuanceert Rubin, “want je zit met efficiënte maar tegelijk exclusieve communicatie. Een one-to-one aanpak vraagt veel middelen om de verwachtingen op te vangen en te beantwoorden. Toch ligt daar ligt de toekomst, want het is een win-win relatie voor beide partijen, voor zowel de consumenten als voor de merken. Retailers worden meer dan enkel plaatsen om boodschappen te doen: we worden echte partners die het leven van onze klanten elke dag vergemakkelijken. Bij jonge moeders gaat het om een deal: je moet weten waar de grenzen liggen en vertrouwd zijn met de gevoeligheden. Als merk maak je geen reclame meer, neen, je doet aan de uitwisseling van kennis. Het is een delicate evenwichtsoefening, want als je te ver gaat, draait de consument de kraan dicht.” En daarmee weten merken dus wat hun te doen staat: relevance is the new black. 

Me, Myself & my Baby… Millennials with Kids onder de loep

Over de beruchte Generation Y, geboren tussen pakweg 1980 en de tweede helft van de jaren negentig, is al veel inkt gevloeid, maar een ding is zeker: deze generatie is geboren en getogen met een digitale extensie aan haar kleine teen. Een niet onbelangrijk gegeven voor merken en adverteerders dat Media Marketing wilde uitdiepen tijdens een ronde tafel over de verwachtingen en attitudes die deze Millennials kenmerken als ze eenmaal mama zijn geworden. Waren van de partij: Inge Ampe (ING), Marco Meester (Mobistar), Diane Faynsztein (Nestlé), Noëlle Stevens (RTL Belgium) en natuurlijk Joëlle Liberman (Egérie Research) om het gesprek in goede banen te leiden.


Joëlle Liberman: Volgens diverse studies zou je Millennials kunnen omschrijven als hyper-connected, levend in het moment en strevend naar ‘alles hier en nu meteen’, kritisch tegenover regels en op zoek naar een beter evenwicht tussen hun privé- en beroepsleven. Wat gebeurt er als deze digital natives mama worden? En hoe staan jullie daar als merken tegenover?

Diane Faynsztein: We bestuderen deze doelgroep al een tijd, omdat we digital beter in onze strategieën willen integreren en willen weten wat ze precies van een merk verwachten. Meer bepaald willen we uitzoeken hoe we best omgaan met de onafhankelijkheid die deze ‘digital mums’ kenmerkt.

Noëlle Stevens: De vrouwelijke doelgroep is heel belangrijk voor RTL en omdat we een crossmediale groep zijn, wilden we bepalen wat deze vrouwen doen op welk moment en op welk device. Een van de eerste dingen die we ontdekt hebben, is dat ze niet enkel digitale, maar nog steeds andere media verbruiken, al naargelang hun verwachtingen en behoeften van het moment. Het is dus essentieel te weten wat ze precies zoeken op welk medium. Concreet verwachten ze van televisie bijvoorbeeld meer interactiviteit: het is voor hen een manier om te bevestigen dat ze bestaan. Bovendien is deze generatie, en dat geldt niet alleen voor de mama’s, zeer veeleisend. De verwachte interactiviteit moet hun een reële meerwaarde bieden die ook nog past bij het merkuniversum van RTL. Al die insights proberen we te verwerken in de mobiele en andere toepassingen die we ontwikkelen voor onze media.

Marco Meester: Voor Mobistar is het begrip van de lifestages belangrijker dan de precieze leeftijdscategorie. In die zin betekent het onderzoek een verrijking voor ons en verschaft het ons inzicht in het telecom-gedrag van jonge vrouwen die hun eerste kind gekregen hebben.

Inge Ampe: Je moet weten dat dagelijkse financiële beslissingen vaak genomen worden door vrouwen. En dat elke nieuwe levensfase, van geboorte via de eerste job tot aan het pensioen en al wat daar tussen ligt, nieuwe behoeften en nieuwe manieren van ‘zijn’ met zich meebrengt. Als bank moeten we er dus opletten dat we het juiste product op het juiste moment aanbieden. En dat we onze klanten heel goed leren kennen. Vroeger was dat eenvoudig, dan kenden we al onze klanten persoonlijk, maar dat is nu niet meer zo. Vandaar dat data en onderzoeken als deze belangrijk zijn.

JL: De digital mums zijn beter uitgerust dan het gemiddelde, meer dan de mannen ook. Multitasking is voor hen een tweede natuur en ze switchen met alle gemak van de wereld tussen on- en offline. Wat betekent dat voor een merk?

NS: Het onderscheid tussen on- en offline is volgens mij voorbijgestreefd en totaal irrelevant voor de digital mums. Net zoals in een andere context het begrip VVA niet pertinent meer is. Interactiviteit beperkt zich bijvoorbeeld niet langer tot digitale dragers. Televisie is ondertussen ook een interactief medium.

DF: Dankzij mobiele media en het internet voelen deze nieuwbakken mama’s zich minder geïsoleerd ten opzichte van de rest van de wereld. Als je vroeger een baby kreeg, beperkte je werelden je netwerk zich tot je baby, je moeder en je vriendinnen. Dat is fundamenteel veranderd door de sociale netwerken. Van privé zie je een verschuiving naar openbaar. Tips worden gezocht en gegeven via blogs en nieuwssites. Daarnaast spelen sites van merken nog steeds een belangrijke rol: digital mums verwachten nog steeds advies van ons. Maar je mag niet vergeten dat digital niet hun en ons enige communicatiekanaal is. Dat heeft een impact op de manier waarop we moeten communiceren: de coherentie van onze boodschap wordt cruciaal, vanwege de fragmentatie van de informatie en de kanalen die ze verspreiden.

IA: Deze vrouwen weten heel goed welk kanaal ze voor welke handeling of activiteit gaan gebruiken. Ze doen veel dingen online, maar soms hebben ze behoefte aan een menselijke interventie, face to face of per telefoon. Als ze bijvoorbeeld de eerste spaarrekening van hun kind willen openen, zullen ze het voorbereidende werk online doen, maar voor de opening van de rekening zelf zullen ze naar het kantoor komen.

MM: Door de vele beschikbare kanalen, van website tot reclame over Facebook en de klantendienst, moeten we onze boodschap aanpassen. Wat we aanbieden, moet relevant zijn op alle fronten. Zeker als het om iets ontastbaars als telecom gaat. Een van de rollen die we als operator kunnen spelen, is guidance in het aanbod en praktische hulp. Dat is een manier om ons te differentiëren die ten zeerste gewaardeerd wordt.

NS: Content op alle platformen aanbieden wordt ervaren als een meerwaarde, omdat deze generatie niet meer in een lineair consumptiemodel zit. Het journaal bijvoorbeeld kan niet altijd live gekeken worden, dus is het belangrijk om het op een ander moment via de rode knop of op de site aan te bieden.

JL: Vroeger voelden moeders zich makkelijker alleen en geïsoleerd. Als vrouwen uit de Generatie Y een baby, gebeuren er twee dingen. Ze zitten, net zoals hun eigen mama’s, met een hoop praktische vragen en anderzijds proberen ze, mét hun baby, de hoofdrol te blijven spelen in hun eigen leven. Ze willen blijven bestaan als individu, in contact met hun community en de rest van de wereld. Dat is de filter waardoor ze hun verhouding met de merken herzien. Wat voor impact heeft die verschuiving voor jullie?

DF: Vroeger was er meer afstand tegenover de moeders. Nu zitten we dankzij de vele kanalen erg dichtbij hen. Hun behoefte aan informatie is enorm, zoals je zegt, maar daar waar merken vroeger een autoriteit waren (net zoals justitie, onderwijs,…), geldt dat vandaag niet meer. Moeders van nu slikken net zoals de andere consumenten niet zomaar alles meer: ze hebben mede door het internet een zekere onafhankelijkheid en een kritisch vermogen ontwikkeld. Bijgevolg zullen ze niet aarzelen om een boodschap in vraag te stellen. Anderzijds verwachten deze digital mums, door de actieve rol waarin ze zichzelf blijven zien, allerlei dingen van een merk om hun leven te vergemakkelijken: advies en informatie, maar ook promoties, geschenken en inspiratie. Merken worden een soort van partners, maar de digital mums zijn wel diegenen die beslissen of we partners blijven of niet. Dat heeft onder andere een impact op de structuur van het bedrijf. We moeten veel reactiever zijn dan vroeger. Maar het is een buitenkans voor het merk. Er kan veel, op voorwaarde dat we binnen ons territorium blijven. Als fabrikant van babyvoeding moeten we dus ons niet op het terrein van de gezondheid wagen, want dan verliezen we onze geloofwaardigheid. Niets is ‘given’ en definitief, we moeten blijven bewijzen dat we iets te bieden hebben.

NS: Het evolueert allemaal razendsnel. Traditionele marketing werkt niet meer echt bij deze doelgroep en de ‘I & My Way’ trend zal zich versterken, uitbreiding nemen. Er zijn nog weinig zekerheden in het leven, in de samenleving. Dat heeft een impact op hun én onze manier van denken.

IA: Het gaat inderdaad razendsnel. Hun gedrag werkt aanstekelijk en dringt ook door bij de oudere leeftijdsgroepen. We moeten ons dus aanpassen. In dat verband hebben we een jaar geleden bijvoorbeeld onze customer care uitgebreid met webcare om proactief te kunnen inspelen op alles wat er op de sociale media gebeurt. De hoeveelheid berichten waarop we moeten reageren, is gigantisch (3000 tot 5000). En dat moet binnen de twee uur, anders is het te laat. Je evolueert van campaign management naar conversation en content. Dat is nieuw en heel intensief, want je hebt mensen nodig die weten waarover het gaat. Maar pas op, je mag niet vergeten dat nog steeds een deel van de bevolking niet ‘digital’ is. 37% van de respondenten in dit onderzoek. Dat betekent dat je als merk moet blijven nuanceren en geen eenheidsworst kunt bieden.

MM: Je moet inderdaad relativeren en er rekening mee houden dat een aanzienlijk percentage van de jongeren bewust ‘non digital’ zal blijven. Niet iedereen heeft een smartphone of wil er een hebben. Voor de overgrote groep ‘digitals’ moeten we veel sneller reageren dan vroeger, maar daarnaast blijven de traditionele kanalen bestaan. Wat essentieel is voor ons als leverancier, als merk, is dat elk touchpoint kan beschikken over de informatie van alle andere contactpunten (Facebook, customer service, shop,…). Ook essentieel is het toenemende belang van personalisatie: klanten of prospects willen geen twee keer hetzelfde hoeven te vertellen. Ze verwachten dat we naar hen luisteren.

NS: We hebben inderdaad geïntegreerde teams nodig om op een gecentraliseerde manier te kunnen werken.

JL: Het noorden zou digitaler zijn dan zuiden, zo wil het cliché, maar naar verluidt zou die kloof stilaan vervagen. Ervaren jullie dat ook?

DF: Het noorden vertoont inderdaad nog steeds een ander gedrag dan het zuiden. De kracht van de voorschrijvers is anders aan beide zijden van de landsgrenzen. In het noorden weten de vrouwen precies wat ze waar moeten zoeken; ze zijn ook assertiever dan in het zuiden. De Franstaligen zijn iets traditioneler. De informatiesites zijn ook rijper in Vlaanderen. Een site als Kind & Gezin bijvoorbeeld is een referentie in Nederlandstalig België, maar er is geen Franstalig equivalent. Maar ze groeien naar elkaar toe.

IA: Natuurlijk zijn er culturele en historische verschillen; we hebben in het zuiden als merk altijd sterker gestaan, maar fundamenteel is onze aanpak niet anders in beide landsgedeelten: zowel in het noorden als in het zuiden heb je digital natives en non natives.

MM: Ik moet Inge bijtreden wat dat betreft. Mobistar staat traditioneel sterker in het zuiden, maar we voeren geen aparte campagnes.

JL: En dan is er nog die ene kwestie waarvan iedereen weet dat ze er is, maar waar niemand met zoveel woorden over praat. Hoe staan de digital mums tegenover het gebruik van hun persoonlijke gegevens? Uit het onderzoek is gebleken dat ze zich er terdege van bewust zijn dat merken veel dingen over hen weten. Ze hebben daar blijkbaar niet te veel problemen mee, maar verwachten in ruil wel meer relevantie in de contacten.

DF: Natuurlijk hebben we gegevens en die moeten we gebruiken. Dat is enorm belangrijk voor onze geloofwaardigheid, maar tegelijk zijn we verplicht om heel wat regels te respecteren. We zijn daar heel strikt in. Inderdaad speelt relevantie een sleutelrol: we moeten goed weten wat zij willen en tegelijk op ons eigen terrein blijven, binnen een echte communicatiestrategie die via elk contactpunt de juiste boodschap uitdraagt.

IA: We hebben inderdaad enorm veel data over onze klanten, maar het gebruik is wettelijk zeer strikt geregeld. Klanten verwachten inderdaad dat we hun gegevens proactief gebruiken, zo hebben we vastgesteld, zonder te vervallen in paternalisme. Ze zijn gretig naar informatie en advies, vinden ons niet snel intrusief, maar willen wel ‘in the lead’ blijven. Ze doen uiteindelijk wat ze willen en bepalen hoever en hoelang ze ons toelaten. Tegelijk is er een laag ‘opt-out’ percentage van mensen die zichzelf en hun gegevens optimaal afschermen en dat moet je absoluut respecteren.

MM: Data privacy is enorm belangrijk en we werken enkel met ‘opt-in’: mensen moeten initiatief nemen om aanbiedingen te krijgen. Het is een gevoelig onderwerp, waar – alweer - relevantie essentieel is. Dat is trouwens typisch voor de hele generatie, niet enkel voor de digital mums.

JL: Het is al een paar keer aangehaald tijdens dit gesprek, maar digital mums consumeren niet uitsluitend digitale media. Wat doe je als merk met deze wetenschap?

DF: Elk touchpoint speelt een andere rol. Vroeger werd wel eens gezegd dat je voor babyfood geen televisie mocht inzetten, omdat het publiek te ruim zou zijn. Nu doen we dat toch, omdat we gemerkt hebben dat de impact groot is, zeker als er een internetverlengstuk is. We merken hoge pieken in de bezoekersaantallen aan onze website als er een spot op televisie geweest is. Natuurlijk maakt die complexiteit er ons vak er niet makkelijker op: je moet als merk overal aanwezig zijn, op een aangepaste en complementaire manier. Je moet je televisiecampagne plannen, digitale content voorzien op de website, de interactiviteit op je Facebook-pagina opvolgen, gespecialiseerde print aanmaken voor op de rustige momenten. Het betekent dat je nooit in silo’s mag werken, maar op een geïntegreerde manier moet denken. En het zou zeker een misvatting zijn te denken dat we de klassieke media naast ons kunnen neerleggen: die werken nog altijd.

IA: Bij ING hanteren we altijd het campagnewiel, met owned, paid en earned, naargelang de doelstelling: TV wordt gebruikt voor awareness en acquisitie, print in de kantoren, enzovoort.

MM: Het is primordiaal te vertrekken vanuit de boodschap en dan vervolgens naargelang de doelgroep de touchpoints in te vullen.

NS: RTL is in dit verband zowel het kanaal als het merk. We zijn aanwezig op alle platformen met een optimale consumentenervaring. Gebruiksvriendelijkheid is essentieel en daarin hebben we veel geïnvesteerd, omdat een kwalitatief kader belangrijk is voor onze adverteerders zowel als voor onze programma’s.

DF: Inzicht en begrip van de consument wordt alsmaar belangrijker. Die verwacht meer dialoog en een echte relatie. Het commerciële discours wordt in vraag gesteld, dus wat we zeggen moet coherent zijn. Weet je, dit is een belangrijke doelgroep die ons leert hoe we onszelf permanent in vraag moeten en kunnen stellen.  

IA: Dat geldt trouwens ook voor onze interne medewerkers: coherentie en authenticiteit zijn twee van de voornaamste pijlers in je marketingstrategie en in je bedrijfscultuur.
 
 
 

Een marketing projet in gedachten ? Een bureau opzoeken


ARCHIVE / INTELLIGENCE - RESEARCH

JOBS


INTERVIEW

Anne-Sophie Vilain : Hoe de UBA Academy het succes van plaatselijke beslissers steunt

Anne-Sophie Vilain : Hoe de UBA Academy het succes van plaatselijke beslissers steunt



DOSSIER  



Hoe meer schermen, hoe meer mogelijkheden  


Het aantal schermen waarover de consumenten beschikken om media te consumeren, is exponentieel gegroeid. Naar aanleiding van de Media Vision Day van de GRP rond dit thema vroegen wij een aantal...


en savoir plus
Member only
Connectez-vous Om toegang te krijgen tot dit dossier


High (Ad) Tech   


Een machtsovername van de technologiebedrijven. Dat was min of meer de teneur na de voorbije editie van het grootste creatieve festival ter wereld. Nergens wordt dat meer duidelijk dan in de...


en savoir plus
Member only
Connectez-vous Om toegang te krijgen tot dit dossier


Google DNI: een charmeoffensief van meer dan 150 miljoen euro  


Nog tot en met 11 juli kunnen Europese uitgevers opnieuw een subsidiedossier met betrekking tot nieuwsinnovatie indienen bij Google. Dan loopt de tweede inschrijvingsronde van het Google Digital...


en savoir plus
Member only
Connectez-vous Om toegang te krijgen tot dit dossier